De RMI-wet legt expliciete voorwaarden op inzake nationaliteit, leeftijd, verblijf, bestaansmiddelen, werkbereidheid en het uitputten van alle rechten, voor het openen van het recht op een leefloon. Echter merken we op dat studenten specifieke noden en trajecten hebben die vragen om een aparte, transparante en objectieve aanpak binnen het OCMW. Het aangeleverde kader voorziet in duidelijke criteria rond studievoorwaarden, studentenarbeid, billijkheidsredenen en opvolging en evaluatie van dossiers. Een uniform kader draagt eveneens bij aan objectieve besluitvorming en gelijkwaardige behandeling.
Artikel 1. De raad keurt het kader 'leefloon studenten' goed.
Artikel 2. Na goedkeuring door de raad wordt dit kader bekendgemaakt ingevolge de wettelijke bepalingen.
Artikel 3. Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de dienst Financiën en de dienst Sociale Zaken.