De notulen van de vorige zitting worden ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.
Enig artikel. De notulen van de gemeenteraad van 27 november 2025 worden zonder wijzigingen goedgekeurd en worden ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.
Amendement dat wordt aangebracht:
We waren vorige legislatuur reeds ver gevorderd met het studiebureau S-Bilt voor het voorontwerp van de fietspaden op de Weverstraat – Van Cauwelaertstraat. Tegelijk gingen we in de bebouwde kom de betonplaten vervangen door asfalt. We hadden in het vorige meerjarenplan al 70.000 voorzien om het ontwerp op te maken en 50.000 voor de grondverwervingen.
We stellen voor dit dossier terug op te nemen in het meerjarenplan en hiervoor een investeringsbudget van 1,5 miljoen euro te voorzien. 90% van de fietspaden zijn gesubsidieerd.
Enig artikel. Het amendement wordt verworpen.
Amendement dat wordt aangebracht:
Vorige legislatuur hadden we afgesproken met Dilbeek om in deze legislatuur gezamenlijk fietspaden aan te leggen op de Jan De Trochstraat en Langestraat.
We stellen voor dit dossier terug op te nemen in het meerjarenplan en hiervoor een investeringsbudget van 1,5 miljoen euro te voorzien. 90% van de fietspaden tussen de gemeentegrens en de spoorweg zijn gesubsidieerd.
Enig artikel. Het amendement wordt verworpen.
Amendement dat wordt aangebracht:
De Processiestraat is in slechte staat. Niet alleen het wegdek, maar ook de voetpaden. Hier moet ook de riolering vernieuwd worden. In het vorige meerjarenplan hadden we al 120.000 euro voorzien voor de grondverwervingen en 215.000 euro voor het gemeentelijk aandeel in de heraanleg.
We stellen voor dit dossier terug op te nemen in het meerjarenplan en hiervoor opnieuw een investeringsbudget van 120.000 euro te voorzien voor de grondverwervingen en 215.000 euro voor het gemeentelijk aandeel in de heraanleg.
Enig artikel. Het amendement wordt verworpen.
Amendement dat wordt aangebracht:
De voorbije legislatuur hebben we heel wat geïnvesteerd in voetpaden, denk maar aan de Affligemstraat, Heidestraat, Esdoornstraat en Fossebaan. Ook hadden we budget voorzien voor voetpaden op de Kerkstraat. We hadden ook al plannen om de voetpaden in de Langestraat te vernieuwen en in het centrum van Ternat verbeteringen aan te brengen op de Borredam, Molenstraat e.d. We stellen vast dat het inhaalmanoeuvre voor actieve weggebruikers deze legislatuur achterwege blijft.
We stellen dan ook voor om een extra budget van 1 miljoen euro te voorzien voor de aanleg van voetpaden.
Enig artikel. Het amendement wordt verworpen.
Amendement dat wordt aangebracht:
Vorige legislatuur lieten we samen een herbestemmingsstudie opmaken voor het oud-gemeentehuis. Dit rapport is duidelijk. Er is geen commercieel model voor het kasteel mogelijk. Er is een gemiddeld jaarlijks tekort van ongeveer 50k. Daarom beslisten we op het college van 7 maart 2025 om het kasteel "De Mot" te herbestemmen voor de administratie, heemkring en als trouwzaal.
Dit is dan ook ons amendement.
“Het kasteel De Mot blijft integraal onderdeel van ons patrimonium en zal aangewend worden voor de administratie, de heemkring en als trouwzaal."
Enig artikel. Het amendement wordt verworpen.
Amendement dat wordt aangebracht:
We lezen onrustwekkende zaken m.b.t. het RUP bebouwde ruimte, er is zelfs sprake van een vierde bouwlaag. De projectontwikkelaars zullen in hun handen wrijven. #volks wenst het landelijk karakter van onze gemeente te behouden.
Daarom stellen we als amendement voor alles rond het RUP bebouwde ruimte te schrappen en te vervangen door deze tekst uit de jaarrekening 2024:
“Opmaak RUP versterking landelijk karakter. Het grootste gedeelte van onze gemeente wordt gereserveerd voor landelijk wonen. Enkel in de strikte centra is er ruimte voor kernversterking, die gepaard moet gaan met voldoende groen (duurzaamheidstoets, groentoets) en kwaliteitsvolle publieke infrastructuur. Er komt geen ongebreidelde hoogbouw. De zones voor het bouwen van meergezinswoningen worden duidelijk afgebakend. Het bestuur gaat wel na of het toelaten van een extra woonlaag in bepaalde zones een meerwaarde kan zijn voor de gemeente. Bij meergezinswoningen en verkavelingen trekken we de parkeernorm op tot twee wagens per woongelegenheid om zo de toenemende druk op het openbaar domein te verlichten, tevens wordt bij meergezinswoningen het bouwen van een (beveiligde) fietsberging opgelegd.”
Enig artikel. Het amendement wordt verworpen.
Amendement dat wordt aangebracht:
We nemen kennis van het voornemen van het bestuur om in 2027 diftar voor restafval in te voeren. Dit zal leiden tot een grote stijging van de afvalfactuur voor inwoners. Daarom stellen we als amendement voor om vanaf 2027 tot en met 2031 jaarlijks 100.000 euro te reserveren om sociale correcties uit te werken voor diftar, waardoor armere gezinnen, gezinnen met pampers en incontinentiemateriaal deels gecompenseerd worden.
Concreet luidt dit amendement: “De opbrengsten van diftar worden vanaf 2027 tot en met 2031 jaarlijks met 100.000 euro verlaagd zodat er sociale correcties voor diftar uitgewerkt kunnen worden, waardoor armere gezinnen, gezinnen met pampers en incontinentiemateriaal deels gecompenseerd worden.”
Enig artikel. Het amendement wordt verworpen.
Amendement dat wordt aangebracht:
We stellen vast dat de handhaving op voetpadparkeren en ander foutparkeren het laatste jaar afgenomen is. We hebben dit al meerdere keren op de gemeenteraad aangekaart, maar stellen geen beterschap vast. Een medewerker die hiervoor instond, is langdurig ziek. We stellen dan ook voor de GAS-controleur niet in 2027, maar al in 2026 aan te werven. Dit is ons inziens budgetneutraal, want deze controleur verdient helaas zichzelf terug.
Enig artikel. Het amendement wordt verworpen.
Amendement dat wordt aangebracht:
We vinden het jammer dat de heraanleg van de markt van Ternat alweer een legislatuur wordt opgeschoven. Daarom willen we voorstellen om de budgetten voor de toekomstvisie (met focus op mobiliteit) voor het centrum van Ternat te vervroegen. Dus concreet, 50k in 2026 en 50k in 2027 i.p.v. in 2030 en 2031.
Enig artikel. Het amendement wordt verworpen.
Amendement dat wordt aangebracht:
Zoals op de commissie aangehaald vinden we het vreemd dat Voor Ternat nu plots voor trajectcontroles kiest. Vorige legislatuur stond Voor Ternat steeds op de rem hiervoor. We zijn toen samen overeengekomen om in plaats daarvan snelheidsinformatieborden te plaatsen. In de jaarrekening 2024 staat letterlijk: “Als uit de gegevens blijkt dat trajectcontroles aangewezen blijven en i.f.v. de evoluties in de regelgeving kunnen de trajectcontroles in de komende jaren uitgerold worden.” Als gemeenteraad hebben we geen kennis van mogelijke snelheidsproblemen, noch van een omstandige analyse waaruit blijkt dat trajectcontroles hiervoor de beste oplossing zijn. We vragen nogmaals om ons dit te bezorgen. We wensen het bestuur het voordeel van de twijfel te geven. Als de meerderheid werkelijk de trajectcontroles wenst in te voeren i.f.v. de verkeersveiligheid en niet o.w.v. de inkomsten, kan het geen probleem zijn om de opbrengst in het meerjarenplan te schrappen. Zo hebben we dit ook samen in het meerjarenplan 2020-2025 gezet. Zo doen ze het ook in Sint-Pieters-Leeuw.
Vandaar ons amendement: schrap alle opbrengsten van trajectcontroles uit het meerjarenplan.
Enig artikel. Het amendement wordt verworpen.
Amendement dat wordt aangebracht:
Overwegende dat
in de vorige legislatuur een budget van 750.000 euro was voorzien om de Outdoor Ternat-site te Wambeek veiliger te maken;
deze site wekelijks door honderden kinderen en jongeren wordt bezocht;
de huidige parking onvoldoende verlicht is en gekenmerkt wordt door putten en oneffenheden, wat een reëel veiligheidsrisico inhoudt;
voertuigen vandaag ongeordend geparkeerd staan, waardoor parkeerplaatsen verloren gaan;
dit leidt tot uitwijkparkeren in de Stenebrugstraat, met bijkomende verkeers- en parkeerhinder voor de buurt;
Overwegende dat
een veilige en goed ingerichte parkeeromgeving essentieel is voor de toegankelijkheid van jeugd- en sportinfrastructuur;
preventieve investeringen in verkeers- en infrastructuurveiligheid noodzakelijk zijn om ongevallen en overlast te vermijden;
Beslist
het budget van 750.000 euro, dat in de vorige legislatuur was voorzien voor de veiligheid en herinrichting van de Outdoor Ternat-site te Wambeek, opnieuw in te schrijven in het Meerjarenplan;
dit budget aan te wenden voor maatregelen die de veiligheid, verlichting en parkeerorganisatie op en rond de site verbeteren.
Enig artikel. Het amendement wordt verworpen.
Amendement dat wordt aangebracht:
We merken dat er jaarlijks een budget van 20.000 euro voorzien is voor kleine herstellingen en investeringen. In 2031 wordt dan een studie voorzien voor een nieuwe Ploter, goed voor een bedrag van 100.000 euro. We vrezen dat dit te laat komt. Hoe kan De Ploter met zo’n laag investeringsbudget in leven gehouden worden? En hoe kan het gebouw voldoen aan de EPC NR labelplicht van minimaal label E tegen 1 januari 2028?
We stellen dan ook voor de studie te vervroegen van 2031 naar 2026, zodat in 2027 al werk kan gemaakt worden van een nieuw of vernieuwd gemeenschapscentrum.
Enig artikel. Het amendement wordt verworpen.
Het meerjarenplan 2026-2031 bestaat uit de strategische nota, de financiële nota en de toelichting. Het MAT bracht een positief advies uit in zitting van 19 november 2025. Het meerjarenplan 2026-2031 van het AGB Ternat werd vastgesteld in zitting van 5 december 2025 door de raad van bestuur van het AGB Ternat. Tijdens de gemeenteraadscommissie van 4 december 2025 werd het meerjarenplan 2026-2031 uitgebreid toegelicht. Het meerjarenplan 2026-2021 is financieel in evenwicht tot en met 2031.
Artikel 1. Met 13 stemmen, 11 stemmen tegen, 0 onthoudingen wordt het meerjarenplan 2026-2021 lokaal bestuur Ternat - deel Gemeente vastgesteld volgens de bijgevoegde M2 staat.
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
| I. Beschikbaar budgettair resultaat Gemeente | 2.407.757 | 5.074.083 | 7.357.483 | 10.231.021 | 13.201.099 | 16.346.418 |
| II. Autofinancieringsmarge Gemeente | 2.033.894 | 3.460.072 | 3.695.860 | 3.976.754 | 3845.146 | 3.782.409 |
Artikel 2. Met 13 stemmen, 11 stemmen tegen, 0 onthoudingen wordt het meerjarenplan 2026-2031 lokaal bestuur Ternat - deel OCMW goedgekeurd volgens de bijgevoegde M2 staat.
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
| I. Beschikbaar budgettair resultaat OCMW | -2.297.588 | -5.041.720 | -7.257.770 | -10.168.262 | -13.153.274 | -16.216.960 |
| II. Autofinancieringsmarge OCMW | -2.943.927 | -2.994.132 | -2.866.050 | -2.910.492 | -2.985.012 | -3.063.686 |
Artikel 3. Met 13 stemmen, 11 stemmen tegen, 0 onthoudingen wordt het meerjarenplan 2026-2031 van het AGB Ternat, zoals deze werd vastgesteld door de raad van bestuur van het AGB, goedgekeurd.
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
| I. Beschikbaar budgettair resultaat AGB | 148.308 | 140.856 | 133.462 | 131.127 | 128.852 | 129.638 |
| II. Autofinancieringsmarge AGB | -7.492 | -7.452 | -7.394 | -2.335 | -2.275 | 786 |
Artikel 4. Met 13 stemmen, 11 stemmen tegen, 0 onthoudingen wordt de geconsolideerde integraal bijgevoegde M2 staat van het financieel evenwicht van het lokaal bestuur, betreffende het meerjarenplan 2026-2021 vastgesteld.
| Geconsolideerd financieel evenwicht | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| I. Beschikbaar budgettair resultaat | ||||||
| - Gemeente, OCMW en AGB | 258.476 | 173.219 | 233.175 | 193.886 | 176.677 | 259.096 |
| II. Autofinancieringsmarge | ||||||
| - Gemeente, OCMW en AGB | -917.526 | 458.488 | 822.416 | 1.063.927 | 857.859 | 719.509 |
| III. Gecorrigeerde autofinancieringsmarge | ||||||
| - Gemeente, OCMW en AGB | -1.495.639 | -16.674 | 334.116 | 623.937 | 334.597 | 253.218 |
Artikel 5. Een afschrift van dit besluit wordt samen met het meerjarenplan 2026-2031 van het lokaal bestuur Ternat en het AGB Ternat, in het kader van het administratief toezicht, toegestuurd aan de voogdijoverheid.
Het AGB Ternat heeft tot doel heeft de nieuwe bibliotheekinfrastructuur (gelegen in het nieuw opgericht administratief centrum) en het bestaande cultureel centrum “De Ploter” van de gemeente Ternat te exploiteren.
De investeringsuitgaven voor 2025 van het AGB Ternat worden geraamd op € 137.688,58 en het is wenselijk om deze investeringsuitgaven te financieren met een lening waarvan de aflossingstermijn overeenstemt met de afschrijvingstermijn van de desbetreffende investering.
De gemeente kan volgens artikel 8 van de beheersovereenkomst een renteloze lening toestaan aan het AGB Ternat.
Artikel 1. De financiering van de investeringsuitgaven in 2025 van het AGB Ternat voor een totaalbedrag van € 137.688,58 wordt goedgekeurd.
Artikel 2. De gemeente financiert de investeringsuitgaven van het AGB Ternat door het verstrekken van een renteloze lening.
Artikel 3. De te financieren investeringsuitgaven worden doorgestort op basis van overgemaakte verantwoordingsstukken.
Artikel 4. Het bedrag van de leningslasten zal jaarlijks terugbetaald worden in verhouding tot de jaarlijks af te schrijven bedragen van de investeringen waarop de lening van toepassing is.
De lijst van te verstrekken werkings- en investeringssubsidies per beleidsveld werd opgenomen in de documentatie van het Meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad kan nominatieve subsidies vaststellen voor 2026 uit het Meerjarenplan 2026-2031.
Bij aanvraag tot uitbetaling van de subsidie dient de begunstigde de nodige verantwoordingsstukken over te maken aan het bestuur.
Enig artikel. De nominatieve subsidies 2026, zoals voorzien in het Meerjarenplan 2026-2031 en integraal gevoegd bij dit agendapunt, worden vastgesteld.
Het opleggen van een belasting op motorbrandstofdistributieapparaten is verantwoord om de toenemende verkeersdrukte aan banden te leggen. De groot debiet brandstofpompen trekken expliciet zwaar vrachtverkeer aan. Een verlaagd tarief wordt toegepast voor de brandstofpompen die milieuvriendelijker zijn.
Voor haar algemene financiering heft de gemeente Ternat een belasting op motorbrandstofdistributieapparaten. De opbrengst van deze belasting wordt geraamd op € 27.317.
De opbrengsten worden geboekt op jaarbudgetrekening: JAAR/GBB/0020-00/7349900/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Belastbaar voorwerp
Artikel 1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op elk motorbrandstofdistributieapparaat van vloeibare of gasvormige motorbrandstoffen, toegankelijk voor het publiek en opgesteld langs de openbare weg, die zich op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente Ternat bevinden.
Begripsomschrijving
Artikel 2. Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
- motorbrandstofdistributieapparaat: verdeelapparaat voor vloeibare of gasvormige motorbrandstoffen ter bevoorrading van motorvoertuigen;
- groot debiet brandstofpompen: verdeelapparaat met een capaciteit van meer dan 65 L/min;
- milieuvriendelijke alternatieve brandstofpompen: zoals Ad Blue pompen, LPG, CNG en H2 (waterstof).
Belastingplichtige
Artikel 3. De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de verdeelinstallatie die zich op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente Ternat bevindt.
De eigenaar is met de uitbater hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Berekeningswijze en tarief
Artikel 4. De belasting wordt vastgesteld op:
De belasting wordt jaarlijks op 1 januari automatisch herzien op basis van de schommelingen van de gezondheidsindex, volgens volgende formule:
Nieuw tarief = oud tarief x nieuwe index
Basisindex
De basisindex is de gezondheidsindex van toepassing voor de maand december 2025. De nieuwe index is de gezondheidsindex van toepassing in de loop van de maand december die voorafgaat aan de herziening van het bedrag van de belasting. De verkregen resultaten worden naar de hogere euro afgerond.
Vrijstellingen
Artikel 5. De belasting is niet verschuldigd voor toestellen die niet toegankelijk zijn voor het publiek of die opgesteld zijn in garages of gelijkaardige instellingen en die van buiten uit niet zichtbaar zijn, noch aangekondigd worden.
Wijze van inning
Artikel 6. De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Aangifteplicht
Artikel 7. §1. De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, tegen uiterlijk 30 september van elk aanslagjaar, moet worden teruggestuurd. Het aangifteformulier wordt vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen en is downloadbaar op de website: www.ternat.be.
§2. Vrijstelling van de aangifteverplichting
1. Een belastingplichtige is vrijgesteld van de in artikel 7§1 voorgeschreven aangifteplicht, op voorwaarde dat hij/zij voor het vorige aanslagjaar werd aangeslagen op basis van een tijdig ingediende aangifte of een voorstel van aangifte dat zo nodig tijdig werd verbeterd of vervolledigd.
Een belastingplichtige kan niettemin verplicht worden een aangifteformulier in te dienen, indien hem/haar dat uitdrukkelijk wordt gevraagd door de administratie.
2. Aan de belastingplichtige wordt een voorstel van aangifte ter beschikking gesteld. Het voorstel van aangifte wordt uitgereikt door de administratie en vermeldt de gegevens waarover de administratie beschikt.
3. Indien op het voorstel van aangifte onjuistheden of onvolledigheden zijn vermeld of indien de voorgedrukte gegevens niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar, moet de belastingplichtige uiterlijk tegen de in artikel 7 §1 gestelde termijn het voorstel van aangifte gedag- en genaamtekend indienen bij de administratie met een duidelijke en volledige vermelding en opgave op het voorstel van aangifte van de correcte gegevens en/of alle verbeteringen of vervolledigingen. Het is de belastingplichtige die dient te bewijzen dat hij/zij het (verbeterd of vervolledigd) voorstel van aangifte tijdig indiende. Indien het voorstel van aangifte evenwel geen onjuistheden of onvolledigheden bevat en alle voorgedrukte gegevens stroken met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar, moet de belastingplichtige het voorstel van aangifte niet indienen bij de administratie.
4. Het voorstel van aangifte, dat zo nodig wordt verbeterd of vervolledigd binnen de in artikel 7 §1 gestelde termijn, heeft dezelfde waarde als een tijdig ingediende aangifte. Indien de belastingplichtige evenwel de in artikel 7 §3.3 voorziene verplichting niet tijdig naleeft en/of onjuiste en/of onvolledige gegevens vermeldt en/of foutieve verbeteringen aanbrengt op het voorstel van aangifte, wordt het voorstel van aangifte gelijkgesteld met een gebrek aan aangifte binnen de in artikel 7 §1 gestelde termijn en/of met een onjuiste aangifte en zijn de bepalingen van artikel 8 van toepassing.
Procedure van ambtshalve vaststelling
Artikel 8. Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 7 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover de administratie beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Ambtshalve belasting
Artikel 9. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting en in geval van herhaling aan het dubbel van het bedrag. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Betaaltermijn
Artikel 10. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarprocedure
Artikel 11. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen de aanslag van deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk, gemotiveerd en ondertekend worden ingediend. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.
Algemene bepalingen
Artikel 12. De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 (en latere wijzigingen) betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
Bestuurlijk toezicht
Artikel 13. Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Bekendmaking en inwerkingtreding
Artikel 14. De bekendmaking alsook de inwerkingtreding van deze verordening gebeurt respectievelijk en overeenkomstig artikels 285 t.e.m. 288 van het decreet lokaal bestuur. Het besluit zal op 1 januari 2026 in voege treden.
Door dit besluit wordt het besluit van de raad van 5 september 2024 met betrekking tot hetzelfde belastbaar voorwerp ingetrokken.
Deze belasting zal bijdragen aan de financiële noden van de gemeente.
Voor haar algemene financiering heft de gemeente Ternat een belasting opcentiemen en onroerende voorheffing. De opbrengst van deze belasting wordt geraamd op € 7.856.000. De opbrengst wordt geboekt op jaarbudgetrekening: JAAR/GBB/0020-00/7300000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Aanslagvoet
Artikel 1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten voordele van de gemeente opcentiemen op de onroerende voorheffing gevestigd als volgt:
Wijze van inning
Artikel 2. De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.
Bestuurlijk toezicht
Artikel 3. Deze beslissing wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Bekendmaking en inwerkingtreding
Artikel 4. Dit belastingreglement treedt in werking op 1 januari 2026. De bekendmaking alsook de inwerkingtreding van deze verordening gebeurt respectievelijk en overeenkomstig artikels 285 t.e.m. 288 van het decreet lokaal bestuur.
Het bederf van het gemeentelijke landschap door masten en pylonen is een motief dat redelijkerwijze kan verantwoorden dat met het oog op de financiering van de algemene dienstverlening een specifieke bijdrageplicht ten laste van de eigenaars ervan wordt ingevoerd.
