De afgifte van allerlei administratieve stukken in het kader van de VCRO, omgevingsvergunning en aanverwante wetgeving is dikwijls zeer arbeidsintensief en het is gepast hiervoor van de belanghebbenden een belasting te eisen.
Voor haar algemene financiering heft de gemeente Ternat een belasting op afgifte van vergunningsaanvragen en meldingen in het kader van de omgevingsvergunning. De opbrengst van deze belasting wordt geraamd op € 117.222. De opbrengsten worden geboekt op jaarbudgetrekening JAAR/GBB/0020-00/7316000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Belastbaar voorwerp
Artikel 1. De gemeente Ternat heft met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 een belasting op de meldingen en aanvragen bedoeld in het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (B.S. 23 oktober 2014), de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 (VCRO), het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) en de daarbij horende besluiten.
Belastingplichtige
Artikel 2. De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de aanvraag of melding heeft ingediend en bij gebreke daarvan de vergunninghouder of exploitant.
Berekeningswijze en tarief
Artikel 3. 1. De belasting is verschuldigd ongeacht het bestuursniveau waar de aanvraag of melding van de omgevingsvergunning wordt gedaan en ongeacht het bestuursniveau dat dient te beslissen.
|
|
2. De belasting wordt, vanaf het aanslagjaar 2027, jaarlijks op 1 januari automatisch herzien op basis van de schommelingen van de gezondheidsindex, volgens volgende formule:
Nieuw tarief = oud tarief x nieuwe index
Basisindex
De basisindex is de gezondheidsindex van toepassing voor de maand december 2025. De nieuwe index is de gezondheidsindex van toepassing in de loop van de maand december die voorafgaat aan de herziening van het bedrag van de belasting. Na indexering wordt het nieuwe tarief van de belasting afgerond naar de hogere euro.
Afwijking en vrijstelling
Artikel 4. Vrijstellingen worden gerechtvaardigd om maatschappelijke en sociale redenen. Het belasten van aanvragen die kaderen binnen een publieke of sociale opdracht zou neerkomen op een interne doorrekening van publieke middelen en kan de verwezenlijking van het algemeen belang belemmeren. Door vrijstellingen te voorzien wordt sociale rechtvaardigheid gewaarborgd, blijft het reglement doelmatig en wordt de maatschappelijke meerwaarde van bepaalde vergunningen erkend.
Aldus zijn dossiers ingediend door of in naam van volgende entiteiten vrijgesteld van de belasting:
De belasting is niet verschuldigd wanneer de melding (art. 106 e.v. DOV) wordt ingetrokken alvorens er een beslissing over wordt genomen (aktename of weigering aktename).
De belasting is niet verschuldigd wanneer de aanvraag tot omgevingsvergunning onvolledig en/of onontvankelijk wordt verklaard of wanneer de aanvraag wordt ingetrokken alvorens deze volledig of onvolledig en/of onontvankelijk wordt verklaard.
Wijze van inning
Artikel 5. De belasting wordt contant ingevorderd, via overschrijving op rekening van het gemeentebestuur. Bij gebreke van betaling wordt de belasting ingekohierd, conform het gemeentelijk retributiereglement betreffende de vaststelling van de invorderingskosten voor fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Bezwaarprocedure
Artikel 6. De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk, gemotiveerd en ondertekend worden ingediend. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na de indiening ervan.
Algemene bepalingen
Artikel 7. De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 (en latere wijzigingen) betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
Bestuurlijk toezicht
Artikel 8. Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Bekendmaking en inwerkingtreding
Artikel 9. Onderhavig belastingreglement treedt in werking op 1 januari 2026 voor alle aanvragen die vanaf die datum worden ingediend. Aanvragen die voor 1 januari 2026 zijn ingediend, maar nog niet zijn behandeld, vallen onder het vorige belastingreglement, goedgekeurd op 30 mei 2024 door de gemeenteraad.
De bekendmaking alsook de inwerkingtreding van deze verordening gebeurt respectievelijk en overeenkomstig artikels 285 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur.