Terug
Gepubliceerd op 19/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

do 18/12/2025 - 20:15

Gemeentebelasting op tweede verblijven 2026 - 2031

Aanwezig: Sophie Claeys, voorzitter gemeenteraad
Ines Swaelens, burgemeester
Luc Wachtelaer, Karolien Huylebroek, Kris De Meuter, Rutger Belsack, Anna Parys, schepenen
Frans Holsters, Jozef Borremans, Gunter Desmet, Geert De Feyter, Christiane Servranckx, Kathleen Platteau, Arno De Paepe, Steve Convents, Vera Servranckx, Yo De Beule, Silke Billens, Maarten Babeliowsky, Daan Sorgeloos, Ann De Bolle, Kris Biesemans, Dennis Van der Putten, Lesley De Schepper, gemeenteraadsleden
Sieglinde De Mulder, algemeen directeur
Verontschuldigd: Sven De Paepe, raadslid
Bevoegdheid
  • Grondwet - artikel 170 
  • Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 - artikel 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad 
Juridische grond
  • Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
  • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van de Vlaamse Regering
  • Raadsbesluit van 5 september 2024 houdende de gemeentebelasting op tweede verblijven
Considerans

De belasting op tweede verblijven evolueert enerzijds van een weeldebelasting naar een belasting ter compensatie van de aanvullende personenbelasting die de eigen inwoners betalen, anderzijds door het vaststellen van het oneigenlijk gebruik van het tweede verblijf, de domiciliefraude.

Financiele impact

Voor haar algemene financiering heft de gemeente Ternat een belasting op tweede verblijven. De opbrengst van deze belasting wordt geraamd op € 23.000. De opbrengsten worden geboekt op jaarbudgetrekening JAAR/GBB/0020-00/7377000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.

Adviezen, voorstel, voordracht
  • Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen in zitting van 25 november 2025
Publieke stemming
Aanwezig: Sophie Claeys, Ines Swaelens, Luc Wachtelaer, Karolien Huylebroek, Kris De Meuter, Rutger Belsack, Anna Parys, Frans Holsters, Jozef Borremans, Gunter Desmet, Geert De Feyter, Christiane Servranckx, Kathleen Platteau, Arno De Paepe, Steve Convents, Vera Servranckx, Yo De Beule, Silke Billens, Maarten Babeliowsky, Daan Sorgeloos, Ann De Bolle, Kris Biesemans, Dennis Van der Putten, Lesley De Schepper, Sieglinde De Mulder
Voorstanders: Sophie Claeys, Ines Swaelens, Luc Wachtelaer, Karolien Huylebroek, Kris De Meuter, Rutger Belsack, Anna Parys, Kathleen Platteau, Yo De Beule, Silke Billens, Maarten Babeliowsky, Daan Sorgeloos, Dennis Van der Putten
Onthouders: Frans Holsters, Jozef Borremans, Gunter Desmet, Geert De Feyter, Christiane Servranckx, Arno De Paepe, Steve Convents, Vera Servranckx, Ann De Bolle, Kris Biesemans, Lesley De Schepper
Resultaat: Met 13 stemmen voor, 11 onthoudingen
Besluit

Belastbaar voorwerp

Artikel 1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting geheven op tweede verblijven, gelegen op het grondgebied van de gemeente.

Begripsomschrijving

Artikel 2. Onder tweede verblijf moet worden verstaan, elke andere private woongelegenheid dan die welke voor het hoofdverblijf is aangewend, waarvan de gebruiker niet voor zijn hoofdverblijf is ingeschreven in het bevolkingsregister en waarover hij op elk ogenblik, hetzij als eigenaar, hetzij als huurder, hetzij als gebruiker kan beschikken - al dan niet tegen betaling - en dit ongeacht het feit of het gaat om woonhuizen, bungalows, appartementen, vakantie-, zomer- en weekendhuisjes, optrekjes of een andere vaste woongelegenheid, hierin begrepen de met chalets gelijkgestelde caravans.

Worden niet beschouwd als tweede verblijf:

  • Het lokaal, waarin uitsluitend een beroepsactiviteit uitgeoefend wordt op basis van het feit dat deze geen woonfunctie vervullen en derhalve niet beantwoorden aan het belastbaar feit zoals bepaald in artikel 2
  • Tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens
  • Studentenkamers.

Belastingplichtige

Artikel 3. De belasting is verschuldigd door de natuurlijke- of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf.

Zijn belastingplicht geldt ook:

  • wanneer het tweede verblijf verhuurd wordt of tijdelijk niet gebruikt wordt
  • indien hij het gebruik van een tweede verblijf kosteloos afstaat ofwel aan een derde of aan verschillende derden, hetzij occasioneel of, gedurende om het 'even welke periode van het aanslagjaar'
  • De eigenaar is de belasting verschuldigd ongeacht het feit of hij al dan niet in de bevolkingsregisters van de gemeente is ingeschreven.

Berekeningswijze en tarief

Artikel 4. De belasting wordt vastgesteld op € 2.573 per tweede verblijf. De belasting is ondeelbaar en voor het hele aanslagjaar door de belastingplichtige op 1 januari van het aanslagjaar verschuldigd. De belasting wordt jaarlijks op 1 januari automatisch geïndexeerd volgens volgende formule: 

                                                    Nieuw tarief =  oud tarief x nieuwe index

                                                                                    basisindex 

De basisindex is de gezondheidsindex van toepassing voor de maand december 2025. De nieuwe index is de gezondheidsindex van toepassing in de loop van de maand december die voorafgaat aan de herziening van het bedrag van de belasting. De verkregen resultaten worden naar de hogere euro afgerond.