Het opleggen van een belasting op masten en pylonen is verantwoord doordat de aanwezigheid van masten en pylonen een vorm van visuele vervuiling betekent en als landschapsverstorend wordt ervaren wegens het doorbreken van de nog beschikbare vrije open ruimte. Tevens heeft deze aanwezigheid een invloed op de aantrekkingskracht van de gemeente als woonomgeving en toeristische bestemming.
Deze gemeentebelasting werd voor het eerst in het aanslagjaar 2002 ingevoerd met vergelijkbare en vingerende tarieven die heden totaal achterhaald zijn en dienen aangepast volgens de evolutie van de economische groei en levensstandaard.
Daar het aangewezen is om het gebruik van hernieuwbare energiebronnen te bevorderen wordt er voorzien in een vrijstelling van belasting voor constructies die uitsluitend of hoofdzakelijk dienen voor de productie van hernieuwbare energie. Het landschapsverstorend karakter wordt hier gecompenseerd door het milieuvriendelijk aspect ervan.
Voor haar algemene financiering heft de gemeente Ternat een belasting op masten en pylonen. De opbrengst van deze belasting wordt geraamd op € 93.254. De opbrengsten worden geboekt op jaarbudgetrekening JAAR/GBB/0020-00/7360900/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Belastbaar voorwerp
Artikel 1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting geheven op masten en pylonen, die zich op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente Ternat bevinden.
Begripsomschrijving
Artikel 2. Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Belastingplichtige
Artikel 3. De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de mast of pyloon die zich op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente Ternat bevindt.
Berekeningswijze en tarief
Artikel 4. 1. De belasting wordt, voor het aanslagjaar 2026, vastgesteld op € 3.800 per jaar per mast of pyloon.
2. De belasting wordt, vanaf het aanslagjaar 2027, jaarlijks op 1 januari automatisch herzien op basis van de schommelingen van de gezondheidsindex, volgens volgende formule: Nieuw tarief = oud tarief x nieuwe index
Basisindex
De basisindex is de gezondheidsindex van toepassing voor de maand december 2025. De nieuwe index is de gezondheidsindex van toepassing in de loop van de maand december die voorafgaat aan de herziening van het bedrag van de belasting. De verkregen resultaten worden naar de hogere euro afgerond. De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd, er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan als de mast en/of pyloon in de loop van het jaar wordt weggenomen.
Vrijstellingen
Artikel 5. De belasting is niet verschuldigd voor constructies die uitsluitend of hoofdzakelijk dienen voor de productie van hernieuwbare energie, met inbegrip van maar niet beperkt tot:
De eigenaar dient, op verzoek van het gemeentebestuur, bewijsstukken voor te leggen waaruit het gebruik voor hernieuwbare-energieproductie blijkt.
Wijze van inning
Artikel 6. De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Aangifteplicht
Artikel 7. 1. De belastingplichtige is ertoe gehouden jaarlijks het aangifteformulier in te dienen bij het gemeentebestuur tegen uiterlijk 30 september van elk aanslagjaar. Dit formulier wordt vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
2. Wie geen aangifteformulier ontving, moet het document afhalen of aanvragen bij de gemeentelijke administratie, dienst Financiën – Gemeentehuisstraat 21 te 1740 Ternat, of is downloadbaar op de website www.ternat.be. De correct ingevulde, gedag- en genaamtekende aangifte moet uiterlijk 30 september van het aanslagjaar worden ingediend bij de administratie. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
3. Voorstel van aangifte
Procedure van ambtshalve vaststelling
Artikel 8. Bij gebrek aan aangifte voor de in artikel 7 gestelde aangiftedatum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover de administratie beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep. Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen vanaf de ontvangst van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Ambtshalve belasting
Artikel 9. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting en in geval van herhaling aan het dubbel van het bedrag. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Betaaltermijn
Artikel 10. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarprocedure
Artikel 11. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen de aanslag van de belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk, gemotiveerd en ondertekend worden ingediend. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Algemene bepalingen
Artikel 12. De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 (en latere wijzigingen) betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
Bestuurlijk toezicht
Artikel 13. Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Bekendmaking en inwerkingtreding
Artikel 14. Dit belastingreglement heft het vorige belastingreglement van 5 september 2024 op en treedt in werking op 1 januari 2026. Dit belastingreglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het decreet lokaal bestuur. Er wordt melding van gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.
De belasting op tweede verblijven evolueert enerzijds van een weeldebelasting naar een belasting ter compensatie van de aanvullende personenbelasting die de eigen inwoners betalen, anderzijds door het vaststellen van het oneigenlijk gebruik van het tweede verblijf, de domiciliefraude.
Voor haar algemene financiering heft de gemeente Ternat een belasting op tweede verblijven. De opbrengst van deze belasting wordt geraamd op € 23.000. De opbrengsten worden geboekt op jaarbudgetrekening JAAR/GBB/0020-00/7377000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Belastbaar voorwerp
Artikel 1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting geheven op tweede verblijven, gelegen op het grondgebied van de gemeente.
Begripsomschrijving
Artikel 2. Onder tweede verblijf moet worden verstaan, elke andere private woongelegenheid dan die welke voor het hoofdverblijf is aangewend, waarvan de gebruiker niet voor zijn hoofdverblijf is ingeschreven in het bevolkingsregister en waarover hij op elk ogenblik, hetzij als eigenaar, hetzij als huurder, hetzij als gebruiker kan beschikken - al dan niet tegen betaling - en dit ongeacht het feit of het gaat om woonhuizen, bungalows, appartementen, vakantie-, zomer- en weekendhuisjes, optrekjes of een andere vaste woongelegenheid, hierin begrepen de met chalets gelijkgestelde caravans.
Worden niet beschouwd als tweede verblijf:
Belastingplichtige
Artikel 3. De belasting is verschuldigd door de natuurlijke- of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf.
Zijn belastingplicht geldt ook:
Berekeningswijze en tarief
Artikel 4. De belasting wordt vastgesteld op € 2.573 per tweede verblijf. De belasting is ondeelbaar en voor het hele aanslagjaar door de belastingplichtige op 1 januari van het aanslagjaar verschuldigd. De belasting wordt jaarlijks op 1 januari automatisch geïndexeerd volgens volgende formule:
Nieuw tarief = oud tarief x nieuwe index
basisindex
De basisindex is de gezondheidsindex van toepassing voor de maand december 2025. De nieuwe index is de gezondheidsindex van toepassing in de loop van de maand december die voorafgaat aan de herziening van het bedrag van de belasting. De verkregen resultaten worden naar de hogere euro afgerond.
Vrijstellingen
Artikel 5. Als tweede verblijf wordt niet beschouwd:
Wijze van inning
Artikel 6. De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Meldingsplicht
Artikel 7. De belastingplichtige moet, uit eigen beweging, van zodra een op het grondgebied van de gemeente gelegen tweede verblijf niet meer gebruikt wordt als tweede verblijf of verkocht wordt, de gemeentelijke administratie hiervan schriftelijk in kennis stellen en de nodige bewijzen indienen.
Aangifteplicht
Artikel 8. 1. De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend, tegen uiterlijk 31 maart van elk aanslagjaar, moet worden terug gestuurd. Dit formulier is ook beschikbaar op de gemeentelijke website ternat.be.
2. De betrokkenen die geen formulier ontvangen hebben, zijn niettemin verplicht spontaan aan het gemeentebestuur de elementen te verstrekken, die nodig zijn voor de toepassing van de belasting en dit ten laatste één maand na aanwending als tweede verblijf, de eigendomsverwerving of de ingebruikneming. Indien de gebruiker ook eigenaar is van het tweede verblijf, is de initiële aangifte, behoudens bij wijziging, geldig tot de opzegging.
3. Vrijstelling van de aangifteverplichting
3.1. Een belastingplichtige is vrijgesteld van de in artikel 7.1 voorgeschreven aangifteplicht, op voorwaarde dat hij/zij voor het vorige aanslagjaar werd aangeslagen op basis van een tijdig ingediende aangifte of een voorstel van aangifte dat zo nodig tijdig werd verbeterd of vervolledigd.
Een belastingplichtige kan niettemin verplicht worden een aangifteformulier in te dienen, indien hem/haar dat uitdrukkelijk wordt gevraagd door de administratie.
3.2. Aan de belastingplichtige wordt een voorstel van aangifte ter beschikking gesteld. Het voorstel van aangifte wordt uitgereikt door de administratie en vermeldt de gegevens waarover de administratie beschikt.
3.3. Indien op het voorstel van aangifte onjuistheden of onvolledigheden zijn vermeld of indien de voorgedrukte gegevens niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar, moet de belastingplichtige uiterlijk tegen de in artikel 7.1 gestelde termijn het voorstel van aangifte gedag- en genaamtekend indienen bij de administratie met een duidelijke en volledige vermelding en opgave op het voorstel van aangifte van de correcte gegevens en/of alle verbeteringen of vervolledigingen. Het is de belastingplichtige die dient te bewijzen dat hij/zij het (verbeterd of vervolledigd) voorstel van aangifte tijdig indiende. Indien het voorstel van aangifte evenwel geen onjuistheden of onvolledigheden bevat en alle voorgedrukte gegevens stroken met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar, moet de belastingplichtige het voorstel van aangifte niet indienen bij de administratie.
3.4. Het voorstel van aangifte, dat zo nodig wordt verbeterd of vervolledigd binnen de in artikel 7.1 gestelde termijn, heeft dezelfde waarde als een tijdig ingediende aangifte. Indien de belastingplichtige evenwel de in artikel 7.3.3 voorziene verplichting niet tijdig naleeft en/of onjuiste en/of onvolledige gegevens vermeldt en/of foutieve verbeteringen aanbrengt op het voorstel van aangifte, wordt het voorstel van aangifte gelijkgesteld met een gebrek aan aangifte binnen de in artikel 7.1 gestelde termijn en/of met een onjuiste aangifte en zijn de bepalingen van artikel 8 van toepassing.
Procedure van ambtshalve vaststelling
Artikel 9. Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 7 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover de administratie beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep. Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Ambtshalve belasting
Artikel 10. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Betaaltermijn
Artikel 11. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarprocedure
Artikel 12. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen de aanslag van deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk, gemotiveerd en ondertekend worden ingediend. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.
Algemene bepalingen
Artikel 13. De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 (en latere wijzigingen) betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
Bestuurlijk toezicht
Artikel 14. Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Bekendmaking en inwerkingtreding
Artikel 15. Dit belastingreglement heft het vorige belastingreglement van 5 september 2024 op en treedt op 1 januari 2026 in werking. De bekendmaking alsook de inwerkingtreding van deze verordening gebeurt respectievelijk en overeenkomstig artikels 285 t.e.m. 288 van het decreet lokaal bestuur.
De afgifte van allerlei administratieve stukken in het kader van de VCRO, omgevingsvergunning en aanverwante wetgeving is dikwijls zeer arbeidsintensief en het is gepast hiervoor van de belanghebbenden een belasting te eisen.
Voor haar algemene financiering heft de gemeente Ternat een belasting op afgifte van vergunningsaanvragen en meldingen in het kader van de omgevingsvergunning. De opbrengst van deze belasting wordt geraamd op € 117.222. De opbrengsten worden geboekt op jaarbudgetrekening JAAR/GBB/0020-00/7316000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Belastbaar voorwerp
Artikel 1. De gemeente Ternat heft met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 een belasting op de meldingen en aanvragen bedoeld in het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (B.S. 23 oktober 2014), de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 (VCRO), het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) en de daarbij horende besluiten.
Belastingplichtige
Artikel 2. De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de aanvraag of melding heeft ingediend en bij gebreke daarvan de vergunninghouder of exploitant.
Berekeningswijze en tarief
Artikel 3. 1. De belasting is verschuldigd ongeacht het bestuursniveau waar de aanvraag of melding van de omgevingsvergunning wordt gedaan en ongeacht het bestuursniveau dat dient te beslissen.
|
|
2. De belasting wordt, vanaf het aanslagjaar 2027, jaarlijks op 1 januari automatisch herzien op basis van de schommelingen van de gezondheidsindex, volgens volgende formule:
Nieuw tarief = oud tarief x nieuwe index
Basisindex
De basisindex is de gezondheidsindex van toepassing voor de maand december 2025. De nieuwe index is de gezondheidsindex van toepassing in de loop van de maand december die voorafgaat aan de herziening van het bedrag van de belasting. Na indexering wordt het nieuwe tarief van de belasting afgerond naar de hogere euro.
Afwijking en vrijstelling
Artikel 4. Vrijstellingen worden gerechtvaardigd om maatschappelijke en sociale redenen. Het belasten van aanvragen die kaderen binnen een publieke of sociale opdracht zou neerkomen op een interne doorrekening van publieke middelen en kan de verwezenlijking van het algemeen belang belemmeren. Door vrijstellingen te voorzien wordt sociale rechtvaardigheid gewaarborgd, blijft het reglement doelmatig en wordt de maatschappelijke meerwaarde van bepaalde vergunningen erkend.
Aldus zijn dossiers ingediend door of in naam van volgende entiteiten vrijgesteld van de belasting:
De belasting is niet verschuldigd wanneer de melding (art. 106 e.v. DOV) wordt ingetrokken alvorens er een beslissing over wordt genomen (aktename of weigering aktename).
De belasting is niet verschuldigd wanneer de aanvraag tot omgevingsvergunning onvolledig en/of onontvankelijk wordt verklaard of wanneer de aanvraag wordt ingetrokken alvorens deze volledig of onvolledig en/of onontvankelijk wordt verklaard.
Wijze van inning
Artikel 5. De belasting wordt contant ingevorderd, via overschrijving op rekening van het gemeentebestuur. Bij gebreke van betaling wordt de belasting ingekohierd, conform het gemeentelijk retributiereglement betreffende de vaststelling van de invorderingskosten voor fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Bezwaarprocedure
Artikel 6. De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk, gemotiveerd en ondertekend worden ingediend. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na de indiening ervan.
Algemene bepalingen
Artikel 7. De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 (en latere wijzigingen) betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
Bestuurlijk toezicht
Artikel 8. Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Bekendmaking en inwerkingtreding
Artikel 9. Onderhavig belastingreglement treedt in werking op 1 januari 2026 voor alle aanvragen die vanaf die datum worden ingediend. Aanvragen die voor 1 januari 2026 zijn ingediend, maar nog niet zijn behandeld, vallen onder het vorige belastingreglement, goedgekeurd op 30 mei 2024 door de gemeenteraad.
De bekendmaking alsook de inwerkingtreding van deze verordening gebeurt respectievelijk en overeenkomstig artikels 285 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur.
Amendement dat wordt aangebracht:
In artikel 10 wordt een 4de punt toegevoegd:
"De eerste schijf van 750 m³ van woningen en gebouwen wordt vrijgesteld van de bouwbelasting (0 euro / m³)."
Enig artikel. Het amendement wordt aangenomen.
Amendement dat wordt aangebracht:
In artikel 10 wordt bij het 3de punt toegevoegd: "Sowieso geldt een vrijstelling voor de eerste 50 m² verharding in de voortuin (0 euro / m³)."
Enig artikel. Het amendement wordt aangenomen.
Amendement dat wordt aangebracht:
In artikel 5 wordt toegevoegd: "Voor de agrarische bedrijven bedraagt de belasting € 100 per begonnen schijf van 50 m³ bouwvolume."
Motivering voor een lagere bouwbelasting per m³ voor agrarische bedrijven
Agrarische bedrijven onderscheiden zich fundamenteel van andere economische sectoren door hun aard en bedrijfsvoering. Er zijn meerdere redenen waarom een lagere bouwbelasting per kubieke meter gerechtvaardigd is:
Lager economisch rendement per vierkante meter
In tegenstelling tot industriële of commerciële ondernemingen genereren agrarische bedrijven doorgaans een veel lager financieel rendement per m² bebouwde oppervlakte. Hun activiteiten zijn sterk afhankelijk van grondgebonden productie, waarbij de toegevoegde waarde per m³ gebouwde ruimte beperkt blijft. Een gelijke belastingdruk zou deze bedrijven onevenredig zwaar treffen.
Grote ruimtebehoefte door de aard van de activiteiten
Agrarische bedrijven hebben nood aan omvangrijke gebouwen zoals stallen, loodsen en opslagruimtes voor vee, voer en machines. Deze constructies zijn functioneel en volumineus, maar niet luxueus. Het hoge volume is een technische vereiste, geen economische luxe. Een belasting die louter op m³ is gebaseerd, zonder rekening te houden met deze noodzaak, zou leiden tot een disproportionele belastingdruk.
Conclusie
Een gedifferentieerde bouwbelasting die rekening houdt met het lagere rendement, de grote functionele ruimtebehoefte en het maatschappelijk belang van agrarische bedrijven is niet alleen billijk, maar ook economisch en sociaal verantwoord.
Enig artikel. Het amendement wordt aangenomen.
De gemeente staat onder een toenemende ruimtelijke druk en streeft naar een duurzaam, kwalitatief en efficiënt gebruik van de beschikbare ruimte. Bouw- en verbouwactiviteiten, evenals het aanleggen van zwembaden, zwemvijvers en bijkomende verhardingen, hebben een aanzienlijke impact op de gemeentelijke infrastructuur, de openbare ruimte, de mobiliteit, de waterhuishouding en de leefomgevingskwaliteit.
Om het creëren van nieuwe wooneenheden mogelijk te maken en tegemoet te komen aan de woonnood, is het noodzakelijk om bijkomende investeringen te voorzien in infrastructuur, leefbaarheid en klimaatbestendige maatregelen zoals waterbuffering, parken en schaduwrijke ruimtes. De huidige belasting vormt een passend instrument om deze kosten te compenseren en een zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik te stimuleren, binnen een kwalitatieve woonomgeving.
De uitzondering voorzien in dit reglement voor zorgwonen is gerechtvaardigd omdat een bijkomende wooneenheid voor zorgwonen per definitie tijdelijk is en wordt gecreëerd om tegemoet te komen aan concrete zorgnoden waardoor mensen langer in een woning kunnen blijven wonen in plaats van naar een verzorgingsinstelling te moeten verhuizen. Op die manier wil het gemeentebestuur levenslang (thuis)wonen bevorderen.
Om de belasting proportioneel en rechtvaardig te maken, wordt ze berekend op basis van het toegenomen bouwvolume. Wanneer een gebouw met dezelfde hoofdfunctie wordt vervangen en de sloop deel uitmaakt van de vergunningsaanvraag, wordt enkel het verschil in bouwvolume belast. Dit is billijk omdat dergelijke projecten in hoofdzaak een bestaande situatie vernieuwen en in beginsel geen substantiële bijkomende druk op infrastructuur of ruimtegebruik veroorzaken, zoals andere vormen van herbouw in beginsel wel doen.
Dossiers die worden ingediend als regularisatie van reeds uitgevoerde, niet vooraf vergunde handelingen, verschillen wezenlijk van vooraf vergunde projecten doordat zij: (i) bijkomende onderzoekskosten, planlasten en handhavingscoördinatie meebrengen (dossierreconstructie, controle op conformiteit en impactmitigatie), (ii) de ruimtelijke planning en rechtszekerheid onder druk zetten, en (iii) een onevenwicht kunnen creëren ten aanzien van aanvragers die voorafgaand vergunning verkregen. Dat het om die objectieve redenen en met het oog op rechtszekerheid en preventie van ongeoorloofde uitvoeringen, verantwoord is te voorzien in een gedifferentieerd tarief voor regularisaties.
Het hogere tarief voor zwembaden, zwemvijvers en verhardingen is verantwoord omdat deze ingrepen een wezenlijke impact hebben op de waterhuishouding en bijkomende compenserende maatregelen vereisen. De gemeente wil een klimaatbewust ruimtegebruik stimuleren.
Het hogere tarief voor bijkomende wooneenheden binnen een gebouw met derde of hogere bouwlaag weerspiegelt de bijkomende inspanningen die nodig zijn om deze vorm van verdichting kwalitatief mogelijk te maken. Dergelijke ingrepen dragen bij aan een efficiënter ruimtegebruik en bijkomend woonaanbod, maar vragen tegelijk extra investeringen in gemeentelijke infrastructuur, nutsvoorzieningen, mobiliteit en de leefkwaliteit van de omgeving. Het hogere tarief staat in verhouding tot deze noodzakelijke investeringen en ondersteunt een evenwichtige inpassing in het bestaande weefsel.
De volumebelasting houdt rekening met de toename van het fysieke ruimtebeslag als gevolg van bouw- en uitbreidingswerken, terwijl het forfait voor bijkomende wooneenheden binnen een gebouw met derde of hogere bouwlaag gericht is op het opvangen van de bijkomende belasting op publieke voorzieningen en infrastructuur. Beide heffingen hebben een complementair karakter en worden om die reden gezamenlijk toegepast.
Projecten van overheden, sociale huisvestingsmaatschappijen, instellingen van openbaar nut en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden dienen een publiek belang en dragen bij aan maatschappelijke basisvoorzieningen. Het is daarom niet passend om deze actoren bijkomend te belasten voor investeringen die de gemeenschap rechtstreeks ten goede komen.
Sociale huisvesting vervult een essentiële rol in het realiseren van een betaalbaar en inclusief woonaanbod. Om de ontwikkeling van sociale wooneenheden te stimuleren, worden deze niet meegeteld bij de berekening van de belasting. Indien de sociale bestemming niet wordt gerealiseerd, wordt de belasting alsnog geheven om misbruik te voorkomen en te verzekeren dat de vrijstelling enkel wordt toegepast wanneer het sociale doel effectief wordt bereikt.
Werken die volgens de regelgeving zijn vrijgesteld van vergunningsplicht, worden ook vrijgesteld van belasting. Deze ingrepen worden door de wetgever als beperkt in impact beschouwd, waardoor het proportioneel is om ze niet te onderwerpen aan dezelfde belastingregels als vergunningsplichtige projecten.
Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente te financieren.
Ingevolge drie aangenomen amendementen, ingediend door de raadslid Gunter Desmet namens #Volks worden volgende wijzigingen aangebracht in het reglement:
"De eerste schijf van 750 m³ van woningen en gebouwen wordt vrijgesteld van de bouwbelasting (0 euro / m³)."
