De notulen van de vorige zitting worden ondertekend door de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en de algemeen directeur.
Enig artikel. De notulen van de raad voor maatschappelijk welzijn van 27 november 2025 worden zonder wijzigingen goedgekeurd en worden ondertekend door de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en de algemeen directeur.
Het meerjarenplan 2026-2031 bestaat uit de strategische nota, de financiële nota en de toelichting. Het MAT bracht een positief advies uit in zitting van 19 november 2025. betreffende het deel OCMW. Tijdens de gemeenteraadscommissie van 4 december 2025 werd het meerjarenplan 2026-2031 uitgebreid toegelicht. Het meerjarenplan 2026-2021 is financieel in evenwicht tot en met 2031.
Artikel 1. Het meerjarenplan 2026-2031 van het lokaal bestuur Ternat - deel OCMW wordt met volgend resultaat vastgesteld.
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
| I. Beschikbaar budgettair resultaat OCMW | -2.297.588 | -5.041.720 | -7.257.770 | -10.168.262 | -13.153.274 | -16.216.960 |
| II. Autofinancieringsmarge OCMW | -2.943.927 | -2.994.132 | -2.866.050 | -2.910.492 | -2.985.012 | -3.063.686 |
Artikel 2. Een afschrift van dit besluit wordt samen met het meerjarenplan 2026-2031, in het kader van het administratief toezicht, toegestuurd aan de voogdijoverheid.
Het decreet lokaal bestuur heeft in 2019 de personeelsformatie niet meer opgelegd als verplicht instrument.
De personeelsformatie (d. i. het kader dat de opsomming van het aantal en de soorten betrekkingen voor een lokaal bestuur bevat, en de ‘personele middelen’ vaststelt voor de uitvoering van het beleid dat is uitgetekend) blijft gelden zolang de raad de personeelsformatie niet opheft.
Alle aanwervingen moeten steeds kaderen binnen de kredieten voorzien in de beleids- en beheerscyclus (BBC).
De opheffing kadert in de wens van en de noodzaak voor de organisatie om flexibeler te kunnen inspelen op enerzijds de noden van de burgers en het gewenste aanbod van dienstverlening aan de burgers en anderzijds de zeer competitieve arbeidsmarkt die het voor lokale besturen moeilijk maakt de juiste profielen aan te werven en in dienst te kunnen houden.
De invulling van het personeelskader wordt digitaal bijgehouden en opgevolgd. De principiële goedkeuring door het vast bureau in zitting van 3 oktober 2024 gebeurde onder voorbehoud van een controlemechanisme.
Via de personeelsdienst werd er in het voorjaar van 2025 de digitale tool 'kaderbeheer' van Cipal Schaubroeck geïmplementeerd.
Hierdoor wordt het bestaande proces geoptimaliseerd en kan er 'op vraag' een digitaal overzicht opgeladen worden van een huidig kader of een toekomstig kader.
Het organogram blijft wel te voorzien.
Het controlemechanisme wordt aangehouden als volgt:
Een toelichting over de specifieke werkwijze is terug te vinden in bijlage - alsook een voorbeeld van de rapportage (personeelsplan in gewijzigde vorm).
Artikel 1. De raad keurt de opheffing van de formele personeelsformatie mits het aanhouden van een controlemechanisme, zoals opgenomen in de considerans, goed.
Artikel 2. Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de dienst Personeel en de dienst Financiën.
In het kader van het sectoraal akkoord gesloten op 8 april 2020 tussen de sociale partners uit de lokale besturen, krijgen de personeelsleden jaarlijks recht op ecocheques.
Bij nazicht van de berekeningswijze voor de ecocheques, die in het kader van de vernieuwde rechtspositieregeling werden verhoogd naar € 200,00 werden enkele onduidelijkheden vastgesteld. We opteren er daarom voor volgende aanpassing door te voeren: de referteperiode wordt voor iedereen verlengd naar 12 maanden in plaats van 9 maanden en de uitbetalingsmaand blijft behouden in december (en niet in januari).
Van:
Paragraaf 1.
Elk personeelslid krijgt vanaf 1 januari 2020 een recurrente koopkrachtverhoging van 200 euro per VTE onder de vorm van een ecocheque.
Paragraaf 2.
Het personeelslid ontvangt het volledige bedrag van de ecocheque als het als titularis van een betrekking met volledige prestaties het volledige salaris heeft ontvangen tijdens de referentieperiode van 1 januari tot en met 30 september van het lopende kalenderjaar.
Als het personeelslid niet het volledige salaris heeft ontvangen als titularis van een betrekking met volledige prestaties of onvolledige prestaties tijdens de referentieperiode, wordt het bedrag van de ecocheque verminderd in verhouding tot het salaris dat het personeelslid werkelijk heeft ontvangen.
Elke prestatie of afwezigheid met recht op salaris van het bestuur tijdens de referentieperiode geeft aldus verhoudingsgewijs recht op een ecocheque.
De periodes waarin het personeelslid tijdens de referentieperiode als titularis van een betrekking met volledige prestaties of onvolledige prestaties met ouderschapsverlof was of met bevallingsverlof was met toepassing van de Arbeidswet van 16 maart 1971, worden gelijkgesteld met periodes waarvoor het personeelslid het salaris volledig heeft ontvangen.
Start de tewerkstelling na 30 september van het lopende kalenderjaar dan ontvangt het personeelslid de ecocheque in de loop van de maand december van hetzelfde jaar.
Het bedrag van de ecocheque staat in verhouding tot het salaris dat het heeft ontvangen t.o.v. het volledige salaris als titularis van een betrekking met volledige prestaties.
Paragraaf 3.
De ecocheques worden uitbetaald tijdens de maand januari van het jaar volgend op het in aanmerking te nemen kalenderjaar.