Vrijstellingen

Artikel 5. Als tweede verblijf wordt niet beschouwd:

  • de lokalen waarin uitsluitend een beroepsactiviteit wordt uitgeoefend zijn vrijgesteld vanuit het feit dat deze geen woonfunctie vervullen en derhalve niet beantwoorden aan het belastbaar feit zoals bepaald in artikel 2.
  • tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens buiten een erkend kampeerterrein, tenzij zij ten minste zes maanden in het aanslagjaar opgesteld blijven om als woongelegenheid aangewend  te  worden;
  • het gebouw dat belast wordt door de heffing op de leegstand of door de heffing op verwaarlozing en verkrotting van gebouwen en/of woningen.
  • studentenkamers

Wijze van inning                                                                                                  

Artikel 6. De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

Meldingsplicht

Artikel 7. De belastingplichtige moet, uit eigen beweging, van zodra een op het grondgebied van de gemeente gelegen tweede verblijf niet meer gebruikt wordt als tweede verblijf of verkocht wordt, de gemeentelijke administratie hiervan schriftelijk in kennis stellen en de nodige bewijzen indienen.

Aangifteplicht

Artikel 8. 1. De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend, tegen uiterlijk 31 maart van elk aanslagjaar, moet worden terug gestuurd. Dit formulier is ook beschikbaar op de gemeentelijke website ternat.be.

2. De betrokkenen die geen formulier ontvangen hebben, zijn niettemin verplicht spontaan aan het gemeentebestuur de elementen te verstrekken, die nodig zijn voor de toepassing van de belasting en dit ten laatste één maand na aanwending als tweede verblijf, de eigendomsverwerving of de ingebruikneming.  Indien de gebruiker ook eigenaar is van het tweede verblijf, is de initiële aangifte, behoudens bij wijziging, geldig tot de opzegging.

3. Vrijstelling van de aangifteverplichting

3.1. Een belastingplichtige is vrijgesteld van de in artikel 7.1 voorgeschreven aangifteplicht, op voorwaarde dat hij/zij voor het vorige aanslagjaar werd aangeslagen op basis van een tijdig ingediende aangifte of een voorstel van aangifte dat zo nodig tijdig werd verbeterd of vervolledigd.
Een belastingplichtige kan niettemin verplicht worden een aangifteformulier in te dienen, indien hem/haar dat uitdrukkelijk wordt gevraagd door de administratie.

3.2. Aan de belastingplichtige wordt een voorstel van aangifte ter beschikking gesteld. Het voorstel van aangifte wordt uitgereikt door de administratie en vermeldt de gegevens waarover de administratie beschikt.

3.3. Indien op het voorstel van aangifte onjuistheden of onvolledigheden zijn vermeld of indien de voorgedrukte gegevens niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar, moet de belastingplichtige uiterlijk tegen de in artikel 7.1 gestelde termijn het voorstel van aangifte gedag- en genaamtekend indienen bij de administratie met een duidelijke en volledige vermelding en opgave op het voorstel van aangifte van de correcte gegevens en/of alle verbeteringen of vervolledigingen.  Het is de belastingplichtige die dient te bewijzen dat hij/zij het (verbeterd of vervolledigd) voorstel van aangifte tijdig indiende. Indien het voorstel van aangifte evenwel geen onjuistheden of onvolledigheden bevat en alle voorgedrukte gegevens stroken met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar, moet de belastingplichtige het voorstel van aangifte niet indienen bij de administratie.

3.4. Het voorstel van aangifte, dat zo nodig wordt verbeterd of vervolledigd binnen de in artikel 7.1 gestelde termijn, heeft dezelfde waarde als een tijdig ingediende aangifte. Indien de belastingplichtige evenwel de in artikel 7.3.3 voorziene verplichting niet tijdig naleeft en/of onjuiste en/of onvolledige gegevens vermeldt en/of foutieve verbeteringen aanbrengt op het voorstel van aangifte, wordt het voorstel van aangifte gelijkgesteld met een gebrek aan aangifte binnen de in artikel 7.1 gestelde termijn en/of met een onjuiste aangifte en zijn de bepalingen van artikel 8 van toepassing.

Procedure van ambtshalve vaststelling

Artikel 9. Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 7 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover de administratie beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep. Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

Ambtshalve belasting

Artikel 10. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.

Betaaltermijn

Artikel 11. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

Bezwaarprocedure

Artikel 12. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen de aanslag van deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk, gemotiveerd en ondertekend worden ingediend. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

Algemene bepalingen

Artikel 13. De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 (en latere wijzigingen) betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.

Bestuurlijk toezicht

Artikel 14. Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.

Bekendmaking en inwerkingtreding

Artikel 15. Dit belastingreglement heft het vorige belastingreglement van 5 september 2024 op en treedt op 1 januari 2026 in werking. De bekendmaking alsook de inwerkingtreding van deze verordening gebeurt respectievelijk en overeenkomstig artikels 285 t.e.m. 288 van het decreet lokaal bestuur.