Het doel van de belasting is een compenserende vergoeding voor niet-aangelegde parkeerplaatsen en/of fietsenstallingen. De belasting is niet sanctionerend.
Voor haar algemene financiering heft de gemeente Ternat een belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen. De opbrengst van deze belasting wordt geraamd op € 125.000.
De opbrengsten worden geboekt op jaarbudgetrekening JAAR/GBB/0020-00/7373000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Belastbaar voorwerp
Artikel 1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een gemeentebelasting geheven op het ontbreken van parkeerplaatsen en/of fietsenstallingen bij het optrekken van nieuwe gebouwen, het uitvoeren van bestemmingswijzigingen of het uitvoeren van verbouwingswerken die vallen onder de toepassing van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 6 november 2013.
Hoofdstuk 1: Voor eengezinswoningen als bedoeld in art. 5.4.1 en 5.4.2 van de stedenbouwkundige verordening.
Artikel 2. De jaarlijkse belasting is voor het eerst verschuldigd:
1. op het ogenblik van de eerste ingebruikname van het bouwwerk; of
2. op het ogenblik dat de bestemming van een aangelegde parkeerplaats en/of fietsenstalling gewijzigd wordt; of
3. op het ogenblik dat wordt vastgesteld dat de in de bouwvergunning voorziene parkeerplaats en/of fietsenstalling niet werd aangelegd en het gebouw reeds in gebruik werd genomen.
De belasting is daarna nog verschuldigd gedurende negen bijkomende kalenderjaren volgend op kalenderjaar van het in het eerste lid vastgestelde ogenblik, en dit voor zover er op 1 januari van dat kalenderjaar (nog) niet voldaan is aan de verplichtingen van de stedenbouwkundige verordening. Als er alsnog voldaan wordt aan de stedenbouwkundige verordening is de belasting niet meer verschuldigd voor de resterende kalenderjaren, uiteraard zolang er aan de stedenbouwkundige verordening voldaan blijft. De belasting is ondeelbaar en is niet pro rata temporis inbaar noch terugbetaalbaar.
Belastingplichtige
Artikel 3. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht van de ééngezinswoning op het ogenblik dat de belasting verschuldigd is.
Berekeningswijze en tarief
Artikel 4.
De belasting wordt, voor het aanslagjaar 2026, als volgt vastgesteld:
Hoofdstuk 2: Voor andere bouwwerken als bedoeld in art. 5.4.1 en 5.4.2 van de stedenbouwkundige verordening.
Belastingplichtige
Artikel 5. De belasting is verschuldigd door:
1. de houder van de stedenbouwkundige vergunning die de vereiste parkeerplaats en/of fietsenstalling niet heeft aangelegd omdat het onmogelijk is, omdat het door de overheid niet wordt toegelaten, of om elke andere reden
2. de eigenaar die de bestemming van een parkeerplaats en/of fietsenstalling heeft gewijzigd zodat niet meer voldaan is aan de bepalingen van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening op het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.
Berekeningswijze en tarief
Artikel 6. 1. De belasting wordt, voor het aanslagjaar 2026, als volgt vastgesteld:
2. De belasting wordt, vanaf het aanslagjaar 2027, jaarlijks op 1 januari automatisch herzien op basis van de schommelingen van de gezondheidsindex, volgens volgende formule:
Nieuw tarief = oud tarief x nieuwe index
Basisindex
De basisindex is de gezondheidsindex van toepassing voor de maand december 2025. De nieuwe index is de gezondheidsindex van toepassing in de loop van de maand december die voorafgaat aan de herziening van het bedrag van de belasting. De verkregen resultaten worden naar de hogere euro afgerond.
Hoofdstuk 3: Gemeenschappelijke bepalingen
Wijze van inning
Artikel 7. De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Bezwaarprocedure
Artikel 8. De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk, gemotiveerd en ondertekend worden ingediend. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgende op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na de indiening ervan.
Algemene bepalingen
Artikel 9. De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 (en latere wijzigingen) betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
Bestuurlijk toezicht
Artikel 10. Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Bekendmaking en inwerkingtreding
Artikel 11. Dit belastingreglement heft het vorige belastingreglement van 19 december 2019 op en treedt in werking op 1 januari 2026. De bekendmaking alsook de inwerkingtreding van deze verordening gebeurt respectievelijk en overeenkomstig artikels 285 t.e.m. 288 van het decreet lokaal bestuur.