"Sowieso geldt een vrijstelling voor de eerste 50 m² verharding in de voortuin (0 euro / m³)."
"Voor de agrarische bedrijven bedraagt de belasting € 100 per begonnen schijf van 50 m³ bouwvolume."
Voor haar algemene financiering heft de gemeente Ternat een belasting op bouwen. De opbrengst van deze belasting wordt geraamd op € 100.000. De opbrengsten worden geboekt op jaarbudgetrekening JAAR/GBB/0020-00/7370000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Werking in de tijd van het belastingreglement
Artikel 1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een gemeentebelasting geheven op:
Met ingang van 1 januari 2026 wordt het belastingreglement op het bouwen, herbouwen en verbouwen van woningen en gebouwen en meerdere wooneenheden en bouwpercelen, goedgekeurd op de gemeenteraad van 30 november 2023 en van toepassing sinds 1 januari 2024 vervangen door onderhavige beslissing van de gemeenteraad.
Onderhavig belastingreglement zal vanaf 1 januari 2026 van toepassing zijn voor alle aanvragen tot omgevingsvergunning waarvoor in eerste aanleg nog geen beslissing is genomen. Voor alle aanvragen voor omgevingsvergunningen waarvoor op 1 januari 2026 reeds een beslissing in eerste aanleg is genomen, blijft het reglement, goedgekeurd op de gemeenteraad van 30 november 2023, van kracht.
Belastbaar voorwerp en tijdstip
Artikel 2. Er wordt een gemeentebelasting geheven op:
De belasting is verschuldigd vanaf het ogenblik dat de omgevingsvergunning uitvoerbaar is, dit wil zeggen: vanaf het moment waarop de vergunning overeenkomstig de bepalingen van de VCRO en het Omgevingsvergunningsdecreet mag worden uitgevoerd, na het verstrijken van de wachttermijnen en eventuele schorsende beroepen.
Definities
Artikel 3. Een wooneenheid is een ruimte of geheel van aaneensluitende ruimten hoofdzakelijk bestemd voor de huisvesting van een gezin, alleenstaande of groep van samenlevende personen.
Onder bijkomende wooneenheid wordt verstaan: de realisatie van een bijkomende wooneenheid ten opzichte van het aantal vergunde of vergund geachte wooneenheden op het ogenblik van de aanvraag tot omgevingsvergunning en dit op dezelfde kavel, bouwperceel of binnen, bovenop of palend aan een bestaand gebouw. Bij regularisatieaanvragen wordt het aantal bijkomende wooneenheden bepaald door vergelijking met de laatst rechtsgeldig vergunde of vergund geachte toestand voor het uitvoeren van de werken, die het voorwerp uitmaken van de regularisatie.
Als bijkomende wooneenheid wordt niet beschouwd:
Belastingplichtige
Artikel 4. De belasting is verschuldigd door de aanvrager van de omgevingsvergunning. De aanvrager van de omgevingsvergunning blijft aangeduid als belastingplichtige ook in geval van overdracht van de vergunning. De eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker van het gebouw of de wooneenheid of het bouwperceel is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting. In geval van onverdeeldheid zijn alle mede-eigenaars of mede-houders van een zakelijk recht zoals bedoeld in de vorige paragraaf hoofdelijk gehouden met de aanvrager van de omgevingsvergunning tot betaling van de belasting.
Berekeningswijze en tarief
Artikel 5. Belastingtarief op het bouwen, herbouwen en uitbreiden van woningen en andere gebouwen
De belasting wordt berekend op basis van het toegenomen bouwvolume, met name:
De belasting bedraagt € 200 per begonnen schijf van 50 m³ bouwvolume. De belasting is van toepassing op alle types gebouwen en overdekte constructies.
Voor de agrarische bedrijven bedraagt de belasting € 100 per begonnen schijf van 50 m³ bouwvolume.
Artikel 6. Belastingtarief op het creëren van bijkomende wooneenheden binnen een gebouw met derde of hogere bouwlaag.
De belasting wordt berekend op het totaal aantal bijkomende wooneenheden, gecreëerd door het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen binnen een bestaand of nieuw gebouw met derde of hogere bouwlaag, en bedraagt € 20.000 per bijkomende wooneenheid, ongeacht op welke bouwlaag deze wooneenheid zich bevindt.
Artikel 7. Belastingtarief op het aanleggen van zwembaden, zwemvijvers en verhardingen.
De belasting wordt berekend op basis van de oppervlakte van de zwembaden, zwemvijvers en verhardingen en bedraagt € 500 per begonnen schijf van 50 m².
Artikel 8.De belasting wordt jaarlijks, op 1 januari automatisch herzien op basis van de schommelingen van de gezondheidsindex, volgens volgende formule:
Nieuw tarief = oud tarief x nieuwe index
Basisindex
De basisindex is de gezondheidsindex van toepassing voor de maand december 2025. De nieuwe index is de gezondheidsindex van toepassing in de loop van de maand december die voorafgaat aan de herziening van het bedrag van de belasting. Na indexering wordt het nieuwe tarief van de belasting afgerond naar de hogere euro.
Artikel 9. Indien een omgevingsproject meerdere belastbare handelingen omvat, wordt de belasting per onderscheiden belastbare grondslag berekend en vervolgens gecumuleerd. Onder onderscheiden belastbare grondslagen wordt verstaan: (i) het toegenomen bouwvolume zoals bedoeld in artikel 5, (ii) het aantal bijkomende wooneenheden zoals bedoeld in artikel 6, en (iii) de belastbare oppervlakten zoals bedoeld in artikel 7. De cumulatie leidt niet tot dubbele belasting voor hetzelfde element, aangezien elk onderdeel op een eigen objectieve grondslag wordt geheven.
Indien de aanvraag tot omgevingsvergunning een (gedeeltelijke) regularisatie betreft, wordt het totale belastingtarief verdubbeld.
Vrijstelling
Artikel 10. Vrijstellingen:
1. Dossiers ingediend door of in naam van volgende entiteiten zijn vrijgesteld van de belasting:
2. Indien er sociale wooneenheden opgenomen worden in de omgevingsvergunning, zullen deze sociale wooneenheden niet meegeteld worden voor het berekenen van de belasting. De aanvrager van de omgevingsvergunning moet desgevallend een overeenkomst met een sociale huisvestingsmaatschappij en/of sociaal verhuurkantoor toevoegen. De overeenkomst met het sociaal verhuurkantoor heeft een duurtijd van minstens 18 jaar.
Indien zou blijken dat de betrokken wooneenheden alsnog niet ingevuld worden in het kader van sociale huisvesting, zal alsnog de belasting geheven worden. De belasting wordt alsdan verschuldigd op het ogenblik van de vaststelling dat niet voldaan werd aan de bestemming van sociale huisvesting.
3. De van vergunning vrijgestelde zwembaden, zwemvijvers en verhardingen zijn vrijgesteld van de belasting en worden dus niet meegenomen in de berekening van artikel 7.
Sowieso geldt een vrijstelling voor de eerste 50 m² verharding in de voortuin (0 euro / m³).
4. De eerste schijf van 750 m³ van woningen en gebouwen wordt vrijgesteld van de bouwbelasting (0 euro / m³).
Wijze van inning
Artikel 11. De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Bezwaarprocedure
Artikel 12. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk, gemotiveerd en ondertekend worden ingediend. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgende op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Algemene bepalingen
Artikel 13. De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 (en latere wijzigingen) betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
Bestuurlijk toezicht
Artikel 14. Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Bekendmaking en inwerkingtreding
Artikel 15. Dit belastingreglement heft het vorige belastingreglement van 29 juni 2023 op, treedt in werking op 1 januari 2026 en geldt voor alle aanvragen tot omgevingsvergunning waarvoor op 1 januari 2026 nog geen beslissing in eerste aanleg is genomen.
De bekendmaking van deze verordening gebeurt overeenkomstig artikels 285 t.e.m. 288 van het decreet lokaal bestuur.
Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet)
De gemeente wenst een belasting te heffen op het huis-aan-huis verspreiden van niet-geadresseerd drukwerk en daarmee gelijkgestelde producten, met als doel enerzijds te zorgen voor minder en gerichter drukwerk en anderzijds bij te dragen aan de gezonde financiële toestand van de gemeente.
Het ongevraagd en systematisch verspreiden van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten in alle brievenbussen of op de openbare weg is nadelig voor het milieu, het verhoogt het volume papierafval en brengt bijkomende kosten mee van onder meer afhaling en verwerking. Het beginsel dat ‘de vervuiler betaalt’ betekent dat de kosten voor maatregelen ter voorkoming, vermindering en bestrijding van verontreiniging en voor het herstellen van schade voor rekening zijn van de vervuiler.
De gemeente maakt kosten voor de ophaling en de verwerking van het afval dat veroorzaakt wordt door de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken. Een verantwoorde differentiatiecriteria dient vastgesteld voor de toepassing van het belastingreglement en het verschil in tarifering.
De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van rendabele belastingen.
Voor haar algemene financiering heft de gemeente Ternat een belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken. De opbrengst van deze belasting wordt geraamd op € 140.000. De opbrengsten worden geboekt op jaarbudgetrekening JAAR/GBB/0020-00/7342400/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Belastbaar voorwerp
Artikel 1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting geheven op de voor de inwoners kosteloze verspreiding aan huis van niet-geadresseerde drukwerken met handelskarakter en daarmee gelijkgestelde producten.
Begripsomschrijving
Artikel 2. In het kader van dit reglement wordt het volgende verstaan onder:
Belastingplichtige
Artikel 3. De belasting is verschuldigd door de verantwoordelijke uitgever. Wanneer de verantwoordelijke uitgever geen aangifte gedaan heeft of niet gekend is, is de belasting in afnemende volgorde verschuldigd door de genieter wiens naam, logo of embleem het niet-geadresseerde drukwerk of gelijkgesteld product draagt, de opdrachtgever van de verdeler of de verdeler zelf.
lndien de verantwoordelijke uitgever in het buitenland is gevestigd, is de belasting verschuldigd door de Belgische vestiging van de verantwoordelijke uitgever.
Wanneer er geen Belgische vestiging is, is de belasting in afnemende volgorde verschuldigd door de genieter wiens naam, logo of embleem het niet-geadresseerd drukwerk of gelijkgesteld product draagt, de opdrachtgever van de verdeler of de verdeler zelf.
De genieter wiens naam, logo of embleem het niet geadresseerde drukwerk of gelijkgesteld product draagt is steeds hoofdelijk gehouden tot betaling van de belasting.
Tarief
Artikel 4. 1. De belasting wordt, voor het aanslagjaar 2026, als volgt vastgesteld:
2. De belasting wordt, vanaf het aanslagjaar 2027, jaarlijks op 1 januari automatisch herzien op basis van de schommelingen van de gezondheidsindex, volgens volgende formule:
Nieuw tarief = oud tarief x nieuwe index
basisindex
De basisindex is de gezondheidsindex van toepassing voor de maand december 2025. De nieuwe index is de gezondheidsindex van toepassing in de loop van de maand december die voorafgaat aan de herziening van het bedrag van de belasting.
Berekeningswijze
Artikel 5. Het te betalen bedrag wordt bekomen door het hierboven vermelde belastingtarief te vermenigvuldigen met het aantal brievenbussen waarover het drukwerk verdeeld wordt. Indien er slechts in een bepaald deel van de gemeente wordt verspreid, dan worden alleen de brievenbussen in dit deel in rekening gebracht.
Het aantal brievenbussen wordt opgevraagd bij bpost en wordt vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen in het eerste kwartaal van elk dienstjaar.
Indien verscheidene drukwerken samen worden verspreid zonder dat ze op een permanente of vaste wijze één geheel vormen, wordt ieder drukwerk als een apart exemplaar beschouwd. Als één geheel vormend wordt beschouwd de drukwerken die ofwel in een catalogus of een blaadje zijn opgenomen ofwel aaneen geniet of geplakt zijn ofwel op iedere andere wijze zijn samengebracht waardoor de drukwerken niet losbladig zijn.
Vrijstellingen
Artikel 6. Worden van de belasting vrijgesteld:
Wijze van inning
Artikel 7. De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Aangifteplicht
Artikel 8. De belastingplichtige moet aangifte doen bij het bestuur op een door het bestuur voorgeschreven aangifteformulier en dit rekening houdende met de volgende aangiftedata:
Voorwaarde tot verspreiding
Artikel 9. Elke adverteerder of verdeler die niet-geadresseerde drukwerken wenst te verspreiden op het grondgebied van de gemeente, is verplicht zich vooraf te melden bij het gemeentebestuur.
Procedure van ambtshalve vaststelling
Artikel 10. Bij gebrek aan aangifte, bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het bestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Bij verspreiding in brievenbussen wordt het aantal exemplaren drukwerk of gelijkgestelde producten ambtshalve bepaald op het aantal brievenbussen dat jaarlijks in de maand januari door het college van burgemeester en schepenen wordt vastgesteld volgens de gegevens van bpost.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Belastingverhoging
Artikel 11. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Betaaltermijn
Artikel 12. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarprocedure
Artikel 13. De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk, gemotiveerd en ondertekend worden ingediend. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.
Algemene bepalingen
Artikel 14. De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 (en latere wijzigingen) betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
Bestuurlijk toezicht
Artikel 15. Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Bekendmaking en inwerkingtreding
Artikel 16. Dit belastingreglement treedt in werking op 1 januari 2026.
De bekendmaking alsook de inwerkingtreding van deze verordening gebeurt respectievelijk en overeenkomstig artikels 285 t.e.m. 288 van het decreet lokaal bestuur.
Door dit besluit wordt het besluit van deze raad van 22 december 2022 met betrekking tot hetzelfde belastbaar voorwerp ingetrokken.
De gemeente is bevoegd voor het toezicht op de veiligheid, de rust en de reinheid op de openbare wegen. De private ingebruikname van het openbaar domein en/of privaat domein grenzend aan de openbare weg geeft aanleiding tot passende maatregelen vanwege de gemeente.
Het eigendomscriterium met een daaraan gekoppelde gedifferentieerde tariefstructuur laat op adequate wijze toe om, bij benadering en in overeenstemming met het beginsel van de verdelende rechtvaardigheid, de belasting vast te stellen.
Voor haar algemene financiering heft de gemeente Ternat een belasting op het privaat in gebruik nemen van het openbaar domein en/of privaat domein grenzend aan het openbaar domein. De opbrengst van deze belasting wordt geraamd op € 84.000. De opbrengsten worden geboekt op jaarbudgetrekening JAAR/GBB/0020-00/7360000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Artikel 1. Ten behoeve van de gemeente wordt een contante belasting geheven op de inname van het openbaar domein alsook op de kramen, winkelwagens, frituurkramen en andere dergelijke, mobiele constructies welke zijn opgesteld als verkooppunt op privaat domein gelegen langsheen de openbare weg.
Begripsomschrijving
Artikel 2. Een activiteit met handelskarakter op openbaar domein wordt beschouwd als inname van openbaar domein.
Belastingplichtige
Artikel 3. De belasting is verschuldigd door de aanvrager.
Berekeningswijze en tarief
Artikel 4. De belasting wordt als volgt vastgesteld:
Markten:
Avond- en jaarmarkten:
Buiten de georganiseerde markten voor kramen met verkooppunt op openbaar domein:€ 15/dag
Buiten de georganiseerde markten voor eet- en andere kramen met verkooppunt op privaat domein:
Kermissen:
1. voor Sinksenkermis:
2. voor Statiekermis:
3. voor Jaarmarkt:
4. In de deelgemeenten Wambeek en Sint-Katherina-Lombeek:
Circussen:
Werken:
Op het tijdelijk in gebruik nemen van de openbare weg o.a. voor werkzaamheden verricht door aannemers, ambachtslieden en andere privépersonen (plaatsen van bouwmaterialen, hijstoestellen, stellingen, containers en andere voorwerpen):
Toelating/vergunning
De aanvrager moet toelating bekomen van het gemeentebestuur.
Wijze van inning
Artikel 5. 1. De belasting dient te worden betaald via overschrijving op rekening van het gemeentebestuur na ontvangst van een factuur.
2. Bij gebrek aan betaling wordt de belasting ingekohierd.
Terugbetaling
Artikel 6. 1. Enkel in uitzonderlijke gevallen, zoals langdurige ziekte, ongeval, overmacht, ... en na het voorleggen van afdoende bewijsstukken, kan overgegaan worden tot terugbetaling van de belasting. De aanvrager dient het gemeentebestuur uiterlijk 24 u vóór de geplande inname in kennis te stellen van de niet-inname. Laattijdige verwittigingen kunnen geen enkele aanleiding geven tot terugbetaling.
2. In voornoemd geval zal de periode begrepen tussen de aanvang van de non-activiteit en het einde van de looptijd van het abonnement terugbetaald worden.
3. In geval het college van burgemeester en schepenen een vergunning zou intrekken of schorsen is er een terugbetaling mogelijk maar er is evenwel geen enkel recht op schadevergoeding.
Vrijstellingen
Artikel 7. Volgende activiteiten worden vrijgesteld van onderhavige belasting:
Bestuurlijk toezicht
Artikel 8. Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Bekendmaking en inwerkingtreding
Artikel 9. Dit belastingreglement treedt in werking op 1 januari 2026 en vervangt de raadsbeslissing van 30 september 2021 betreffende de gemeentebelasting aangaande het privaat in gebruik nemen van het openbaar domein.
De bekendmaking alsook de inwerkingtreding van deze verordening gebeurt respectievelijk en overeenkomstig artikels 285 t.e.m. 288 van het decreet lokaal bestuur.
Deze belasting zal bijdragen aan de financiële noden van de gemeente.
Voor haar algemene financiering heft de gemeente Ternat een aanvullende belasting op de personenbelasting. De opbrengst van deze belasting wordt geraamd op € 7.694.105.
De opbrengsten worden geboekt op jaarbudgetrekening JAAR/GBB/0020-00/7301000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Aanslagvoet
Artikel 1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2. De belasting wordt vastgesteld op 6,9 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Wijze van inning
Artikel 3. De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Bestuurlijk toezicht
Artikel 4. Deze beslissing wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Bekendmaking en inwerkingtreding
Artikel 5. De bekendmaking alsook de inwerkingtreding van deze verordening gebeurt respectievelijk en overeenkomstig artikels 285 t.e.m. 288 van het decreet lokaal bestuur.
Het doel van de belasting is een compenserende vergoeding voor niet-aangelegde parkeerplaatsen en/of fietsenstallingen. De belasting is niet sanctionerend.
Voor haar algemene financiering heft de gemeente Ternat een belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen. De opbrengst van deze belasting wordt geraamd op € 125.000.
De opbrengsten worden geboekt op jaarbudgetrekening JAAR/GBB/0020-00/7373000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Belastbaar voorwerp
Artikel 1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een gemeentebelasting geheven op het ontbreken van parkeerplaatsen en/of fietsenstallingen bij het optrekken van nieuwe gebouwen, het uitvoeren van bestemmingswijzigingen of het uitvoeren van verbouwingswerken die vallen onder de toepassing van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 6 november 2013.
Hoofdstuk 1: Voor eengezinswoningen als bedoeld in art. 5.4.1 en 5.4.2 van de stedenbouwkundige verordening.
Artikel 2. De jaarlijkse belasting is voor het eerst verschuldigd:
1. op het ogenblik van de eerste ingebruikname van het bouwwerk; of
2. op het ogenblik dat de bestemming van een aangelegde parkeerplaats en/of fietsenstalling gewijzigd wordt; of
3. op het ogenblik dat wordt vastgesteld dat de in de bouwvergunning voorziene parkeerplaats en/of fietsenstalling niet werd aangelegd en het gebouw reeds in gebruik werd genomen.
De belasting is daarna nog verschuldigd gedurende negen bijkomende kalenderjaren volgend op kalenderjaar van het in het eerste lid vastgestelde ogenblik, en dit voor zover er op 1 januari van dat kalenderjaar (nog) niet voldaan is aan de verplichtingen van de stedenbouwkundige verordening. Als er alsnog voldaan wordt aan de stedenbouwkundige verordening is de belasting niet meer verschuldigd voor de resterende kalenderjaren, uiteraard zolang er aan de stedenbouwkundige verordening voldaan blijft. De belasting is ondeelbaar en is niet pro rata temporis inbaar noch terugbetaalbaar.
Belastingplichtige
Artikel 3. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht van de ééngezinswoning op het ogenblik dat de belasting verschuldigd is.
Berekeningswijze en tarief
Artikel 4.
De belasting wordt, voor het aanslagjaar 2026, als volgt vastgesteld:
Hoofdstuk 2: Voor andere bouwwerken als bedoeld in art. 5.4.1 en 5.4.2 van de stedenbouwkundige verordening.
Belastingplichtige
Artikel 5. De belasting is verschuldigd door:
1. de houder van de stedenbouwkundige vergunning die de vereiste parkeerplaats en/of fietsenstalling niet heeft aangelegd omdat het onmogelijk is, omdat het door de overheid niet wordt toegelaten, of om elke andere reden
2. de eigenaar die de bestemming van een parkeerplaats en/of fietsenstalling heeft gewijzigd zodat niet meer voldaan is aan de bepalingen van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening op het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.
Berekeningswijze en tarief
Artikel 6. 1. De belasting wordt, voor het aanslagjaar 2026, als volgt vastgesteld:
2. De belasting wordt, vanaf het aanslagjaar 2027, jaarlijks op 1 januari automatisch herzien op basis van de schommelingen van de gezondheidsindex, volgens volgende formule:
Nieuw tarief = oud tarief x nieuwe index
Basisindex
De basisindex is de gezondheidsindex van toepassing voor de maand december 2025. De nieuwe index is de gezondheidsindex van toepassing in de loop van de maand december die voorafgaat aan de herziening van het bedrag van de belasting. De verkregen resultaten worden naar de hogere euro afgerond.
Hoofdstuk 3: Gemeenschappelijke bepalingen
Wijze van inning
Artikel 7. De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Bezwaarprocedure
Artikel 8. De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk, gemotiveerd en ondertekend worden ingediend. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgende op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na de indiening ervan.
