In het kader van het sectoraal akkoord gesloten op 8 april 2020 tussen de sociale partners uit de lokale besturen, krijgen de personeelsleden jaarlijks recht op ecocheques.
Bij nazicht van de berekeningswijze voor de ecocheques, die in het kader van de vernieuwde rechtspositieregeling werden verhoogd naar € 200,00 hebben wij enkele onduidelijkheden vastgesteld. We opteren er daarom voor volgende aanpassing doorvoeren: de referteperiode wordt voor iedereen verlengd naar 12 maanden in plaats van 9 maanden en de uitbetalingsmaand blijft behouden in december (en niet in januari).
Van:
Paragraaf 1.
Elk personeelslid krijgt vanaf 1 januari 2020 een recurrente koopkrachtverhoging van 200 euro per VTE onder de vorm van een ecocheque.
Paragraaf 2.
Het personeelslid ontvangt het volledige bedrag van de ecocheque als het als titularis van een betrekking met volledige prestaties het volledige salaris heeft ontvangen tijdens de referentieperiode van 1 januari tot en met 30 september van het lopende kalenderjaar.
Als het personeelslid niet het volledige salaris heeft ontvangen als titularis van een betrekking met volledige prestaties of onvolledige prestaties tijdens de referentieperiode, wordt het bedrag van de ecocheque verminderd in verhouding tot het salaris dat het personeelslid werkelijk heeft ontvangen.
Elke prestatie of afwezigheid met recht op salaris van het bestuur tijdens de referentieperiode geeft aldus verhoudingsgewijs recht op een ecocheque.
De periodes waarin het personeelslid tijdens de referentieperiode als titularis van een betrekking met volledige prestaties of onvolledige prestaties met ouderschapsverlof was of met bevallingsverlof was met toepassing van de Arbeidswet van 16 maart 1971, worden gelijkgesteld met periodes waarvoor het personeelslid het salaris volledig heeft ontvangen.
Start de tewerkstelling na 30 september van het lopende kalenderjaar dan ontvangt het personeelslid de ecocheque in de loop van de maand december van hetzelfde jaar.
Het bedrag van de ecocheque staat in verhouding tot het salaris dat het heeft ontvangen t.o.v. het volledige salaris als titularis van een betrekking met volledige prestaties.
Paragraaf 3.
De ecocheques worden uitbetaald tijdens de maand januari van het jaar volgend op het in aanmerking te nemen kalenderjaar.
Naar:
Paragraaf 1.
Elk personeelslid krijgt vanaf 1 januari 2020 een recurrente koopkrachtverhoging van 200 euro per VTE onder de vorm van een ecocheque.
Paragraaf 2.
Het personeelslid ontvangt het volledige bedrag van de ecocheque als het als titularis van een betrekking met volledige prestaties het volledige salaris heeft ontvangen tijdens de referentieperiode van 1 januari tot en met 31 december van het lopende kalenderjaar.
Als het personeelslid niet het volledige salaris heeft ontvangen als titularis van een betrekking met volledige prestaties of onvolledige prestaties tijdens de referentieperiode, wordt het bedrag van de ecocheque verminderd in verhouding tot het salaris dat het personeelslid werkelijk heeft ontvangen.
Elke prestatie of afwezigheid met recht op salaris van het bestuur tijdens de referentieperiode geeft aldus verhoudingsgewijs recht op een ecocheque.
De periodes waarin het personeelslid tijdens de referentieperiode als titularis van een betrekking met volledige prestaties of onvolledige prestaties met ouderschapsverlof was of met bevallingsverlof was met toepassing van de Arbeidswet van 16 maart 1971, worden gelijkgesteld met periodes waarvoor het personeelslid het salaris volledig heeft ontvangen.
Paragraaf 3.
De ecocheques worden uitbetaald tijdens de maand december van het in aanmerking te nemen kalenderjaar.
Artikel 1. De raad keurt de aanpassing van het huidige artikel 213 van de rechtspositieregeling voor het personeel van het lokaal bestuur Ternat volgens het voorstel opgenomen in considerans goed.
Artikel 2. Een gecoördineerde versie van de rechtspositieregeling zal opgemaakt worden en gepubliceerd op de gemeentelijke website.
Artikel 3. Alle personeelsleden worden van deze wijziging in kennis gesteld.
Artikel 4. Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de dienst Financiën, de dienst Personeel en de provinciegouverneur.