Algemene bepalingen
Artikel 9. De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 (en latere wijzigingen) betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
Bestuurlijk toezicht
Artikel 10. Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Bekendmaking en inwerkingtreding
Artikel 11. Dit belastingreglement heft het vorige belastingreglement van 19 december 2019 op en treedt in werking op 1 januari 2026. De bekendmaking alsook de inwerkingtreding van deze verordening gebeurt respectievelijk en overeenkomstig artikels 285 t.e.m. 288 van het decreet lokaal bestuur.
Wanneer een schuldenaar in gebreke blijft om een vordering (tijdig) te betalen, is in dit geval de aanrekening van bijkomende invorderingskosten op de schuldenaar gerechtvaardigd.
Voor haar algemene financiering heft het lokaal bestuur Ternat een retributie op de invorderingskosten voor fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Artikel 1. Er wordt een retributie geheven voor de innings- en aanmaningskosten van openstaande fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Artikel 2. De retributie is verschuldigd door de debiteur, die wegens laattijdigheid met het betalen van de openstaande schuld, een aanmaningsbrief ontvangt.
Artikel 3. De inningsprocedure verloopt als volgt:
Artikel 4. De retributie (vanaf de tweede en tevens laatste waarschuwing) wordt vastgesteld op een vast bedrag voor port- en administratiekosten ten bedrage van € 25.
Artikel 5. Bij gedeeltelijke betaling zullen eerst de volgens onderhavig retributiereglement aangerekende kosten (port- en administratiekosten) aangezuiverd worden, en vervolgens de openstaande ontvangst (in hoofdsom).
Artikel 6. De invordering van de retributie zal gebeuren – samen met de hoofdsom – bij dwangbevel voor de niet-betwiste niet-fiscale ontvangsten, en overeenkomstig de wetsbepalingen betreffende de burgerlijke rechtsprocedure voor betwiste niet-fiscale ontvangsten.
Artikel 7. Het raadsbesluit van 19 december 2019 betreffende de vaststelling invorderingskosten voor fiscale en niet-fiscale ontvangsten wordt opgeheven.
Artikel 8. Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Artikel 9. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
De bekendmaking alsook de inwerkingtreding van deze verordening gebeurt respectievelijk en overeenkomstig het decreet lokaal bestuur.
De gemeenteraad, als het gaat om een gemeentelijke begraafplaats, kan de bevoegdheid overdragen aan het college van burgemeester en schepenen om het tarief en de voorwaarden voor het verlenen van de concessie, het hernieuwen en voortijdig beëindigen van de concessies en voor de terugneming van de verwaarloosde concessies.
Het college van burgemeester en schepenen kan een concessie voor het begraven in volle grond en grafkelder, het begraven van een urne in het urnenveld of de bijzetting van de urne in het columbarium verlenen.
De gemeentelijke begraafplaatsen zijn bestemd voor de begraving, de bijzetting in een columbarium en de as-verstrooiing van:
1. Personen die op het grondgebied van Ternat overleden of dood aangetroffen zijn
2. Personen die op datum van overlijden ingeschreven waren in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van Ternat
3. Personen die de gemeente effectief bewonen, doch krachtens wettelijke bepalingen of internationale overeenkomsten vrijgesteld zijn van inschrijving in de gemeentelijke bevolkings- of vreemdelingenregisters
4. Personen die vroeger in het bevolkings- of vreemdelingenregister van Ternat waren ingeschreven, maar die door het OCMW van Ternat in een instelling buiten de gemeente werden geplaatst en tot aan hun overlijden ten laste gebleven zijn van het OCMW van Ternat
5. Ouderlingen die steeds in de gemeente gehuisvest waren maar overleden in een rusthuis of bij familieleden buiten de gemeente
6. Personen die minstens de helft van hun leven in het bevolkingsregister van Ternat zijn ingeschreven
7. Personen begunstigd met een recht van begraving door middel van een concessie
Voor de personen die langdurig de gemeente bewoond hebben, dient een uitzonderingsmaatregel voorzien te worden.
Steeds meer vreemde personen, overleden binnen of buiten de gemeente en die noch hun woonplaats, noch hun gewone verblijfplaats hadden in de gemeente, worden begraven op onze gemeentelijke begraafplaats.
De ambtenaren van de Europese Gemeenschap, die ingevolge hun persoonlijk statuut, zijn vrijgesteld van inschrijving in de gemeentelijke bevolkingsregisters en die werkelijk in de gemeente verblijven, worden gelijkgesteld met de inwoners van de gemeente, voor wat betreft de vaststelling der tarieven.
Het bewijs van verblijf in de gemeente en de duur ervan moet door de betrokken ambtenaar geleverd worden.
De uitgaven voor het bestendig onderhoud van de gemeentelijke begraafplaatsen rechtvaardigen deze retributie.
Voor haar algemene financiering heft de gemeente Ternat een retributie voor de concessies op de gemeentelijke begraafplaats en voor de levering en plaatsing van een grafkelder en columbarium. De opbrengst van deze belasting wordt geraamd op € 77.000. De opbrengsten worden geboekt op jaarbudgetrekening JAAR/GBB/0309-00/7006210/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Artikel 1. Er wordt een retributie geheven die verschuldigd is:
Artikel 2. De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de prestatie. Als er meerdere aanvragers zijn, dan zijn ze hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de retributie.
Artikel 3. De retributies, geldig voor concessies voor het begraven in volle grond, in grafkelders of urnenveld en de bijzetting in het columbarium, worden vastgesteld als volgt:
A. Inwoners
= ingeschreven in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van Ternat rekening houdend met de uitzonderingen opgesomd in artikel 3 van het gemeentelijk reglement betreffende de begraafplaatsen van Ternat
1. voor het bekomen van een grafconcessie van 20 jaar:
2. voor het bekomen van een verlenging van een grafconcessie van 20 jaar:
3. voor het bekomen van een verlenging van een grafconcessie van 10 jaar:
4. voor de éénmalige aankoop van een grafkelder € 400
5. voor de as-verstrooiing op de strooiweide of op de natuurlijke begraafplaats: kosteloos
6. voor de begraving zonder concessie
B. Niet-inwoners (vreemde begraving)
= personen overleden binnen of buiten de gemeente, die noch woonplaats, noch hun gewone verblijfsplaats hadden in de gemeente, rekening houdend met de uitzonderingen opgesomd in artikel 3 van het gemeentelijk reglement betreffende de begraafplaatsen van Ternat
1. éénmalige taks voor een vreemde begraving met concessie
2. voor het bekomen van een grafconcessie van 20 jaar:
3. voor het bekomen van een verlenging van een grafconcessie van 20 jaar:
4. voor het bekomen van een verlenging van een grafconcessie van 10 jaar:
5. voor de éénmalige aankoop van een grafkelder € 400
6. voor de as-verstrooiing op de strooiweide of op de natuurlijke begraafplaats: € 500
7. voor de begraving zonder concessie
C. Voor de begraving van kinderen jonger dan 12 jaar worden de tarieven verminderd met 50%.
D. Voor het openen van een grafkelder, ingeval van een bijbegraving, wordt een retributie geheven van € 150.
E. Voor een tijdelijke opbaring, conform artikel 27 van het gemeentelijk reglement betreffende de begraafplaatsen van 18 februari 2005, wordt een retributie geheven van € 60 per dag.
F. Voor de ontgraving van:
- een stoffelijk overschot of een urne in een graf of een grafkelder:
- een urne in het urnenveld of een urne uit een nis van het columbarium (muur of blokken);
In deze retributie zijn de kosten van de eigenlijke ontgraving en/of overplaatsing of andere gemaakte kosten NIET inbegrepen. Deze kosten zijn geheel ten laste van de aanvrager(s).
Deze ontgraving wordt evenwel kosteloos toegelaten voor:
G. Voor de begraving van asurnen, vervaardigd uit biologisch afbreekbare materialen, in volle grond, op de natuurbegraafplek
Dit dienstenpakket bestaat uit:
Door de natuurlijke afbraak van de urne kan men stellen dat de begraving plaatsvindt voor onbepaalde tijd. Daardoor kan men hier niet spreken van een concessieduur.
Artikel 4. De retributie wordt betaald bij de aanvraag, conform het gemeentelijk retributiereglement betreffende de vaststelling van de invorderingskosten voor fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Artikel 5. Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Artikel 6. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en vervangt de raadsbeslissing van 28 september 2023 betreffende het retributiereglement voor de concessies op de gemeentelijke begraafplaats en voor de levering en plaatsing van een grafkelder en columbarium dewelke opgeheven wordt.
De bekendmaking alsook de inwerkingtreding van deze verordening gebeurt respectievelijk en overeenkomstig het decreet lokaal bestuur.
Het marktreglement is van toepassing betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en de organisatie van openbare markten.
De retributie dient kostendekkend te zijn.
Voor haar algemene financiering heft de gemeente Ternat een retributie op het elektriciteitsverbruik van de marktkramers tijdens de wekelijkse marktdagen. De opbrengst van deze belasting wordt geraamd op € 7.000. De opbrengsten worden geboekt op jaarbudgetrekening JAAR/GBB/0500-00/7006300/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Artikel 1. Er wordt een retributie geheven die verschuldigd is voor het elektriciteitsverbruik van de marktkramers tijdens de wekelijkse marktdagen.
Artikel 2. De retributie is verschuldigd door de marktkramer die een standplaats op de marktdagen heeft verkregen.
Artikel 3. De retributie wordt, voor het aanslagjaar 2026, vastgesteld als volgt voor marktkramers die elke week op de markt staan:
Voor marktkramers die 2-wekelijks op de markt staan, wordt 50% van bovenstaand tarief toegepast.
Artikel 4. De retributie wordt betaald conform het gemeentelijk retributiereglement betreffende de vaststelling van de invorderingskosten voor fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Artikel 5. De voormelde tarieven worden, vanaf het aanslagjaar 2027, jaarlijks op 1 januari automatisch herzien op basis van de schommelingen van de gezondheidsindex, volgens volgende formule:
Nieuw tarief = oud tarief x nieuwe index
Basisindex
De basisindex is de gezondheidsindex van toepassing voor de maand december 2025. De nieuwe index is de gezondheidsindex van toepassing in de loop van de maand december die voorafgaat aan de herziening van het bedrag van de retributie. De verkregen resultaten worden naar de hogere euro afgerond.
Artikel 6. Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Artikel 7. Dit belastingreglement heft het vorige belastingreglement van 19 december 2019 op en treedt in werking op 1 januari 2026. Dit belastingreglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het decreet lokaal bestuur.
De gemeente is aangesloten bij Intradura die werd opgericht op 27 april 2017. Intradura is een intergemeentelijke opdrachthoudende vereniging die wordt beheerst door het decreet lokaal bestuur.
De invoering van de intergemeentelijke afvalzakken vond zijn ingang op 1 januari 2021. De verkoopprijs van de afvalzak bleef sinds 1 januari 2021 ongewijzigd en de algemene prijsstijging (inflatie) sinds die datum bedraagt gemiddeld 20 à 23% (bron: Statbel - consumptieprijsindex).
De nota van 13 november 2025 van de raad van bestuur van Intradura betreffende de indexatie van de verkoopprijs van de afvalzakken.
Met de principiële goedkeuring op 3 oktober 2025 door de Vlaamse Regering van het programmadecreet begroting 2026 wordt zowel het tarief voor het verbranden van bedrijfsafval als huishoudelijk afval naar € 32 per ton verhoogd vanaf 1 januari 2026, waarbij dit het nieuwe basistarief is en jaarlijks geïndexeerd zal worden.
De plannen van de Vlaamse Regering zijn om de kilometerheffing vrachtwagens fors te verhogen.
De gemeentelijke tarieven dienen in voldoende mate de kostendekkendheid van de afvalinzameling te waarborgen en moeten het principe van “de vervuiler betaalt” ondersteunen.
Voor haar algemene financiering heft de gemeente Ternat een retributie op de verkoop van vuilniszakken voor restafval, voor G.F.T.- en voor P.M.D.- ophaling. De gemeente Ternat heft geen retributie meer voor het gebruik en de lediging van de verzamelcontainers van de gemeente. De opbrengst van deze belasting wordt geraamd op € 488.000. De opbrengsten worden geboekt op jaarbudgetrekening: JAAR/GBB/0300-01/7021000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Op voorstel van het burgemeester-overleg van 21 oktober 2025
Artikel 1. De raad keurt de voorgestelde verkoopprijzen van de afvalzakken, geldig vanaf 1 januari 2026, goed als volgt:
Formaat Huidige prijs Vanaf 1/1/2026
60 liter Restafval €2 € 2,50
30 liter Restafval € 1 € 1,25
15 liter Restafval € 0,50 € 0,63
Formaat Huidige prijs Vanaf 1/1/2026
60 liter Gft € 1 € 1,25
30 liter Gft € 0,50 € 0,63
15 liter Gft € 0,25 € 0,31
Formaat Huidige prijs Vanaf 1/1/2026
60 liter PMD € 0,15 € 0,15
100 liter PMD € 0,25 € 0,25
Artikel 2. De verkoopprijzen van de afvalzakken restafval en GFT worden jaarlijks automatisch geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex, met referentiejaar (“jaar 0”) gelijk aan 1 januari 2026. De aangepaste prijzen worden vastgesteld met twee cijfers na de komma en afgerond naar het dichtstbijzijnde eurocent volgens de gangbare afrondingsregels. De nieuwe tarieven treden automatisch in werking op 1 januari van het daaropvolgende jaar.
Artikel 3. Eventuele door de hogere overheid opgelegde milieu- of andere heffingen met betrekking tot de afvalverwerking worden automatisch doorgerekend in de prijs van de afvalzakken, met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de invoering van de heffing.
Artikel 4. Bovenstaande bepalingen worden opgenomen in het gemeentelijk retributiereglement op de huisvuilinzameling en -verwerking, dat overeenkomstig wordt aangepast en gepubliceerd.
Artikel 5. Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit.
Bekendmaking en inwerkingtreding
Artikel 6. Dit belastingreglement heft het vorige belastingreglement van 27 februari 2025 op en treedt in werking op 1 januari 2026. Dit belastingreglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het decreet lokaal bestuur.
De gemeente wordt regelmatig geconfronteerd met sluikstort en schade aan gemeentelijke eigendommen. Het opruimen van afval en het herstellen van schade vergt aanzienlijke inzet van personeel en materiaal, wat leidt tot bijkomende kosten.
Omdat deze lasten niet ten onrechte op de gemeenschap mogen rusten, worden de kosten doorgerekend aan de vervuiler of schadeveroorzaker. Dit gebeurt via een retributiereglement dat enkel een kostendekkend tarief hanteert. Zo kan de gemeente op een transparante manier optreden en tegelijk haar streven naar een nette en leefbare omgeving waarmaken.
Voor haar algemene financiering heft de gemeente Ternat een retributie op het verwijderen van sluikstorten en het herstel van schade door derden. De opbrengst van deze belasting wordt geraamd op € 5.000. De opbrengsten worden geboekt op jaarbudgetrekening JAAR/GBB/0390-00/700360/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Artikel 1. Vanaf 2026 tot en met 2031 wordt een retributie vastgesteld voor het verwijderen en verwerken van afvalstoffen, achtergelaten op niet-reglementaire wijze.
Artikel 2. De retributie is verschuldigd door de persoon die de afvalstoffen achtergelaten heeft. De persoon die de opdracht of de toelating gaf of de eigenaar van de afvalstoffen is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de retributie.
Artikel 3. De retributie voor sluikstort wordt als volgt berekend en vastgesteld:
a) loonkosten werklieden tijdens het verwijderen van achtergelaten afvalstoffen:
b) vervoerskosten per begonnen uur en per voertuig naar de overslag- of verwerkingsinstallatie:
c) een afvalverwerkingskost van € 0,40 /kg indien afval behoort tot de fractie restafval
d) een afvalverwerkingskost van € 0,70 /kg indien afval behoort tot de fractie grofvuil, in zoverre het geen afval betreft waarvoor een bijkomende verwerking noodzakelijk is. In desbetreffend geval worden ook de werkelijke verwerkingskosten doorgerekend.
e) een stockagekost van € 0,25 /m²/dag indien gestockeerd moet worden
f) verbruikte goederen en/of materiaal: tegen aankoopprijs
g) in geval van verwijdering en/of verwerking door een externe firma op verzoek van de gemeente: aanrekening aan de werkelijke kostprijs volgens de factuur van de externe firma
h) Voormelde tarieven zijn cumuleerbaar.
De retributie voor het herstel van schade aan het openbaar domein of patrimonium van de gemeente wordt als volgt bepaald:
a) loonkost werklieden: € 45/uur/personeelslid, te rekenen vanaf ieder begonnen uur
b) vervoerskosten per begonnen uur en per voertuig naar de overslag- of verwerkingsinstallatie:
c) gebruikte materialen of grondstoffen: kostprijs van het materiaal of grondstof
d) vergoedingen aan derden voor herstel van schade aan het openbaar domein of patrimonium van de gemeente: gefactureerde kost.
Artikel 4. De voormelde tarieven worden, vanaf het aanslagjaar 2027, jaarlijks op 1 januari automatisch herzien op basis van de schommelingen van de gezondheidsindex, volgens volgende formule:
Nieuw tarief = oud tarief x nieuwe index
Basisindex
De basisindex is de gezondheidsindex van toepassing voor de maand december 2025. De nieuwe index is de gezondheidsindex van toepassing in de loop van de maand december die voorafgaat aan de herziening van het bedrag van de retributie. De verkregen resultaten worden naar de hogere euro afgerond.
Artikel 5. De retributie is verschuldigd na het verstrekken van de dienst en dit op basis van een door het gemeentebestuur toegezonden betalingsverzoek. De retributie dient betaald te worden via overschrijving op de bankrekening van de gemeente binnen de dertig dagen na toezending van het betalingsverzoek. Bij gebrek aan betaling binnen deze termijn, zal het verschuldigde bedrag worden ingevorderd op basis van artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 of via een procedure bij de burgerlijke rechtbank.
Artikel 6. Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 tot en met 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 7. Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit besluit.
De verwaarlozing van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden.
Voor haar algemene financiering heft de gemeente Ternat een belasting op verwaarlozing. De opbrengst van deze belasting wordt geraamd op € 2.000. De opbrengsten worden geboekt op jaarbudgetrekening JAAR/GBB/0020-00/7305100/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Hoofdstuk 1. Algemene bepaling
Begripsomschrijvingen
Artikel 1. Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:
1° Administratieve akte: de officiële, genummerde en gedateerde akte die de verwaarlozing vaststelt en de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen bevat
2° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs
c) een elektronisch bericht met ontvangst- en/of leesbevestiging.
3° Gebouw: het onroerend goed vermeld in artikel 24, 2° van het Heffingsdecreet
4° Gewestelijke inventarislijst van verwaarloosde gebouwen en/of woningen: de inventarislijst, tot 31 december 2016 vermeld in artikel 28 § 1 eerste lid, 1° van het Heffingsdecreet
5° Gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen: de inventaris, sinds 1 januari 2017 vermeld in artikel 26 van het Heffingsdecreet
6° Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen: het register vermeld in artikel 3, §1 van dit reglement
7° Heffingsdecreet: het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996
8° Registerbeheerder: de gemeentelijke administratieve dienst die belast is met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen
9° Registratiedatum: de datum waarop een woning of een gebouw met toepassing van artikel 4 van dit reglement in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen is opgenomen
10° Woning: het onroerend goed vermeld in artikel 24, 5° van het Heffingsdecreet
11° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom
b) het recht van opstal of van erfpacht
c) het vruchtgebruik.
HOOFDSTUK 2. REGISTRATIE VAN VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN
Vaststelling van de verwaarlozing
Artikel 2. 1. Het college van burgemeester en schepenen stelt de administratieve dienst en de personeelsleden van de gemeente of een intergemeentelijk samenwerkingsverband aan die verwaarlozing van woningen en gebouwen vaststellen. De aangestelde personeelsleden stellen de verwaarlozing vast aan de hand van het model van technisch verslag dat als bijlage is toegevoegd aan dit reglement.
2. Daarbij geldt een gebrek van categorie I voor één punt, van categorie II voor drie punten, van categorie III voor negen punten en van categorie IV voor 15 punten. Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in dit verslag een eindscore opleveren van minimaal 10 punten. Aan het verslag wordt minstens één foto van de woning of het gebouw toegevoegd.
3. De personen of diensten die aangesteld worden door het college van burgemeester en schepenen voor de vaststelling van verwaarlozing van woningen en gebouwen maken met betrekking tot de woning of het gebouw een genummerde administratieve akte op. Dit op basis van de vaststellingen van verwaarlozing en een controle ter plaatse. De vaststellingen worden gestaafd met minstens één foto en een technisch verslag waarin de indicaties en puntenscore is opgenomen.
Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen
Artikel 3. In dit register worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:
1° het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw
2° de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw
3° de identiteit en het adres van alle zakelijk gerechtigden
4° het nummer en de datum van de administratieve akte
5° de toestand van verwaarlozing van de woning of het gebouw, inclusief het technisch verslag
6° de eventuele ligging binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan
7° de eventuele voorbereiding van een onteigeningsplan waarbinnen het verwaarloosd gebouw zich situeert.
Registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen
Artikel 4. 1. De registerbeheerder neemt een woning of een gebouw, waarvan is vastgesteld dat het verwaarloosd is, op in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, de vijfde werkdag na het verstrijken van de bezwaartermijn vermeld in artikel 6.1, tweede lid, 4° of, wanneer een ontvankelijk bezwaar is ingediend, de eerste werkdag die volgt op de beslissing waarbij geoordeeld wordt dat het bezwaar verworpen wordt.
2. De registerbeheerder neemt alle in de gemeente gelegen woningen en gebouwen die op 31 december 2016 waren opgenomen in de gewestelijke inventarislijst van verwaarloosde gebouwen en/of woningen op in het register.
3. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen of woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
De registratie van leegstaande, verwaarloosde, ongeschikte of onbewoonbare woningen bestaat dus onafhankelijk van elkaar en kan hetzelfde pand treffen.
Kennisgeving van de voorgenomen registratie
Artikel 5. 1. Alle zakelijk gerechtigden, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van het voornemen om de woning of het gebouw op te nemen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Deze kennisgeving bevat:
1° de genummerde administratieve akte met inbegrip van het technisch verslag
2° informatie over de gevolgen van de registratie, inclusief een kopie van dit reglement
3° informatie over de bezwaarprocedure tegen de opname in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen
4° informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
2. De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde(n). Is een woonplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.
3. Het is aan de betrokkene die de verwaarlozing betwist, om aan te tonen dat er geen sprake van verwaarlozing is.
Bezwaar tegen de voorgenomen registratie
Artikel 6. 1. Tegen het voornemen om een woning of een gebouw op te nemen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 5, kan elke zakelijk gerechtigde bezwaar indienen bij de bezwaarinstantie.
Op straffe van nietigheid moet het bezwaarschrift:
1° ondertekend en gemotiveerd zijn
2° met een beveiligde zending worden ingediend
3° minimaal de volgende gegevens bevatten:
a) de identiteit en het adres van de indiener
b) de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het bezwaarschrift betrekking heeft
c) het nummer van de administratieve akte.
4° worden betekend binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de betekening van de beveiligde zending vermeld in artikel 5.
Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de postdatum als datum van de indiening van het bezwaarschrift.
2. De vaststelling van de verwaarlozing kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
3. Als het bezwaarschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens een zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij/zij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
4. De gemeentelijke administratie registreert elk bezwaarschrift in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen en stuurt aan de indiener van het bezwaarschrift een ontvangstbevestiging en beoordeelt onmiddellijk de volledigheid.
Indien het dossier onvolledig is meldt de administratieve dienst aan de indiener dat een onvolledig beroep niet op haar ontvankelijkheid, noch op haar gegrondheid kan worden beoordeeld.
5. Het beroepschrift is onontvankelijk als het niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in punt 1 van dit artikel.
6. Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de ontvankelijkheid en de gegrondheid van de ingediende bezwaarschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de administratieve dienst verwaarloosde woningen en gebouwen aangestelde personeelsleden. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw of de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.
7. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het bezwaar en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van orde van negentig dagen, die ingaat de dag na de betekening van het bezwaarschrift. Indien het bezwaar niet ontvankelijk is wordt dit meegedeeld aan de indiener met opgave van reden van niet-ontvankelijkheid en met vermelding dat de procedure als afgehandeld wordt beschouwd. De beslissing wordt meegedeeld per aangetekende zending. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn, zoals vermeld in nummer 1 van dit artikel, niet verstreken is.
8. Wordt het bezwaar ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw niet opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
9. Indien de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen niet tijdig wordt betwist of het beroep onontvankelijk wordt verklaard blijft de woning of het gebouw opgenomen in het register, vanaf de datum van de administratieve akte.
Schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen
Artikel 7. 1. De registerbeheerder schrapt een woning of een gebouw uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen wanneer een zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning of het gebouw geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die bij quotering in het model van technisch verslag, vermeld in artikel 4.2 van dit reglement, 10 punten of meer zouden opleveren. Een zakelijk gerechtigde richt hiertoe een schriftelijk verzoek aan de registerbeheerder.
In geval van sloop worden de gebreken, vermeld in artikel 4.2 van dit reglement pas als verwijderd beschouwd op voorwaarde dat de sloopwerken overeenkomstig de vergunning volledig werden uitgevoerd, met inbegrip van het opruimen van het puin en het gelijkmaken van de grond. Het einde van de werken wordt door de administratieve dienst tijdens een plaatsbezoek gecontroleerd. Het plaatsbezoek vindt plaats op verzoek van de zakelijk gerechtigde, na ontvangst door de administratieve dienst van de melding dat de werken werden beëindigd. De schrapping gaat in op datum van de melding dat de sloopwerken werden beëindigd, op voorwaarde dat de controle het einde van de werken bevestigd.
2. Op straffe van nietigheid moet dit verzoek:
1° de datum bevatten en ondertekend en gemotiveerd zijn
2° met een beveiligde zending worden ingediend
3° minimaal de volgende gegevens bevatten
a) de identiteit en het adres van de indiener
b) het nummer van de administratieve akte
c) de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek betrekking heeft
d) alle bewijsstukken (minstens één) die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het register verwaarloosde woningen en gebouwen overeenkomstig punt 1 van dit artikel. Alle bewijsmiddelen van gemeen recht zijn toegelaten, met uitzonderling van de eed.
e) een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging indien het bezwaarschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens een zakelijk gerechtigde, tenzij hij/zij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de postdatum als datum van de indiening van het verzoek tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
3. De registerbeheerder stuurt aan de indiener van het verzoek tot schrapping een ontvangstbevestiging.
Indien het dossier onvolledig is meldt de administratieve dienst aan de indiener dat een onvolledig beroep niet op haar ontvankelijkheid, noch op haar gegrondheid kan worden beoordeeld. De indiener van het verzoek tot schrapping kan ten allen tijde een nieuwe verzoek tot schrapping indienen indien dat voldoet aan de vereisten vermeld in artikel 7.2.
4. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
5. Als het verzoek tot schrapping ingediend wordt door een persoon die optreedt namens een zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging toe, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
6. De registerbeheerder onderzoekt de ontvankelijkheid en de gegrondheid van de ingediende verzoeken tot schrapping. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen aangestelde personeelsleden.
Het verzoek tot schrapping wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw of de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.
7. Het gemeentebestuur deelt met een beveiligde zending aan de indiener mee welk gevolg aan zijn verzoek tot schrapping wordt gegeven, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van verzoek.
Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het verzoek tot schrapping geacht te zijn ingewilligd.
8. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. De datum van betekening van het verzoek tot schrapping geldt als datum van schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Beroep tegen weigering tot schrapping uit het register
Artikel 8. 1. Tegen de weigering van de schrapping van een woning of gebouw uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen kan elke zakelijk gerechtigde beroep aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen.
2. Op straffe van nietigheid moet dit beroep:
1° de datum bevatten, ondertekend en gemotiveerd zijn
2° met een beveiligde zending worden ingediend
3° minimaal de volgende gegevens bevatten:
a) de identiteit en het adres van de indiener
b) de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek betrekking heeft
c) het nummer van de administratieve akte.
4° worden betekend binnen een termijn van 30 dagen, die ingaat de dag na de betekening van de weigering tot schrapping.
3. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
4. Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens een zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging toe, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
5. De registerbeheerder stuurt aan de indiener van het beroep een ontvangstbevestiging.
Indien het dossier onvolledig is meldt de administratieve dienst aan de indiener dat een onvolledig beroep niet op haar ontvankelijkheid, noch op haar gegrondheid kan worden beoordeeld.
De indiener van het verzoek tot schrapping kan zolang de termijn van 30 dagen niet verstreken is een vervangend verzoek tot schrapping indienen waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
6. Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de ontvankelijkheid en de gegrondheid van de ingediende beroepschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de personeelsleden aangesteld voor opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen.
7. het beroepschrift is onontvankelijk in de volgende opgesomde gevallen:
Indien het bezwaar niet ontvankelijk is wordt dit meegedeeld aan de indiener met opgave van reden van niet-ontvankelijkheid en met vermelding dat de procedure als afgehandeld wordt beschouwd.
Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw of de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.
8. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van beroepschrift.
Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.
9. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. De datum van betekening van het verzoek tot schrapping geldt als datum van schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
HOOFDSTUK 3 BELASTING OP VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN
Artikel 9. Er wordt een jaarlijkse belasting gevestigd op woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Artikel 10. 1.De belasting voor een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Zolang een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw niet uit het register van verwaarloosde woningen of gebouwen is geschrapt, zal de heffing het goed blijven bezwaren en blijft de heffing verschuldigd bij het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden.
2. Het tarief voor de eerste belastbare periode bedraagt € 3.000 voor een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw.
De belasting wordt vermeerderd met € 1.000 per bijkomende termijn van twaalf maanden dat de woning of het gebouw onafgebroken in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen opgenomen staat, met een maximum van € 10.000.
De belasting, is het maximum zoals hierboven beschreven, wordt jaarlijks op 1 januari automatisch herzien op basis van de schommelingen van de gezondheidsindex, volgens volgende formule:
Nieuw tarief = oud tarief x nieuwe index
Basisindex
De basisindex is de gezondheidsindex van toepassing voor de maand december 2025. De nieuwe index is de gezondheidsindex van toepassing in de loop van de maand december die voorafgaat aan de herziening van het bedrag van de belasting. De verkregen resultaten worden naar de hogere euro afgerond.
Periodes van vrijstelling doen hieraan geen afbreuk.
3. Het aantal termijnen van twaalf maanden dat de woning of een gebouw onafgebroken in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen is opgenomen, wordt in geval van overdracht opnieuw herleid tot één, op voorwaarde dat de overdracht van het zakelijk recht de volledige woning of het gebouw betreft en behoudens wanneer de nieuwe zakelijke gerechtigde een rechtspersoon betreft waarin de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks participeert.
4. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het verwaarloosde gebouw of de verwaarloosde woning op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
Ingeval er een recht van opstal, erfpacht, of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht, of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
5. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere houders zijn van het zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
6. Het ondertekenen van een compromis houdt geen overdracht in van een zakelijk recht. Het verlijden van de notariële akte zal bepalend zijn om te bekijken wie er op dat ogenblik van het aanslagjaar, belastingplichtige is.
7. In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het nieuwe zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen.
HOOFDSTUK 4 VRIJSTELLING VAN HEFFING
Artikel 11. Het toekennen van een vrijstelling gebeurt volgens dit reglement.
1. Men kan vrijstellingen aanvragen vanaf de opname in het register tot het einde van de termijn waarbinnen men een bezwaar tegen de belasting kan indienen, zoals bepaald in artikel 8.2 dit reglement.
Indien de belastingplichtige meent in aanmerking te komen voor een vrijstelling als vermeld in punt 2 van dit artikel, bezorgt hij een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier tot het bekomen van een vrijstelling.
De belastingplichtige dient zelf de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de gemeente met betrekking tot de vrijstelling van belasting waarop hij zich beroept. De bewijzen moeten betrekking hebben op de periode waarvoor de belastingplichtige de vrijstelling wenst te bekomen.
De aanvraag geldt voor de desbetreffende belastbare periode en moet, zelfs wanneer zij voor langere tijd kan gelden, jaarlijks worden herhaald.
2. Van de heffing op verwaarlozing zijn vrijgesteld:
7. De woning of het gebouw dat gerenoveerd of gesloopt wordt:
a) De belastingplichtige dient een ondertekende en gedagtekende renovatienota voor te leggen waarin volgende informatie in wordt vermeld:
b) Een plan of tekening en fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen.
Deze vrijstelling kan twee maal één jaar worden verlengd op voorwaarde dat:
a) Één of meer facturen worden ingediend waaruit blijkt dat het afgelopen jaar een bedrag van minimum € 2.500 (inclusief btw) aan de betreffende renovatiewerken werd besteed
b) Én een actuele renovatienota wordt voorgelegd (voor de werken verricht zonder vergunning)
c) Én na controle ter plaatse kan worden vastgesteld dat de werken redelijkerwijze nog niet beëindigd konden zijn.
8. De woning of het gebouw dat onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van 2 jaar volgend op de aanvraag van de onmogelijkheid van daadwerkelijk gebruik.
9. De belastingplichtige die nieuwe houder is van het zakelijk recht van het gebouw of de woning. De vrijstelling geldt voor een periode van één jaar volgende op het verkrijgen van het zakelijk recht.
De vrijstelling geldt eveneens indien er een verkoopcompromis is getekend en dit onder de opschortende voorwaarde dat deze binnen de vier maanden door een authentieke akte wordt bekrachtigd. Indien deze authentieke akte binnen de vooropgestelde periode niet verleden wordt, zal de heffing alsnog verschuldigd zijn.
HOOFDSTUK 5 INVORDERING
Artikel 12. 1. De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
De aanslag kan worden gevestigd vanaf het ogenblik dat het gebouw of de woning gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
2. De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
3. De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen de aanslag van deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet per aangetekende zending schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. Deze indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan. Beroep indienen, betekent niet dat de zakelijk gerechtigde is vrijgesteld van betaling.
4. Behoudens andersluidende bepaling is het huishoudelijk reglement-fiscaliteit van toepassing.
HOOFDSTUK 6 MELDINGSPLICHT
Artikel 13. 1.Bij wijziging van persoons- en contactgegevens geldt een meldingsplicht in hoofde van de houder van het zakelijk recht. De gewijzigde persoons-en contactgegevens dienen uiterlijk twee maanden na wijziging aan de beheerder van het register - de administratieve dienst- te worden bezorgd.
De overdrager bezorgt de administratieve dienst binnen een termijn van 2 maanden na de overdracht een kopie of een uittreksel uit de notariële akte waarbij het zakelijk recht werd overgedragen en dit per beveiligde zending.
De kopie of het uittreksel bevat minstens de volgende gegevens:
Wanneer de overdrager de notaris hierom verzoekt, kan de instrumenterende notaris de beheerder van het register op de hoogte stellen van de overdracht van het zakelijk recht. In voorkomend geval zal de notaris de beheerder van het register binnen de twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis stellen van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe houder(s) van het zakelijk recht, gestaafd met de nodige bewijsstukken.
2. Bij overdracht van een zakelijk recht stelt de notaris de verkrijger(s) van het volle eigendomsrecht, of van een recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik, voorafgaand aan de overdracht in kennis van de opname van het onroerend goed in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
HOOFDSTUK 7 SLOTBEPALINGEN
Artikel 14. Dit reglement op verwaarlozing en het belastingreglement op verwaarlozing treedt in werking op 1 januari 2026 en vervangt het belastingreglement van 25 juni 2019.
Artikel 15. Dit besluit wordt aan de toezichthoudende overheid gemeld.
Artikel 16. De bekendmaking alsook de inwerkingtreding van deze verordening gebeurt respectievelijk en overeenkomstig artikels 285 t.e.m. 288 van het decreet lokaal bestuur.
Dit reglement bepaalt de retributie die verschuldigd is voor de herstelling of aanpassing van het voetpad door de gemeentelijke werkliedendienst wanneer de beschadiging of wijziging het gevolg is van nieuwbouw, verbouwing of werken uitgevoerd door of in opdracht van derden.
De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen en retributies.
Voorwerp
Artikel 1. Dit reglement bepaalt de retributie die verschuldigd is voor de herstelling of aanpassing van het voetpad door de gemeentelijke werkliedendienst, wanneer de beschadiging of wijziging het gevolg is van nieuwbouw, verbouwing of werken uitgevoerd door of in opdracht van derden.
Retributieplichtige
Artikel 2. De retributie is verschuldigd door de bouwheer, opdrachtgever of vergunninghouder die aanleiding geeft tot de herstelling of aanpassing.
Tarieven
Artikel 3. De retributie wordt vastgesteld als volgt:
Vaststelling en inning
Artikel 4. De retributie wordt vastgesteld na meting door de gemeentelijke dienst. De inning gebeurt via factuur uitgereikt door het lokaal bestuur.
Inwerkingtreding en duur
Artikel 5. Het raadsbesluit van 19 september 2003 betreffende retributiereglement herstelling of aanpassing van het voetpad door de gemeentelijke werkliedendienst wordt opgeheven.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en blijft gelden totdat het door de gemeenteraad wordt gewijzigd of opgeheven. De bekendmaking gebeurt volgens de bepalingen van het decreet lokaal bestuur.
Iedereen die eigenaar, mede-eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachter, opstalhouder of (onder)verhuurder van een woning is, dient in Ternat vanaf 1 januari 2022 bij elke nieuwe verhuring van een huurwoning ouder dan 10 jaar, verplicht een conformiteitsattest aan te vragen voor een woning die hij verhuurt, te huur stelt of ter beschikking stelt, daarnaast is er ook een verplichting op basis van het bouwjaar.
Iedereen kan ook een conformiteitsattest aanvragen om een besluit ongeschikt- en onbewoonbaarheid op te heffen. Conformiteitsattesten zijn 10 jaar geldig, ook als de woning ondertussen van eigenaar verandert (tenzij de gemeente een kortere geldigheidsduur heeft bepaald)
Het conformiteitsattest vervalt als:
- aan de woning grondige renovatiewerken worden gedaan
- de woning ongeschikt of onbewoonbaar verklaard wordt verklaard
- de wooninspectie een proces-verbaal voor de woning opmaakt
Er wordt een vergoeding gevraagd voor conformiteitsonderzoeken in volgende gevallen:
- in kader van de procedure van het verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest
- in kader van een melding van herstel van eerder vastgestelde gebreken in de loop van een procedure om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren
- in kader van een melding van herstel in de waarschuwingsprocedure.
De Vlaamse regering trekt in haar besluit van 8 december 2023 het maximale bedrag dat de gemeente mag aanrekenen voor het uitvoeren van conformiteitsonderzoeken op tot de werkelijke kostprijs, met een maximum van € 200.
De vergoeding wordt gevraagd per onderzochte woning en dus per opgemaakt technisch verslag. De gemeente mag geen vergoeding aanrekenen voor het eerste conformiteitsonderzoek in het kader van een waarschuwingsprocedure of een procedure tot ongeschiktheids- en onbewoonbaarverklaring
De conformiteitsonderzoeken worden uitgevoerd door een woningcontroleur die werkzaam is voor de gemeente Liedekerke, de gemeente Ternat heeft hiervoor een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met de gemeente Liedekerke.
Voor haar algemene financiering heft de gemeente Ternat een retributie op conformiteitsattesten. De opbrengst van deze retributie wordt geraamd op € 10.000. De opbrengsten worden geboekt op jaarbudgetrekening JAAR/GBB/0020-00/7370000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Belastbaar voorwerp
Artikel 1. Het gemeentebestuur heft een retributie voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek, op verzoek, dat verloopt volgens de procedure vermeld in artikel 3.3 van de Vlaamse Codex Wonen.
Er wordt een vergoeding gevraagd voor conformiteitsonderzoeken in volgende gevallen:
Belastingplichtige
Artikel 2. De retributie is verschuldigd door de persoon die het conformiteitsonderzoek aanvraagt.
Berekeningswijze en tarief
Artikel 3. De retributie wordt vastgesteld op € 200 voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek en € 150 voor een hercontrole (binnen een periode van 3 maanden na de uitvoering van het initiële conformiteitsonderzoek).
Artikel 4. De voormelde tarieven worden, vanaf het aanslagjaar 2027, jaarlijks op 1 januari automatisch herzien op basis van de schommelingen van de gezondheidsindex, volgens volgende formule:
Nieuw tarief = oud tarief x nieuwe index
Basisindex
De basisindex is de gezondheidsindex van toepassing voor de maand december 2025. De nieuwe index is de gezondheidsindex van toepassing in de loop van de maand december die voorafgaat aan de herziening van het bedrag van de retributie. De verkregen resultaten worden naar de hogere euro afgerond.
Wijze van inning
Artikel 5. §1. De retributie wordt betaald via een factuur, die via e-mail of post wordt bezorgd na het indienen van de aanvraag.
§2. In geval van niet-betaling wordt het bedrag ingevorderd volgens het geldende retributiereglement voor de innings- en aanmaningskosten van openstaande niet-fiscale schuldvorderingen.
Bekendmaking en inwerkingtreding
Artikel 6. Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het decreet lokaal bestuur.
De afgifte van allerlei administratieve stukken brengt lasten voor de gemeente mee en het is gepast hiervoor van de belanghebbenden een belasting te eisen.
Voor haar algemene financiering heft de gemeente Ternat een belasting op de afgifte van administratieve documenten. De opbrengst van deze belasting wordt geraamd op € 145.000. De opbrengsten worden geboekt op jaarbudgetrekening JAAR/GBB/0020-00/7315000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Belastbaar voorwerp
Artikel 1. Een contante belasting op de afgifte van administratieve documenten wordt geheven, de kosten voor het maakloon verschuldigd aan de federale overheid zijn inbegrepen.
Belastingplichtige
Artikel 2. De belasting is verschuldigd door de persoon of de instelling aan wie het administratief document op verzoek of ambtshalve wordt uitgereikt.
Berekeningswijze en tarief
Artikel 3. De belasting wordt vastgesteld als volgt:
A) op afgifte van elektronische identiteitskaarten en-documenten:
EID = identiteitskaart voor Belgen/EVK = voor niet-Belgische onderdanen/Kids-ID = voor Belgische voor kinderen onder de 12 jaar
1. gewone procedure
- EID
a. EID - geldigheidsduur 6 jaar (-18 jaar) € 27
b. EID - geldigheidsduur 10 jaar (+18 jaar) € 35
c. EID – geldigheidsduur 1 jaar € 25
d. aanvraag EID via huisbezoek, exclusief belasting EID zoals hierboven vermeld onder punten a, b en c:
- met medisch attest geen extra kost
- zonder medisch attest (exclusief woonzorgcentra, serviceflats en De Sibbe), per persoon en per bezoek € 30
- Kids-ID
a. Kids-ID - geldigheidsduur 3 jaar (-12 jaar) € 12
- EVK
a. EVK - geldigheidsduur 5 jaar € 27
b. EVK - geldigheidsduur 10 jaar € 35
2. spoedprocedure met levering van de kaart en PIN/PUK in de gemeente:
- Kids-ID € 120
- EID - EVK € 140
3. spoedprocedure met gecentraliseerde levering van de kaart en PIN/PUK bij de Algemene Directie, Instellingen en Bevolking van de FOD Binnenlandse Zaken - Brussel
- Kids-ID € 160
- EID € 180
B) op afgifte van elektronische verblijfsdocumenten voor vreemdelingen jonger dan 12 jaar (vast tarief)
1. gewone procedure
- voor EU-kaart, EU+-kaart, F-kaart, F+-kaart en M-kaart (Brexit – duurzaam verblijf) € 12
- voor de A-kaart (beperkt verblijf), B-kaart (onbeperkt verblijf), K-kaart gevestigde vreemdeling en L- kaart (EU-langdurig ingezetene) € 15
2. Spoedprocedure
- voor EU-kaart, EU+-kaart, F-kaart, F+-kaart en M-kaart (Brexit – duurzaam verblijf) € 120
- voor de A-kaart (beperkt verblijf), B-kaart (onbeperkt verblijf), K-kaart gevestigde vreemdeling en L- kaart (EU-langdurig ingezetene) € 120
C) op afgifte, de duurverlenging, de vernieuwing of de vervanging van verblijfsvergunningen voor vreemdelingen (A.I. - Attest van Immatriculatie of bijlage 4 – papieren versie)
- voor de aflevering van een eerste A.I. of bijlage 4 en volgende, uitgereikt tegen teruggave van de oude verblijfsvergunning: € 10
- voor de aflevering van een duplicaat € 15
- voor de verlenging van een A.I. kosteloos
D) eerste inschrijving in België van een niet-Belg (per persoon) – opening van een dossier € 50
E) op afgifte van trouwboekjes en voltrekken van een huwelijk
1. voor een trouwboekje van het gewone type (niet verplicht) € 30
- deze belasting omvat de belasting op het in het trouwboekje voorkomend huwelijksgetuigschrift
2. eerste maandag van de maand gratis
3. voor het voltrekken van een huwelijk
- buiten de kantooruren € 250
- binnen de kantooruren € 100
Kantooruren:
maandag – dinsdag – woensdag: 9u - 16u
donderdag: 9u - 19u
vrijdag: 9u - 12u
F) wettelijke samenwoning
1. voor de registratie van een wettelijke samenwoning € 50
2. voor de eenzijdige ontbinding van een wettelijke samenwoning aan de hand van een gerechtsdeurwaardersexploot € 250
G) op afgifte van Belgische paspoorten en reistitels
Belgische paspoorten = voor Belgische onderdanen /reistitels = voor vluchtelingen, staatlozen en vreemdelingen 1. gewone procedure (met levering in de gemeente)
- minderjarig (-18 jaar) € 45
- meerderjarig (+18 jaar – 25 jaar) € 65
- meerderjarig (+25 jaar) € 95
2. dringende procedure (met levering in de gemeente)
- minderjarig (-18 jaar) € 220
- meerderjarig (+18 jaar) € 275
3. superdringende procedure (met levering in Brussel, 4u30 na de aanvraag)
- minderjarig (-18 jaar) € 280
- meerderjarig (+18 jaar) € 320
H) op afgifte van rijbewijzen (bankkaartmodel)
1. voorlopig rijbewijs € 35
2. definitief rijbewijs € 35
I) op afgifte van internationale rijbewijzen: € 30
J) op afgifte van een huisnummer (wit plaatje met huisnummer in zwarte cijfers) € 6
K) voornaamswijziging
1. registratie naamswijziging kosteloos
2. registratie voornaamswijziging € 150
3. registratie voornaamswijziging voor transpersonen kosteloos
L) aanvraag Belgische nationaliteit:
- eerste aanvraag tot het bekomen van de Belgische nationaliteit € 75
M) aangifte adreswijziging € 20
- gaat pas in als een performante (online) betaaloplossing kan worden aangeboden
(cash betalen aan loket of via andere oplossing blijft ook mogelijk)
Vrijstellingen
Artikel 4. Zijn van belasting vrijgesteld:
a) de stukken, welke krachtens een Wet, een K.B. of een andere overheidsverordening kosteloos door het gemeentebestuur dienen te worden afgegeven.
b) de stukken, welke aan behoeftige personen worden afgegeven, de behoeftigheid wordt vastgesteld door elk overtuigend bewijsstuk.
c) de machtiging m.b.t. tot godsdienstige of politieke demonstraties.
d) de machtigingen met betrekking tot activiteiten, die als dusdanig reeds het voorwerp zijn van de heffing van een belasting of een retributie ten behoeve van de gemeente.
e) de mededelingen door de Politie aan de Verzekeringsmaatschappijen, dat gegeven werd inzake verkeersongevallen op de openbare weg, (M.O. 14-10-1963).
Artikel 4.1. Zijn van belasting vrijgesteld, de Gerechtelijke overheden, de Openbare besturen en de daarmede gelijkgestelde instellingen, alsook de instellingen van openbaar nut.
Artikel 4.2. Zijn eveneens van voormelde belasting vrijgesteld:
De al dan niet uitkeringsgerechtigde werklozen, pas afgestudeerde laatstejaarsstudenten, leerlingen van het laatste secundair onderwijs en werkzoekende personen, van wie het enige inkomen het bestaansminimum is, voor de bescheiden welke de personen nodig hebben, wanneer ze voor een betrekking solliciteren.
De belanghebbende personen, dienen zelf het bewijs te leveren, dat ze voor de vrijstelling in aanmerking komen en dat de bescheiden waarvoor ze de belastingvrijstelling vragen, bij het solliciteren nodig zijn.
Wijze van inning
Artikel 5. De belasting, wordt ingevorderd op het ogenblik van de afgifte van het belastbaar stuk. Het bewijs van de betaling van de belasting blijkt uit een kasticket, waarop het belastingbedrag vermeld is.
Bezwaarprocedure
Artikel 6. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen de aanslag van deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk, gemotiveerd en ondertekend worden ingediend. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.
Algemene bepalingen
Artikel 7. De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 (en latere wijzigingen) betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
Bestuurlijk toezicht
Artikel 8. Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Bekendmaking en inwerkingtreding
Artikel 9. Dit belastingreglement heft het vorige belastingreglement van 25 januari 2024 op en treedt vanaf 1 januari 2026 in werking.
De bekendmaking alsook de inwerkingtreding van deze verordening gebeurt respectievelijk en overeenkomstig artikels 285 t/m 288 van het decreet lokaal bestuur.
De gemeente en haar burgers worden regelmatig geconfronteerd met vervuiling van het wegdek en de openbare weg. De aannemers, landbouwers of personen, gelast met het vervoer van aarde, bouw- of afbraakmaterialen, landbouwgewassen of andere materialen die de openbare weg kunnen bevuilen, moeten hun wagens zodanig afdekken dat niets van de lading op de openbare weg kan vallen.
Laatstgenoemden zijn eveneens verplicht de openbare wegen gelegen in de omgeving van de werkplaatsen of gronden waar geladen en gelost wordt volledig proper te houden. Het niet ruimen van de openbare weg kan een enorm veiligheidsrisico inhouden voor de weggebruiker. Om de veiligheid van de weggebruiker te kunnen waarborgen dient de gemeente ambtshalve te kunnen optreden.
Door de steeds stijgende kosten is het aangewezen om hiervoor een retributiereglement op te maken. Deze kosten worden berekend en verhaald op de overtreder, tegen een louter kostendekkend tarief.
Voor haar algemene financiering heft de gemeente Ternat een retributie op het verwijderen van modder op de openbare weg. De opbrengsten worden geboekt op jaarbudgetrekening JAAR/GBB-/0390-00/7003700/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Artikel 1. Vanaf 2026 tot en met 2031 wordt een retributie vastgesteld voor het verwijderen van modder op de openbare weg, achtergelaten op niet-reglementaire wijze.
Artikel 2. De retributie is verschuldigd door de persoon die de openbare weg heeft vervuild. De persoon die de opdracht of de toelating gaf of de eigenaar van de aanpalende grond is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de retributie.
Artikel 3. De retributie wordt als volgt berekend en vastgesteld:
a) Loonkosten werklieden tijdens het reinigen van het openbaar domein:
€ 45/uur/personeelslid
- € 62,50/uur/personeelslid op zaterdag
- € 80,00/uur/personeelslid op zon- en feestdagen
b) Vervoerskosten per begonnen uur en per voertuig naar de overslag- of verwerkingsinstallatie:
- € 40/uur: bestelwagen
- € 55/uur: vrachtwagen
- € 100/uur: veegmachine klein
- € 120/uur: veegmachine groot
- € 120/uur: hoogtewerker
- € 135/uur: graafkraan
c) Administratiekosten: € 75
d) Voor iedere tussenkomst wordt de reële interventietijd aangerekend.
e) In geval van verwijdering en/of verwerking door een externe firma op verzoek van de gemeente: aanrekening aan de werkelijke kostprijs volgens de factuur van de externe firma.
f) Voormelde tarieven zijn cumuleerbaar.
Artikel 4. De voormelde tarieven worden, vanaf het aanslagjaar 2027, jaarlijks op 1 januari automatisch herzien op basis van de schommelingen van de gezondheidsindex, volgens volgende formule:
Nieuw tarief = oud tarief x nieuwe index
Basisindex
De basisindex is de gezondheidsindex van toepassing voor de maand december 2025. De nieuwe index is de gezondheidsindex van toepassing in de loop van de maand december die voorafgaat aan de herziening van het bedrag van de retributie. De verkregen resultaten worden naar de hogere euro afgerond.
Artikel 5. De retributie is verschuldigd na het verstrekken van de dienst en dit op basis van een door het gemeentebestuur toegezonden betalingsverzoek. De retributie dient betaald te worden via overschrijving op de bankrekening van de gemeente binnen de dertig dagen na toezending van het betalingsverzoek.
Bij gebrek aan betaling binnen deze termijn, zal het verschuldigde bedrag worden ingevorderd op basis van artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 of via een procedure bij de burgerlijke rechtbank.
Artikel 6. Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 tot en met 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 7. Overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit besluit.
De gemeente trad toe tot de zuiveringsdivisie van Farys.
Overeenkomstig artikel 2.5.3.1 § 2 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, kan het Algemeen Waterverkoopreglement worden aangevuld door de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk met een Bijzonder Waterverkoopreglement, voor zover dat niet strijdig is met het Algemeen Waterverkoopreglement en met de bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten.
Farys wenst in uitvoering van bovenvermeld artikel een aanvullend bijzonder Waterverkoopreglement inzake sanering op te stellen. Hiervoor is de inbreng van de gemeente noodzakelijk.
De gemeenteraad keurde op 28 april 2022 de tarieven van het Bijzonder Waterverkoop-reglement voor huisaansluitingen goed. De goedgekeurde tarieven zijn, op basis van afrekeningen in de kwartaalrapporteringen, vandaag niet meer marktconform.
Gemiddelde kostprijs per uitgevoerde aansluiting bedroeg in 2023 en 2024 respectievelijk € 2.975 en € 2.473. Een aanpassing is bijgevolg noodzakelijk.
Voor haar algemene financiering heft de gemeente Ternat een retributie op bijzonder waterverkoopreglement huisaansluitingen TMVW.
Enig artikel. Dit agendapunt wordt verdaagd. Er zal een nieuw reglement (en geen aanpassing van het bestaande) worden voorgelegd aan de gemeenteraad van januari.
ILV Regionaal Woonbeleid Noord-Pajottenland zal de komende zes jaar verder uitvoering geven aan het lokaal woonbeleid van de TARL-gemeenten. De ILV wil op een actieve en efficiënte manier inzetten op het pandenbeleid in de verschillende gemeenten. Naast de inzet op woningkwaliteit zal ook de leegstand van woningen en gebouwen maximaal ingedijkt worden.
Om te kunnen streven naar een efficiëntere werking, worden de verschillende gemeentelijke reglementen met betrekking tot leegstand op elkaar afgestemd. Op die manier kunnen alle woonconsulenten van de ILV over de verschillende gemeenten heen uitvoering geven aan het leegstandsbeheer. Er blijft wel ruimte om lokaal eigen accenten te leggen, zo kunnen de belastingtarieven per gemeente gedifferentieerd worden.
Verder streven we ook naar administratieve vereenvoudiging. Op die manier kunnen de woonconsulenten maximaal inzetten op het verhelpen van leegstand in de verschillende gemeenten.
Uitvoering geven aan het pandenbeleid behelst immers veel procedures en richtlijnen. Van de opname van een woning of gebouw in het leegstandsregister tot de schrapping dienen er heel wat administratieve stappen doorlopen te worden. Voor de betrokken eigenaars (houders van het zakelijk recht) is het moeilijk om het overzicht te houden in deze administratieve keten. In het belang van de betrokkenen en in hoofde van goed bestuur, stellen we voor om de administratieve keten te vereenvoudigen.
De Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen regelen de aanstelling van personeelsleden die belast worden met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen en hun bevoegdheden om onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten.
Het decreet lokaal bestuur anno 2017 bepaalt dat de beslissingen, de akten en de briefwisseling van personeelsleden aan wie bevoegdheden zijn toevertrouwd, door die personeelsleden ondertekend worden.
Deze decreten bieden de mogelijkheid om de opmaak en het beheer van het leegstandsregister toe te vertrouwen aan de administratie. Het ‘bevoegd personeelslid’ geeft daarbij uitvoering aan het reglement dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad.
Dit biedt het voordeel dat niet alle beslissingen tot registratie van een woning of gebouw in het register, (weigering) schrapping, (weigering) vrijstelling of overdracht van het zakelijk recht voorgelegd dienen te worden aan het college van burgemeester en schepenen. Op die manier kan de administratie aanvragen tot schrapping en vrijstelling vlotter behandelen en kan er kort op de bal gespeeld worden naar de betrokken eigenaars. Ook overdrachten van het zakelijk recht kunnen beter opgevolgd worden waardoor nieuwe eigenaars sneller in kennis gesteld kunnen worden van de opname van hun woning of gebouw in het leegstandsregister. Bovendien kunnen zij dan ook beter gestimuleerd worden om de leegstand te verhelpen.
Indien de aanvraag tot schrapping of vrijstelling geweigerd wordt door het bevoegd personeelslid, hebben de betrokken eigenaars de mogelijkheid om in beroep te gaan bij het college van burgemeester en schepenen. college van burgemeester en schepenen beslist in eerste instantie dan ook niet meer over de schrapping of vrijstelling, maar blijft wel bevoegd als beroepsinstantie.
We voorzien tevens de mogelijkheid dat het bevoegd personeelslid ambtshalve schrappingen doorvoert of ambtshalve een vrijstelling van de belasting toekent indien het bevoegd personeelslid over afdoende bewijskrachtige gegevens beschikt. Op die manier hoeven de betrokken eigenaars de bewijsstukken niet aan te leveren indien de administratie zelf hierover kan beschikken.
Om het leegstandsbeleid meer slagkracht te geven, doen we het voorstel om het belastingtarief te verhogen. Hierbij werd gekeken naar belastingtarieven van andere gemeenten die een performant leegstandsbeleid voeren. Voorstel om het basistarief te verhogen naar € 3.000. Vervolgens wordt dit bedrag jaarlijks verhoogd met € 1.000.
Op die manier blijft het belastingtarief significant, maar toch billijk verhoogd rekening houdende met belastingtarieven die van toepassing zijn in andere gemeenten.
Renovaties van sociale woningen hebben een grote complexiteit. Het blijft een bewuste keuze om langdurige leegstand van sociale woningen in te dijken. Sociale woningen zijn daarmee op zich niet vrijgesteld van de belasting op leegstand.
De uitdagingen om grote delen van het bestaande sociaal huurpatrimonium te renoveren zijn complex omwille van de schaal (vaak hele wijken of delen ervan) en het regelgevend kader (i.c. traject om financiering te bekomen, de verplichting tot tijdelijke of definitieve herhuisvesting). Deze uitdagingen gelden niet in deze mate voor projecten van particulieren of private ontwikkelaars. Bovendien heeft de gemeente ook een formele regierol in sociale woonprojecten op basis van Boek 4, deel 1, titel 2, hoofdstuk 2, afdeling 1 'Programmatie van projecten' van het Uitvoeringsbesluit Vlaamse Codex Wonen. Ook een dergelijke ingrijpende regierol is niet aanwezig in private projecten. Tenslotte is de woonmaatschappij ook een partner in de beleidsdoelstelling om kwaliteitsvolle en betaalbare sociale woningen te verhuren. Deze maatschappelijke opdracht is niet per se in private projecten aanwezig.
Om deze reden wordt een bijkomende vrijstelling voorzien voor sociale huurwoningen, maar enkel op voorwaarde dat ze zijn opgenomen in een renovatieplanning die werd besproken op het Lokaal Woonoverleg en goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen. Net zoals bij de andere vrijstellingen, wordt deze vrijstelling echter beperkt in de tijd.
In het kader van bovenstaande voorgestelde aanpassingen is het aangewezen om dit reglement aan te passen.
Voor haar algemene financiering heft de gemeente Ternat een belasting op leegstand. De opbrengst van deze belasting wordt geraamd op € 65.804. De opbrengsten worden geboekt op jaarbudgetrekening JAAR/GBB/0020-00/7305000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
HOOFDSTUK 1 - DEFINITIES EN MACHTIGING
Begripsomschrijvingen
Artikel 1. Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van Boek 1, art.1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Voor de toepassing van dit reglement wordt specifiek volgende definitie verstaan onder:
1° Bevoegd personeelslid: het gemeentelijk personeelslid dat wordt belast met de uitvoering van dit reglement.
2° Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen.
3° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
4° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
5° Registratiedatum: de datum waarop de woning of het gebouw in het leegstandsregister wordt opgenomen. Deze datum wordt opgenomen in de administratieve akte tot vaststelling van leegstand.
6° Leegstaand gebouw: Gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2° van het decreet bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na slopen van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
7° Leegstaande woning: woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie.
8° Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen als vermeld in Boek 2, art. 2.9 - art. 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
9° Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.
10° Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van eerste registratie in het leegstandsregister, zolang het gebouw en/of de woning niet uit het register is geschrapt.
11° Woning: een goed vermeld in Boek 1, art. 1.3 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande).
12° Houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
13° Renovatienota: een nota die toegevoegd wordt aan de aanvraag tot vrijstelling op basis van renovatiewerken die niet vergunningsplichtig zijn. Deze nota bevat:
14° Sociale huurwoning: woning die bestemd is om verhuurd te worden als sociale huurwoning zoals gedefinieerd in art 1.3, § 1, eerste lid, 49° van de Vlaamse Codex wonen van 2021.
15° renovatieplanning sociale woningen: renovatieplanning van sociale huurwoningen, opgemaakt in overleg met de woonmaatschappij, besproken op het Lokaal Woonoverleg en bekrachtigd door het college van burgemeester en schepenen.
Bevoegde personeelsleden
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen duidt gemeentelijke personeelsleden aan die belast worden met de uitvoering van dit reglement.
Deze personeelsleden hebben de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden voor de opmaak en het beheer van het leegstandsregister. Daarnaast hebben zij ook de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
HOOFDSTUK 2 - REGISTRATIE VAN LEEGSTAND
Leegstandsregister
Artikel 3. §1 Het bevoegd personeelslid houdt een leegstandsregister bij. Het register leegstand bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:
Een woning die opgenomen is in de inventaris 'ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen' wordt niet opgenomen in het leegstandsregister.
§2 In elk register worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:
1° het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw
2° de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of gebouw
3° de identiteit en het adres van de houder(s) van het zakelijk recht
4° het nummer en de datum van de administratieve akte
5° de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de registratie.
Registratie van leegstand
Artikel 4. §1 Een leegstaande woning of leegstaand gebouw wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte tot vaststelling van leegstand. In deze akte worden de indicaties vermeld die de leegstand staven. Er wordt tevens een fotodossier bijgehouden, dit maakt geen deel uit van de administratieve akte. In de administratieve akte wordt tevens de registratiedatum vermeld.
§2 De vaststelling van leegstand wordt vastgesteld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende (niet-limitatieve) lijst:
§3 Er kan beroep worden ingesteld tegen de registratie van een woning of gebouw in het leegstandsregister volgens de procedure vermeld in artikel 12 van dit reglement.
Kennisgeving van de registratie
Artikel 5. De houder van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot registratie in het gemeentelijk register. Bij de kennisgeving wordt de administratieve akte tot vaststelling van leegstand meegestuurd, deze bevat:
Schrapping uit het gemeentelijk leegstandsregister
Artikel 6. §1 Een woning wordt geschrapt uit het leegstandsregister als ze meer dan 6 maanden ononderbroken wordt aangewend in overeenstemming met de functie, overeenkomstig de bepalingen in Boek 2, deel 2, titel 3 'leegstandsregister' van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. De datum van de schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na onderzoek ter plaatse.
Een gebouw wordt geschrapt uit het leegstandsregister indien meer dan 50% van de totale vloeroppervlakte van het gebouw, na de periode van leegstand, meer dan 6 opeenvolgende maanden effectief wordt gebruikt overeenkomstig de functie, overeenkomstig de bepalingen in Boek 2, deel 2, titel 3 'leegstandsregister' van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. De datum van de schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie.
§2 Overige schrappingsgronden:
§3 Het controle-onderzoek gebeurt op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige aan het bevoegd personeelslid. De al dan niet inwilliging van een verzoek tot schrapping kan worden voorafgegaan door een controle van ter plaatse met het oog op een feitenonderzoek. Het verzoek tot schrapping wordt niet ingewilligd als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§4 Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek aan het bevoegd personeelslid, via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
§5 Het bevoegd personeelslid onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van orde van twee maanden na de ontvangst van het verzoek. Het bevoegd personeelslid stelt de aanvrager in kennis van de beslissing. Indien de schrapping geweigerd wordt, gebeurt deze kennisgeving met een beveiligde zending.
§6 Onverminderd §1 tot en met §5, kan het bevoegd personeelslid overgaan tot ambtshalve schrapping, maar enkel voor zover het bevoegd personeelslid in het bezit is van afdoende bewijskrachtige gegevens.
§7 Er kan beroep worden ingesteld tegen de weigering van een aanvraag schrapping volgens de procedure vermeld in artikel 12 van dit reglement.
HOOFDSTUK 3 - BELASTING OP LEEGSTAND
Belastbaar feit en termijn
Artikel 7. Er wordt voor de aanslagjaren 2026-2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister geschrapt is, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op de verjaardag van de registratiedatum.
Belastingplichtige
Artikel 8. §1 De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de registratiedatum.
§2 In geval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. In geval er meerdere andere houders, zoals omschreven in artikel 1 lid 13, zijn van het zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
§3 In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar of de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger van het nieuwe zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister.
De instrumenterende ambtenaar of de overdrager van het zakelijk recht stelt de gemeentelijke administratie binnen de twee maanden na het verlijden van de akte van verkoop in kennis van de overdracht. Volgende gegevens worden daarbij bezorgd:
Het ondertekenen van een verkoopovereenkomst houdt geen overdracht in van een zakelijk recht. Het verlijden van de notariële akte van verkoop zal bepalend zijn om te bekijken wie er op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt, belastingplichtige is.
Tarief van de belasting
Artikel 9. 1. Als de leegstaande woning of het leegstaand gebouw gedurende een eerste termijn van twaalf maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister, bedraagt de belasting € 3.000.
De belasting wordt vermeerderd met € 1.000 per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat de leegstaande woning of het gebouw op het register staat en dit voor een termijn van 4 jaar.
2. De belasting wordt, vanaf het aanslagjaar 2027, jaarlijks op 1 januari automatisch herzien op basis van de schommelingen van de gezondheidsindex, volgens volgende formule:
Nieuw tarief = oud tarief x nieuwe index
basisindex
De basisindex is de gezondheidsindex van toepassing voor de maand december 2025. De nieuwe index is de gezondheidsindex van toepassing in de loop van de maand december die voorafgaat aan de herziening van het bedrag van de belasting.
3. Een vrijstelling, zoals voorzien in artikel 10, schorst de optelling van het aantal termijnen gedurende de looptijd van de vrijstelling. Na de overdracht van het volledige zakelijk recht vervalt het aantal termijnen van twaalf maanden dat een woning of een gebouw opgenomen is in het leegstandsregister. In dat geval zal de eerste aanslag aan de nieuwe zakelijk gerechtigde € 3.000 bedragen.
Vrijstellingen
Artikel 10. §1 Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden bij het bevoegd personeelslid via het daartoe bestemde aanvraagformulier. De aanvraag voor een vrijstelling van de belasting moet worden ingediend via beveiligde zending voor de verjaardag van de toepasselijke registratiedatum. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals hieronder beschreven, dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan het bevoegd personeelslid.
§2 Het al dan niet toekennen van een vrijstelling kan worden voorafgegaan door een controle van de administratie ter plaatse met het oog op een feitenonderzoek. De vrijstelling wordt geacht geweigerd te zijn als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§3 Het bevoegd personeelslid onderzoekt of er redenen zijn tot het toekennen van een vrijstelling binnen een termijn van orde van twee maanden na de ontvangst van de aanvraag tot vrijstelling. Het bevoegd personeelslid stelt de aanvrager in kennis van de beslissing. Indien de aanvraag tot vrijstelling geweigerd wordt, gebeurt deze kennisgeving met een beveiligde zending.
§4 Onverminderd §1, §2 en §3 kan het bevoegd personeelslid vrijstellingen ambtshalve verlenen, maar enkel voor zover het bevoegd personeelslid in het bezit is van afdoende bewijskrachtige gegevens.
§5 Persoonsgebonden vrijstellingen:
Van de belasting op leegstand zijn vrijgesteld:
1° De belastingplichtige die nieuwe houder geworden is van het volledige zakelijk recht op de woning of het gebouw, komt in aanmerking voor een vrijstelling. Deze vrijstelling geldt gedurende één jaar vanaf de registratiedatum, indien de overdracht van het zakelijk recht heeft plaatsgevonden in het jaar vóór de opname van de woning of het gebouw in het leegstandsregister. Indien de overdracht heeft plaatsgevonden na de opname in het leegstandsregister, geldt de vrijstelling gedurende één jaar vanaf de eerstvolgende verjaardag van de registratiedatum.
De datum van de overdracht is de datum waarop de notariële akte van verkoop verleden werd. In geval van erfopvolging is de datum van de overdracht de datum van het attest of de akte van erfopvolging.
2° De belastingplichtige die permanent in een erkende ouderenvoorziening verblijft, indien de belastingplichtige de laatste bewoner was van de leegstaande woning die de belastingplichtige als hoofdverblijfplaats gebruikte. Het verblijf wordt geattesteerd en gedateerd door de voorziening of instelling in kwestie. De vrijstelling geldt voor een periode van twee jaar vanaf de registratiedatum.
3° De belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. Deze vrijstelling geldt gedurende een termijn van maximaal twee jaar vanaf de eerstkomende verjaardag van de registratiedatum na de gerechtelijke beslissing. Indien de handelingsbekwaamheid beperkt werd in het jaar vóór de registratie van de woning of het gebouw in het leegstandsregister, geldt deze vrijstelling gedurende een termijn van twee jaar vanaf de registratiedatum.
4° een sociale woning die opgenomen is in een goedgekeurd renovatieplan en dit op voorwaarde dat de woning is opgenomen in een renovatieplanning voor sociale woningen zoals bedoeld in artikel 1 lid 16. Deze vrijstelling geldt gedurende een termijn van maximaal 4 jaar vanaf de eerstkomende verjaardag van de registratiedatum na de goedkeuring van het renovatieplan.
§6 Gebouwgebonden vrijstellingen:
Een vrijstelling wordt verleend als de woning of het gebouw:
1° Gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan en de woning aangeduid werd als te onteigenen goed. Deze vrijstelling geldt vanaf de registratiedatum.
2° Krachtens het decreet van 12 juli 2013 betreffende het Onroerend Erfgoed zijn beschermd als monument en waarvoor bij de bevoegde overheid een ontvankelijk verklaard onderzoeks- of erfgoedpremiedossier is ingediend of waarvoor de bevoegde overheid attesteert dat het monument in de bestaande toestand bewaard mag blijven. Deze vrijstelling geldt gedurende een termijn van maximaal twee jaar vanaf de registratiedatum.
3° Vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp. Deze vrijstelling geldt maximaal twee jaar vanaf de registratiedatum.
4° Onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure. Deze vrijstelling geldt vanaf de registratiedatum.
5° a. Gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken en eventueel sloopwerkzaamheden. In het geval dat de omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken afgeleverd werd door het college van burgemeester en schepenen vóór de registratie van het gebouw of de woning in het leegstandsregister, bedraagt de termijn van de vrijstelling 3 jaar vanaf de registratiedatum. In de andere gevallen start de periode van vrijstellingen vanaf de verjaardag van de registratiedatum.
b. Gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning mits de betrokkene door middel van een renovatienota, zoals omschreven in artikel 1 lid 14, aantoont dat het een totale verbouwing betreft waarbij de woning of het gebouw wordt aangepast aan de huidige kwaliteitsnormen. Deze vrijstelling geldt gedurende een termijn van drie jaar te rekenen vanaf de eerstkomende verjaardag van de registratiedatum volgend op de aanvraag van de vrijstelling met toevoeging van de volledige renovatienota.
§7 De persoons- en gebouwgebonden vrijstellingen kunnen gecumuleerd worden. De maximale gecumuleerde termijn van de vrijstellingen wordt echter beperkt tot vier jaar.
§8 Er kan beroep worden ingesteld tegen de weigering van een aanvraag vrijstelling volgens de procedure vermeld in artikel 12 van dit reglement.
Inkohiering
Artikel 11. De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
HOOFDSTUK 4 - INHOUDELIJKE BEROEPEN, FISCAAL BEZWAAR EN SLOTBEPALINGEN
Beroep tegen de registratie en tegen de weigering van een aanvraag schrapping of vrijstelling van de belasting
Artikel 12. §1 Er kan beroep worden ingesteld tegen de beslissing tot registratie en tegen de weigering van een aanvraag schrapping of vrijstelling van de belasting. Dit beroep kan ingesteld worden bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn 30 dagen na ontvangst van de beslissing waartegen men beroep wil instellen.
§2 Een beroep wordt per beveiligde zending overgemaakt en bevat minimaal de volgende gegevens:
§3 Als het beroep ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of advocaat-stagiair.
§4 De indiener voegt bij het beroep de overtuigingsstukken die hij nodig acht.
§5 Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroep ingediend worden, waarbij het eerdere beroep als ingetrokken wordt beschouwd.
§6 Het college van burgemeester en schepenen registreert elk inkomend beroep in het leegstandsregister en meldt de ontvangst ervan aan de indiener van het beroep. Het college van burgemeester en schepenen heeft 90 dagen tijd om het beroep te behandelen. Het college van burgemeester en schepenen toetst de ontvankelijkheid van het beroep. Het beroep is enkel onontvankelijk in één van de volgende gevallen:
§7 Als het college van burgemeester en schepenen vaststelt dat het beroep onontvankelijk is, deelt ze dat aan de indiener mee met de vermelding dat de procedure als afgehandeld beschouwd wordt.
§8 Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepen op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door de administratie. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§9 Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het beroep tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Indien het college geen uitspraak doet over het beroep, of zijn uitspraak niet betekent binnen de termijn vermeld in §6, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente.
Fiscaal bezwaar tegen de belasting op leegstand
Artikel 13. Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen zijn van toepassing op dit reglement.
De procedure inzake het indienen van een fiscaal bezwaar, is vervat in dit decreet.
Slotbepalingen
Artikel 14. §1 Het huidige reglement inzake de registratie van en belasting op leegstand goedgekeurd door de gemeenteraad op 21 december 2023 wordt opgeheven.
§2 Het aantal termijnen dat een woning of een gebouw op het leegstandsregister staat, wordt behouden bij ingang van dit reglement. De termijn die in acht genomen wordt voor de belasting, wordt berekend vanaf de eerste registratie in het leegstandsregister.
§3 Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden. Overeenkomstig artikel 285 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur wordt dit belastingreglement bekendgemaakt via de gemeentelijke website en wordt een afschrift van deze beslissing overgemaakt aan de provinciegouverneur.
De tarieven voor deelname aan gemeentelijke sport- en jeugdactiviteiten zijn sinds 27 februari 2018 ongewijzigd maar er is een algemene grote prijsstijging voor o.a. lesgeverskosten sinds die datum.
De aanpassing van de tarieven zorgen ervoor dat de tarieven meer marktconform zijn. Door het opnemen van een sociaal tarief voor Ternatse inwoners bieden we ook kansarme inwoners de mogelijkheid om aan de gemeentelijke sport- en jeugdactiviteiten deel te nemen. Inwoners die een attest kunnen voorleggen van verhoogde tegemoetkoming (11% van de Ternatse bevolking) komen in aanmerking voor het sociaal tarief inwoners. Voor deelnemers van buiten onze gemeente voorzien we geen sociaal tarief en geen bijkomende korting voor bv. 2de of 3de kind.
Voor haar algemene financiering heft de gemeente Ternat een retributie op tarieven voor sport- en jeugdactiviteiten en is dit opgenomen in jaarbudgetrekening JAAR/ACT-2.3.2/0740-00/7002000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN voor de sportactiviteiten en JAAR/ACT-2.3.2/0750-00/7002000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN voor de jeugdactiviteiten.
Raming bijkomende inkomsten: € 12.150,50.
Artikel 1. De raad keurt de voorgestelde tarieven voor de sport en jeugdactiviteiten, geldig vanaf 3 april 2026, goed als volgt:
| Sportactiviteiten | huidig tarief/lesuur | nieuw tarief/lesuur |
| groepslessen volwassenen | € 5 | € 7,50 |
| groepslessen volwassenen (inwoner sociaal tarief) | € 5 | € 4 |
| groepslessen senioren | € 2,50 | € 3,50 |
| groepslessen senioren (inwoner sociaal tarief) | € 2,50 | € 2 |
| groepslessen kinderen | € 2,50 | € 3,50 |
| groepslessen kinderen (inwoner sociaal tarief) | € 2,50 | € 2 |
| multimove | € 3 | € 4,50 |
| multimove (inwoner sociaal tarief) | € 3 | € 2,50 |
| leren zwemmen | € 3,50 | € 5 |
| leren zwemmen (inwoner sociaal tarief) | € 3,50 | € 2,50 |
| start2swim | € 7 | € 10,50 |
| start2swim (inwoner sociaal tarief) | € 7 | € 5 |
| wasdatpas | € 25 | € 30 |
| wasdatpas (inwoner sociaal tarief) | € 25 | € 15 |
| jeugdactiviteit | huidig tarief/lesuur | nieuw tarief/lesuur |
| MAKIS Ternat | € 15 | € 20 |
| MAKIS Ternat 2de kind | € 12 | € 17 |
| MAKIS Ternat 3de kind | € 9 | € 14 |
| MAKIS Ternat (inwoner sociaal tarief) | € 15 | € 10 |
| MAKIS NIET Ternat | € 18 | € 23 |
| MAKIS NIET Ternat 2de kind | € 15 | € 23 |
| MAKIS NIET Ternat 3de kind | € 12 | € 23 |
| MAKIS sociaal NIET Ternat | € 18 | € 23 |
| Taal in Ternat | € 6 | € 10 |
| Taal in Ternat (inwoner sociaal tarief) | € 6 | € 5 |
| Taal in Ternat niet Ternat | € 6 | € 12 |
| wasdatpas | € 25 | € 30 |
| wasdatpas (inwoner sociaal tarief) | € 25 | € 15 |
Artikel 2. De volgende omschrijvingen worden in het reglement vermeld:
Artikel 3. Bovenstaande bepalingen worden opgenomen in het gemeentelijk retributiereglement dat overeenkomstig wordt aangepast en gepubliceerd. Een gecoördineerde en geactualiseerde versie wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website.
Artikel 4. Uit het raadsbesluit van 19 mei 2022 worden artikels 1, 2 en 3 opgeheven.
Artikel 5. Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit.
Artikel 6. Dit reglement treedt in werking op 3 april 2026.
Artikel 7. De bekendmaking van deze verordening gebeurt overeenkomstig artikels 285 t.e.m. 288 van het decreet lokaal bestuur.
Het decreet lokaal bestuur heeft in 2019 de personeelsformatie niet meer opgelegd als verplicht instrument.
De personeelsformatie (d. i. het kader dat de opsomming van het aantal en de soorten betrekkingen voor een lokaal bestuur bevat, en de ‘personele middelen’ vaststelt voor de uitvoering van het beleid dat is uitgetekend) blijft gelden zolang de raad de personeelsformatie niet opheft.
Alle aanwervingen moeten steeds kaderen binnen de kredieten voorzien in de beleids- en beheerscyclus (BBC).
De opheffing kadert in de wens van en de noodzaak voor de organisatie om flexibeler te kunnen inspelen op enerzijds de noden van de burgers en het gewenste aanbod van dienstverlening aan de burgers en anderzijds de zeer competitieve arbeidsmarkt die het voor lokale besturen moeilijk maakt de juiste profielen aan te werven en in dienst te kunnen houden.
De invulling van het personeelskader wordt digitaal bijgehouden en opgevolgd. De principiële goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 3 oktober 2024 gebeurde onder voorbehoud van een controlemechanisme.
Via de personeelsdienst werd er in het voorjaar van 2025 de digitale tool 'kaderbeheer' van Cipal Schaubroeck geïmplementeerd. Hierdoor wordt het bestaande proces geoptimaliseerd en kan er 'op vraag' een digitaal overzicht opgeladen worden van een huidig kader of een toekomstig kader.
Het organogram blijft wel te voorzien.
Het controlemechanisme wordt aangehouden als volgt:
Een toelichting over de specifieke werkwijze is terug te vinden in bijlage - alsook een voorbeeld van de rapportage (personeelsplan in gewijzigde vorm).
Artikel 1. De raad keurt de opheffing van de formele personeelsformatie mits het aanhouden van een controlemechanisme zoals opgenomen in de considerans goed.
Artikel 2. Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de dienst Personeel en de dienst Financiën.
In het kader van het sectoraal akkoord gesloten op 8 april 2020 tussen de sociale partners uit de lokale besturen, krijgen de personeelsleden jaarlijks recht op ecocheques.
Bij nazicht van de berekeningswijze voor de ecocheques, die in het kader van de vernieuwde rechtspositieregeling werden verhoogd naar € 200,00 hebben wij enkele onduidelijkheden vastgesteld. We opteren er daarom voor volgende aanpassing doorvoeren: de referteperiode wordt voor iedereen verlengd naar 12 maanden in plaats van 9 maanden en de uitbetalingsmaand blijft behouden in december (en niet in januari).
Van:
Paragraaf 1.
Elk personeelslid krijgt vanaf 1 januari 2020 een recurrente koopkrachtverhoging van 200 euro per VTE onder de vorm van een ecocheque.
Paragraaf 2.
Het personeelslid ontvangt het volledige bedrag van de ecocheque als het als titularis van een betrekking met volledige prestaties het volledige salaris heeft ontvangen tijdens de referentieperiode van 1 januari tot en met 30 september van het lopende kalenderjaar.
Als het personeelslid niet het volledige salaris heeft ontvangen als titularis van een betrekking met volledige prestaties of onvolledige prestaties tijdens de referentieperiode, wordt het bedrag van de ecocheque verminderd in verhouding tot het salaris dat het personeelslid werkelijk heeft ontvangen.
Elke prestatie of afwezigheid met recht op salaris van het bestuur tijdens de referentieperiode geeft aldus verhoudingsgewijs recht op een ecocheque.
De periodes waarin het personeelslid tijdens de referentieperiode als titularis van een betrekking met volledige prestaties of onvolledige prestaties met ouderschapsverlof was of met bevallingsverlof was met toepassing van de Arbeidswet van 16 maart 1971, worden gelijkgesteld met periodes waarvoor het personeelslid het salaris volledig heeft ontvangen.
Start de tewerkstelling na 30 september van het lopende kalenderjaar dan ontvangt het personeelslid de ecocheque in de loop van de maand december van hetzelfde jaar.
Het bedrag van de ecocheque staat in verhouding tot het salaris dat het heeft ontvangen t.o.v. het volledige salaris als titularis van een betrekking met volledige prestaties.
Paragraaf 3.
De ecocheques worden uitbetaald tijdens de maand januari van het jaar volgend op het in aanmerking te nemen kalenderjaar.
Naar:
Paragraaf 1.
Elk personeelslid krijgt vanaf 1 januari 2020 een recurrente koopkrachtverhoging van 200 euro per VTE onder de vorm van een ecocheque.
Paragraaf 2.
Het personeelslid ontvangt het volledige bedrag van de ecocheque als het als titularis van een betrekking met volledige prestaties het volledige salaris heeft ontvangen tijdens de referentieperiode van 1 januari tot en met 31 december van het lopende kalenderjaar.
Als het personeelslid niet het volledige salaris heeft ontvangen als titularis van een betrekking met volledige prestaties of onvolledige prestaties tijdens de referentieperiode, wordt het bedrag van de ecocheque verminderd in verhouding tot het salaris dat het personeelslid werkelijk heeft ontvangen.
Elke prestatie of afwezigheid met recht op salaris van het bestuur tijdens de referentieperiode geeft aldus verhoudingsgewijs recht op een ecocheque.
De periodes waarin het personeelslid tijdens de referentieperiode als titularis van een betrekking met volledige prestaties of onvolledige prestaties met ouderschapsverlof was of met bevallingsverlof was met toepassing van de Arbeidswet van 16 maart 1971, worden gelijkgesteld met periodes waarvoor het personeelslid het salaris volledig heeft ontvangen.
Paragraaf 3.
De ecocheques worden uitbetaald tijdens de maand december van het in aanmerking te nemen kalenderjaar.
Artikel 1. De raad keurt de aanpassing van het huidige artikel 213 van de rechtspositieregeling voor het personeel van het lokaal bestuur Ternat volgens het voorstel opgenomen in considerans goed.
Artikel 2. Een gecoördineerde versie van de rechtspositieregeling zal opgemaakt worden en gepubliceerd op de gemeentelijke website.
Artikel 3. Alle personeelsleden worden van deze wijziging in kennis gesteld.
Artikel 4. Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de dienst Financiën, de dienst Personeel en de provinciegouverneur.
Het voorstel is om de bestaande functionele loopbaan 'A1a-A1b-A2a' opnieuw toe te voegen in de huidige rechtspositieregeling. De functionele loopbaan 'A1a-A1b-A2a' is niet nieuw en is op vandaag nog steeds aanwezig in het bestaande personeelsplan.
In de huidige rechtspositieregeling wordt voorgesteld om artikel 3 paragraaf 2, en artikel 6 te wijzigen als volgt:
Van:
Artikel 3, paragraaf 2.
Aan de volgende graden worden de salarisschalen en de functionele loopbanen verbonden die overeenkomen met de ernaast vermelde lettercijfercode.
| NIVEAU E |
SCHALEN |
| Basisgraad |
E1-E2-E3 |
| NIVEAU D |
SCHALEN |
| Basisgraad |
D1-D2-D3 |
| Hogere graad |
D4-D5 |
| NIVEAU C |
SCHALEN |
| Basisgraad |
C1-C2-C3 |
| Hogere graad |
C4-C5 |
| NIVEAU B |
SCHALEN |
| Basisgraad |
B1-B2-B3 |
| Hogere graad |
B4-B5 |
| NIVEAU A |
SCHALEN |
| Basisgraad |
A1a- A2a-A3a |
| Hogere graad |
A4a-A4b |
| A5a-A5b |
Naar:
Artikel 3, paragraaf 2.
Aan de volgende graden worden de salarisschalen en de functionele loopbanen verbonden die overeenkomen met de ernaast vermelde lettercijfercode.
| NIVEAU E |
SCHALEN |
| Basisgraad |
E1-E2-E3 |
| NIVEAU D |
SCHALEN |
| Basisgraad |
D1-D2-D3 |
| Hogere graad |
D4-D5 |
| NIVEAU C |
SCHALEN |
| Basisgraad |
C1-C2-C3 |
| Hogere graad |
C4-C5 |
| NIVEAU B |
SCHALEN |
| Basisgraad |
B1-B2-B3 |
| Hogere graad |
B4-B5 |
| NIVEAU A |
SCHALEN |
| Basisgraad |
A1a- A1b-A2a-A3a |
| Hogere graad |
A4a-A4b |
| A5a-A5b |
En van:
Artikel 6.
De functionele loopbanen en de voorwaarden voor doorstroming naar de volgende salarisschalen zijn voor het niveau A:
Voor de functies in de graad A1a-A2-A3a:
a. van A1a naar A2a na 4 jaar schaalanciënniteit in A1a;
b. van A2a naar A3a na 18 jaar gecumuleerde schaalanciënniteit in A1a en A2a.
Voor de functies in de graad A4a-A4b:
van A4a naar A4b na 9 jaar schaalanciënniteit in A4a.
Voor de functies in de graad A5a-A5b:
A5a-A5b: van A5a naar A5b na 9 jaar schaalanciënniteit in A5a
Naar:
Artikel 6.
De functionele loopbanen en de voorwaarden voor doorstroming naar de volgende salarisschalen zijn voor het niveau A:
Voor de functies in de graad A1a-A1b-A2a:
a. van A1a naar A1b na 4 jaar schaalanciënniteit in A1a;
b. van A1b naar A2a na 18 jaar gecumuleerde schaalanciënniteit in A1a en A1b.
Voor de functies in de graad A1a-A2a-A3a:
c. van A1a naar A2a na 4 jaar schaalanciënniteit in A1a;
d. van A2a naar A3a na 18 jaar gecumuleerde schaalanciënniteit in A1a en A2a.
Voor de functies in de graad A4a-A4b:
van A4a naar A4b na 9 jaar schaalanciënniteit in A4a.
Voor de functies in de graad A5a-A5b:
A5a-A5b: van A5a naar A5b na 9 jaar schaalanciënniteit in A5a
Artikel 1. De raad keurt de aanpassing van het huidige artikel 3 paragraaf 2, en artikel 6 van de rechtspositieregeling voor het personeel van het lokaal bestuur Ternat volgens het voorstel opgenomen in considerans goed.
Artikel 2. Na goedkeuring door de raad wordt een gecoördineerde versie van de rechtspositieregeling gepubliceerd op de gemeentelijke website.
Artikel 3. Er wordt opdracht gegeven het personeel van deze wijziging in kennis te stellen.
Artikel 4. Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de dienst Financiën, de dienst Personeel en de provinciegouverneur.
Een toelichting betreffende de voorgestelde wijzigingen in het personeelsplan en het organogram is terug te vinden in bijgevoegde HR-nota.
De wijzigingen in het organogram en het personeelsplan werden in de bijlagen aangeduid in kleur.
De voorstellen werden opgenomen in de personeelsbegroting en zijn het resultaat van de overlegmomenten voor en tijdens de zomerperiode. Latere wijzigingen die worden voorgesteld in het nieuwe meerjarenplan, maar nog niet zijn opgenomen in het personeelsplan, worden bij de eerstvolgende aanpassing meegenomen.
Volgende wijzigingen worden aangebracht aan het personeelsplan:
- 'Administratief medewerker C1-C3' Financiën wordt 'Deskundige Financiën B1-B3'
- 'Coördinator Gezondheid en beweging B4-B5' wordt 'Coördinator Sport en Gebouwbeheer A1a-A3a'
- 'Coördinator HRM A1a-A3a' wordt 'HR manager A4a-A4b'
- 'Deskundige Milieu B1-B3' wordt 'Expert Groen B4-B5'
- 'Teamleider Milieu en Handhaving B4-B5' wordt 'Expert Milieu en Handhaving B4-B5'
- 'Teamleider Administratie Omgeving C4-C5' wordt 'Teamleider administratie en operationele werking B4-B5'
- Uitbreiding 0,7 VTE 'Ploegbaas Onderhoud D4-D5' wordt 1 VTE 'Ploegbaas Onderhoud D4-D5'
Aanvullend na feedback vanuit de clusters:
- 'Brugfiguur BOA C1-C3' (0,8 VTE) wordt toegevoegd vanaf 2026
- 'Brugfiguur Integratie C1-C3' (0,8 VTE) wordt toegevoegd vanaf 2026
- 'Deskundige Ruimtelijke Ordening B1-B3 (1 VTE)' wordt toegevoegd vanaf 2028/2030
In het personeelsplan worden er enkele functies na pensionering 'uitdovend' geplaatst. Deze functies zijn aangeduid in het personeelsplan.
De aanpassingen worden meegenomen in de personeelsbegroting voor het meerjarenplan 2026-2031.
Artikel 1. De raad keurt de aanpassingen in het personeelsplan en organogram goed.
Artikel 2. Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de provinciegouverneur, de dienst Financiën en de dienst Personeel.
De uitbating van een vaste kansspelinrichting klasse IV (F2) moet geschieden krachtens een convenant dat voorafgaandelijk wordt gesloten tussen de gemeente van vestiging en de uitbater. Het convenant bepaalt waar de kansspelinrichting wordt gevestigd alsook de nadere voorwaarden. In het convenant worden de openings- en sluitingsuren bepaald van de kansspelinrichtingen klasse IV (F2) en wordt vastgelegd wie het gemeentelijk toezicht waarneemt. Om een kansspelvergunning klasse IV (F2) te kunnen verkrijgen moet de aanvrager volgens artikel 43/5 van de wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers:
Enig artikel. Dit agendapunt wordt verdaagd naar een latere zitting omdat de burgemeester vlak voor de raadszitting advies ontving dat men vooreerst wenst te onderzoeken, verwerken of toe te voegen aan het convenant.
Ternat is sinds 2019 aangesloten bij it-punt en neemt als dienst Data Protection Officer – Functionaris gegevensbescherming (DPO) af in 2025. Dankzij het lidgeld dat betaald wordt aan it-punt kon het lokaal bestuur ook instappen in het ESM platform (IT ticketing systeem) ter vervanging van Topdesk.
Binnen it-punt wordt een beheerscomité gevormd met afgevaardigden van de deelnemende gemeenten. De deelnemende gemeenten worden in het beheerscomité uitsluitend vertegenwoordigd door gemeenteraadsleden, burgemeester of schepenen. Voor elke effectieve beheerder wordt door het lid een vervanger aangeduid met hetzelfde mandaat.
De beheerders worden benoemd voor de periode van een gemeentelijke bestuurslegislatuur onverminderd de mogelijkheid van de leden om het mandaat van hun afgevaardigde in te trekken en in dezelfde raadsvergadering een nieuwe beheerder aan te duiden.
De vergadermomenten voor 2026 zijn:
Met 22 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 2 stemmen onthouden.
Met 24 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 0 stemmen onthouden.
Artikel 1. Sven De Paepe wordt met 22 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 2 onthoudingen aangeduid als bestuurlijk afgevaardigde voor het beheerscomité van it-punt.
Artikel 2. Anna Parys wordt met 24 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 0 onthoudingen aangeduid als plaatsvervangend bestuurlijk afgevaardigde voor het beheerscomité van it-punt.
Artikel 3. Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan it-punt.
Het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) legt de regie voor de organisatie en afstemming van opvang en activiteiten bij het lokaal bestuur. Onder opvang valt bv. buitenschoolse opvang en vakantieopvang van basisschoolkinderen. Onder activiteiten verstaan we bv. naschoolse activiteiten.
De Vlaamse Regering schuift met het decreet drie doelstellingen naar voren:
Vanaf september 2026 zal het lokaal bestuur van Ternat de regierol voor het geïntegreerd aanbod van opvang en activiteiten in Ternat opnemen. Heel concreet betekent dit dat er een beleid moet worden uitgestippeld hoe Ternat de doelstellingen van het decreet zal realiseren en de financiële middelen zal verdelen.
Waar professionele opvangaanbieders (in Ternat zijn dit de Maantjes van Infano vzw) nu nog rechtstreeks subsidies krijgen vanuit Vlaanderen, zullen de middelen in de toekomst (vanaf september 2026) naar het lokaal bestuur gaan. Het lokaal bestuur krijgt de opdracht om de middelen te besteden.
Het lokaal bestuur is verantwoordelijk voor:
Voor het toekennen van een professionele opvangpartner voor de buitenschoolse opvang kozen we, na het inwinnen van advies via Mondea, voor een overheidsopdracht. Een overheidsopdracht bevordert transparantie, doelmatigheid en gelijkheid. Zo kunnen we misbruik voorkomen en de partner kiezen die de beste prijs-kwaliteitverhouding biedt. Het erkenningskader en bestek voor professionele opvangpartner werden bij gemeenteraadsbesluit van 27 november 2025 goedgekeurd.
Voor de opvang van de basisscholen Horizon en de Brug stelt het lokaal bestuur op dit moment een locatie op Keizerstraat 35a, 1740 Ternat, ter beschikking. De gebouwen zijn eigendom van het lokaal bestuur en hier loopt een concessie op die Infano vzw het recht geeft om de gebouwen te gebruiken om buitenschoolse opvang te voorzien (Maantje Ternat).
De concessieovereenkomst werd initieel aangegaan voor een periode van zes jaar dewelke een aanvang nam op 1 juli 2002 om te eindigen per 30 juni 2008. De concessieovereenkomst werd vervolgens steeds stilzwijgend met bijkomende periodes van zes jaar verlengd zodat de volgende einddatum 30 juni 2026 bedraagt. Iedere partij bij de concessieovereenkomst kan deze beëindigen middels het geven van een opzeg van zes maanden. Door de concessie op te zeggen met een opzeg dewelke een aanvang zal nemen per 1 januari 2026, vindt er geen stilzwijgende verlenging plaats en komt de concessie teneinde per 30 juni 2026.
Zo kan de locatie mee opgenomen worden in de regie-opdracht van het lokaal bestuur rond kinderopvang.
Artikel 1. De raad keurt het voornemen tot opzegging van de concessie tussen Infano vzw en het lokaal bestuur Ternat omtrent ‘Maantje Ternat’ goed.
Artikel 2. De ondertekening van de opzegging van de concessie wordt gedelegeerd naar de algemeen directeur en de burgemeester.
Artikel 3. Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de dienst Welzijn.
Op 8 juli 2025 werd een aanvraag tot omgevingsvergunning ingediend door Woenst bv voor het bouwen van 8 woningen op de percelen gelegen Kerkpleinweg ZN te 1742 Ternat, kadastraal gekend afdeling 3, sectie C nrs. 852A, 853Z, 853P2 en 853A2 (ref. OMG2025/157; OMV_2025059312). De aanvraag situeert zich volgens het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse in woongebied.
Langs de zijde van het projectgebied wordt de rooilijn van de Kerkpleinweg (weg nr. 37 volgens de Atlas der Buurtwegen) over een lengte van 45,82 m verlegd. Hierdoor wordt de rooilijnbreedte tussen de 1,49 m à 2 m vergroot. De grond gelegen tussen de bestaande en nieuwe rooilijn (met oppervlakte van 4ca 93dma & 83ca 26dma en gelegen op de percelen kadastraal gekend afdeling 3, sectie C nrs. 852A en 853P2) wordt kosteloos aan de gemeente afgestaan zodat het bestaande voetpad langsheen de rijweg wordt opgenomen in het openbaar domein. Dit komt de rechtszekerheid en verkeersveiligheid ten goede, aangezien de vrije doorgang op het voetpad wordt verzekerd.
Er werd omtrent de aanvraag tot omgevingsvergunning (projectinhoudversie 3 - met inbegrip van het rooilijnplan) een openbaar onderzoek gehouden van 22 oktober tot en met 20 november 2025. Er werden geen bezwaarschriften ingediend.
De gemeenteraad moet in toepassing van artikel 31 van het Decreet betreffende de omgevingsvergunning een beslissing nemen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg alvorens de vergunningverlenende overheid (in dit geval het college van burgemeester en schepenen) een beslissing kan nemen over de aanvraag.
Artikel 1. De raad keurt de wijziging van de rooilijn van de Kerkpleinweg, zoals hierboven beschreven en weergegeven op het rooilijnplan opgemaakt door landmeters-experten INTOP AXIOS, goed.
Artikel 2. De raad besluit over te gaan tot de aanvaarding van de kosteloze grondafstand van een strook grond met een oppervlakte van 4ca 93dma & 83ca 26dma gelegen Kerkpleinweg te 1742 Ternat, kadastraal gekend afdeling 3, sectie C nrs. 852A en 853P2.
Artikel 3. De voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur worden gemachtigd om namens de gemeente de akte met vermelding van de gratis grondafstand mede te ondertekenen.
Artikel 4. De raad geeft het college van burgemeester en schepenen de opdracht dit besluit verder uit te voeren.
Artikel 5. Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de dienst Omgeving.
In 2019 werd de werking van de Energiehuizen in Vlaanderen geheroriënteerd. Op basis daarvan sloten de lokale besturen van Halle-Vilvoorde een eerste samenwerkingsovereenkomst af met Energiehuis 3Wplus. In deze overeenkomst werd vastgelegd dat Energiehuis 3Wplus instaat voor het verstrekken van de energielening (inmiddels Mijn VerbouwLening) en het geven van basisinformatie omtrent premies en leningen, waarvoor het een werkingsvergoeding ontvangt van de Vlaamse Overheid.
Sindsdien heeft de Vlaamse Regering de opdracht van de Energiehuizen verder uitgebreid. Naast de oorspronkelijke basistaken werden bijkomende opdrachten toegewezen, waaronder:
- Doelgroep 1 (hoogste inkomens): geen gratis begeleiding vanuit MVB.
- Doelgroep 2 - 3 (middel en lage inkomens): recht op gratis begeleiding voor één maatregel.
- Doelgroep 4 - 5 (laagste inkomens): recht op gratis begeleiding voor twee maatregelen.
Voor doelgroepen 2 tot 5 wordt nooit een bijdrage aan de eigenaar gevraagd voor MVB. De vergoeding die het Energiehuis van het VEKA ontvangt bedraagt €700 per dossier en wordt pas uitbetaald mits en nadat een renovatiemaatregel is uitgevoerd. De basisfinanciering van VEKA laat enkel een minimale dienstverlening toe. Hiermee voorziet Energiehuis 3Wplus een gratis basisaanbod in haar werkingsgebied, proportioneel verdeeld over de gemeenten rekening houden met het aantal huishoudens. Voor de gemeente Ternat zijn dit 4 dossiers. Om een volwaardig lokaal aanbod te garanderen en bijkomende begeleidingstrajecten mogelijk te maken, is extra cofinanciering door het lokaal bestuur vereist.
Op die manier kunnen ook eigenaars uit doelgroep 1 ondersteuning krijgen en kunnen er méér trajecten per lokaal bestuur worden opgestart. Deze werking wordt georganiseerd in “slots” van telkens 0,25 VTE. Per VTE kunnen op jaarbasis ongeveer 100 trajecten worden opgestart. Elk traject omvat minstens een plaatsbezoek – eventueel met thermografische scan – en een renovatieplan. Waar nodig volgt ook ondersteuning bij het aanvragen van premies, het vinden van aannemers en het opvolgen van de uitvoering. Het addendum dat voorligt wordt afgesloten voor een periode van 6 jaar.
Lokale cofinanciering aan Mijn VerbouwBegeleiding is essentieel om structureel ondersteuning te bieden bij energetische renovaties. Deze dienstverlening helpt bewoners niet alleen op weg naar een comfortabele, betaalbare en energiezuinige woning, maar levert ook een rechtstreekse bijdrage aan het behalen van de lokale klimaat- en energieambities. De gemeenten van het IGS Noord-Pajottenland nemen samen 2 slots (ongeveer 50 MVB/jaar) af wat resulteert in een gemeentelijke bijdrage van 6.750,00 euro met een gelijkmatige verdeling van het aantal dossiers onder de 4 TARL gemeenten.
Het lokaal bestuur engageert zich om samen met de gemeenten van het IGS Noord-Pajottenland voor het project Mijn VerbouwBegeleiding een werkingssubsidie voor een personeelsinzet van 2 slots, te weten 0,5VTE. Dit komt neer op een streefwaarde van 50 begeleidingstrajecten die verdeeld worden over de 4 TARL gemeenten. Daarbovenop ontvangt de gemeente een beperkt aantal begeleidingen vanuit het basisaanbod van Energiehuis 3Wplus, zijnde 4 voorstudies.
De kostprijs voor de gemeente bedraagt € 6.750 per 0,125 VTE per jaar.
Met 24 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 0 stemmen onthouden.
Artikel 1. De raad keurt de hernieuwing van de samenwerkingsovereenkomst en de verwerkersovereenkomst met Energiehuis 3Wplus goed.
Artikel 2. Rutger Belsack wordt met 24 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 0 stemmen onthouden aangeduid als vertegenwoordiger in de stuurgroep van Energiehuis 3Wplus.
Artikel 3. De raad keurt het addendum ‘Mijn VerbouwBegeleiding' goed, waarbij de gemeenten van het IGS Noord-Pajottenland samen 2 slots afnemen, wat resulteert in een gemeentelijke bijdrage van € 6.750 per jaar met een gelijkmatige verdeling van het aantal dossiers onder de 4 TARL gemeenten.
Het lokaal bestuur wenst de samenwerking met ERF voor behoud, beheer, bescherming, ontsluiting en verwerving, van onroerend erfgoed en van cultuurhistorische landschappen te verlengen. Met de hernieuwing van deze overeenkomst bevestigen beide partijen opnieuw hun intentie tot samenwerking op het vlak van onroerend erfgoed. De partijen staan op gelijke voet in de uitvoering van deze samenwerking. Zij beslissen zoveel als mogelijk in onderling overleg en met consensus, rekening houdend met hun wederzijdse verplichtingen en toegekende beslissingsmacht.
De uitgangspunten van de samenwerking met ERF zijn de volgende:
- lokale besturen zijn de prioritaire partners;
- onroerend (beschermd) erfgoed en cultuurhistorische landschappen met een bepaalde schaalgrootte;
- types van onroerend erfgoed waar nog geen andere gespecialiseerde instanties of programma’s zich mee bezighouden;
- onroerend erfgoed dat ontsloten kan worden ten dienste van de gemeenschap.
Erfgoedstichting Vlaams-Brabant vraagt een jaarlijkse solidariteitsbijdrage van € 0,20 per inwoner en dit op basis van de inwonersaantallen van 1 januari 2025 voor de periode 2026-2031. Voor Ternat komt dit neer op een jaarlijkse bijdrage van € 3.333.
Artikel 1. De raad keurt het Convenant Samenwerking Erfgoedstichting Vlaams-Brabant, zoals gevoegd in bijlage, goed.
Artikel 2. Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de dienst Klimaat.
Amendement dat wordt aangebracht:
Aanpassen artikel 1 als volgt:
Artikel 1. De raad keurt de aanpassing van artikel 1 van het raadsbesluit van 27 februari 2025 betreffende het reglement dagelijks bestuur en verlenen voorafgaand visum door de financieel directeur goed:
De raad beslist om het begrip "dagelijks bestuur" vast te stellen als volgt:
- Alle handelingen in het kader van overheidsopdrachten dewelke betrekking hebben op:
Enig artikel. Het amendement wordt aangenomen.
Om de continuïteit en de vlotte werking van de diensten te garanderen, is het aangewezen om enkele bevoegdheden te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen en het begrip 'dagelijks bestuur' een gepaste invulling te geven. Op die manier komt de gemeentelijke administratie niet in het gedrang en kan de gemeenteraad zich concentreren op het beleidsmatige aspect van het gemeentelijk beleid.
In de raad van 27 februari 2025 werden een aantal bevoegdheden overgedragen naar het college van burgemeester en schepenen. In artikel 4 van voormeld raadsbesluit delegeert de raad het vaststellen van kleine aanvullende verkeersreglementen (zijnde verkeersreglementen die slaan op een zone van maximaal 50 lopende meter) aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikels 4 en 5 van het Decreet betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens voorzien echter de mogelijkheid dat de gemeenteraad de bevoegdheid om aanvullende reglementen op te stellen volledig toevertrouwt aan het college van burgemeester en schepenen. Om efficiënter te werken en de doorlooptijd voor de goedkeuring van aanvullende verkeersreglementen te beperken, is het aangewezen deze bevoegdheid volledig over te dragen naar het college van burgemeester en schepenen.
Bijgevolg wordt voorgesteld wordt om artikel 4 van het raadsbesluit van 27 februari 2025 betreffende het reglement dagelijks bestuur en verlenen voorafgaand visum door de financieel directeur te wijzigen en de bevoegdheid tot het vaststellen van aanvullende verkeersreglementen te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen.
De delegatie wordt niet beperkt en is dus van toepassing op alle gewest- en gemeentewegen op het grondgebied van Ternat (met uitzondering van autosnelwegen).
Aanvullende reglementen op het wegverkeer zijn meldingsplichtige besluiten. Na publicatie op de webtoepassing van de gemeente en melding bij het de toezichthoudende overheid (Agentschap Binnenlands Bestuur) gaat het reglement van kracht. Deze reglementen worden eveneens overgemaakt aan het Departement MOW.
Ook artikel 1 van het raadsbesluit van 27 februari 2025 betreffende het reglement dagelijks bestuur en verlenen voorafgaand visum door de financieel directeur dient te worden aangepast:
De raad beslist om het begrip "dagelijks bestuur" vast te stellen als volgt:
- Alle handelingen in het kader van overheidsopdrachten dewelke betrekking hebben op:
- Het vaststellen van aanvullende reglementen op de gewestwegen (met uitzondering van de autosnelwegen) en de gemeentewegen.
Artikel 1. De raad keurt de aanpassing van artikel 1 van het raadsbesluit van 27 februari 2025 betreffende het reglement dagelijks bestuur en verlenen voorafgaand visum door de financieel directeur goed:
De raad beslist om het begrip "dagelijks bestuur" vast te stellen als volgt:
- Alle handelingen in het kader van overheidsopdrachten dewelke betrekking hebben op:
- Het vaststellen van aanvullende reglementen op de gewestwegen (met uitzondering van de autosnelwegen) en de gemeentewegen.
Artikel 2. De raad keurt de aanpassing van artikel 4 van het raadsbesluit van 27 februari 2025 betreffende het reglement dagelijks bestuur en verlenen voorafgaand visum door de financieel directeur goed:
'De raad vertrouwt de bevoegdheid tot vaststelling van de aanvullende reglementen op de gewestwegen (met uitzondering van de autosnelwegen) en de gemeentewegen, die zich op het Ternatse grondgebied bevinden, toe aan het college van burgemeester en schepenen.'
Artikel 3. Het besluit treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 4. Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de dienst Financiën en de dienst Mobiliteit.
Namens Gemeenteraad,
Sieglinde De Mulder
algemeen directeur
Sophie Claeys
voorzitter gemeenteraad