Naar:
Paragraaf 1.
Elk personeelslid krijgt vanaf 1 januari 2020 een recurrente koopkrachtverhoging van 200 euro per VTE onder de vorm van een ecocheque.
Paragraaf 2.
Het personeelslid ontvangt het volledige bedrag van de ecocheque als het als titularis van een betrekking met volledige prestaties het volledige salaris heeft ontvangen tijdens de referentieperiode van 1 januari tot en met 31 december van het lopende kalenderjaar.
Als het personeelslid niet het volledige salaris heeft ontvangen als titularis van een betrekking met volledige prestaties of onvolledige prestaties tijdens de referentieperiode, wordt het bedrag van de ecocheque verminderd in verhouding tot het salaris dat het personeelslid werkelijk heeft ontvangen.
Elke prestatie of afwezigheid met recht op salaris van het bestuur tijdens de referentieperiode geeft aldus verhoudingsgewijs recht op een ecocheque.
De periodes waarin het personeelslid tijdens de referentieperiode als titularis van een betrekking met volledige prestaties of onvolledige prestaties met ouderschapsverlof was of met bevallingsverlof was met toepassing van de Arbeidswet van 16 maart 1971, worden gelijkgesteld met periodes waarvoor het personeelslid het salaris volledig heeft ontvangen.
Paragraaf 3.
De ecocheques worden uitbetaald tijdens de maand december van het in aanmerking te nemen kalenderjaar.
Artikel 1. De raad keurt de aanpassing van het huidige artikel 213 van de rechtspositieregeling voor het personeel van het lokaal bestuur Ternat volgens het voorstel opgenomen in considerans goed.
Artikel 2. Een gecoördineerde versie van de rechtspositieregeling zal opgemaakt worden en gepubliceerd op de gemeentelijke website.
Artikel 3. De personeelsleden worden in kennis gesteld van deze wijziging.
Artikel 4. Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de dienst Financiën, de dienst Personeel en de provinciegouverneur.
Het voorstel is om de bestaande functionele loopbaan 'A1a-A1b-A2a' opnieuw toe te voegen in de huidige rechtspositieregeling. De functionele loopbaan 'A1a-A1b-A2a' is niet nieuw en is op vandaag nog steeds aanwezig in het bestaande personeelsplan.
In de huidige rechtspositieregeling wordt voorgesteld om artikel 3 paragraaf 2, en artikel 6 te wijzigen als volgt:
Van:
Artikel 3, paragraaf 2.
Aan de volgende graden worden de salarisschalen en de functionele loopbanen verbonden die overeenkomen met de ernaast vermelde lettercijfercode.
| NIVEAU E |
SCHALEN |
| Basisgraad |
E1-E2-E3 |
| NIVEAU D |
SCHALEN |
| Basisgraad |
D1-D2-D3 |
| Hogere graad |
D4-D5 |
| NIVEAU C |
SCHALEN |
| Basisgraad |
C1-C2-C3 |
| Hogere graad |
C4-C5 |
| NIVEAU B |
SCHALEN |
| Basisgraad |
B1-B2-B3 |
| Hogere graad |
B4-B5 |
| NIVEAU A |
SCHALEN |
| Basisgraad |
A1a- A2a-A3a |
| Hogere graad |
A4a-A4b |
| A5a-A5b |
Naar:
Artikel 3, paragraaf 2.
Aan de volgende graden worden de salarisschalen en de functionele loopbanen verbonden die overeenkomen met de ernaast vermelde lettercijfercode.
| NIVEAU E |
SCHALEN |
| Basisgraad |
E1-E2-E3 |
| NIVEAU D |
SCHALEN |
| Basisgraad |
D1-D2-D3 |
| Hogere graad |
D4-D5 |
| NIVEAU C |
SCHALEN |
| Basisgraad |
C1-C2-C3 |
| Hogere graad |
C4-C5 |
| NIVEAU B |
SCHALEN |
| Basisgraad |
B1-B2-B3 |
| Hogere graad |
B4-B5 |
| NIVEAU A |
SCHALEN |
| Basisgraad |
A1a- A1b-A2a-A3a |
| Hogere graad |
A4a-A4b |
| A5a-A5b |
En van:
Artikel 6.
De functionele loopbanen en de voorwaarden voor doorstroming naar de volgende salarisschalen zijn voor het niveau A:
Voor de functies in de graad A1a-A2-A3a:
a. van A1a naar A2a na 4 jaar schaalanciënniteit in A1a;
b. van A2a naar A3a na 18 jaar gecumuleerde schaalanciënniteit in A1a en A2a.
Voor de functies in de graad A4a-A4b:
van A4a naar A4b na 9 jaar schaalanciënniteit in A4a.
Voor de functies in de graad A5a-A5b:
A5a-A5b: van A5a naar A5b na 9 jaar schaalanciënniteit in A5a
Naar:
Artikel 6.
De functionele loopbanen en de voorwaarden voor doorstroming naar de volgende salarisschalen zijn voor het niveau A:
Voor de functies in de graad A1a-A1b-A2a:
a. van A1a naar A1b na 4 jaar schaalanciënniteit in A1a;
b. van A1b naar A2a na 18 jaar gecumuleerde schaalanciënniteit in A1a en A1b.
Voor de functies in de graad A1a-A2a-A3a:
c. van A1a naar A2a na 4 jaar schaalanciënniteit in A1a;
d. van A2a naar A3a na 18 jaar gecumuleerde schaalanciënniteit in A1a en A2a.
Voor de functies in de graad A4a-A4b:
van A4a naar A4b na 9 jaar schaalanciënniteit in A4a.
Voor de functies in de graad A5a-A5b:
A5a-A5b: van A5a naar A5b na 9 jaar schaalanciënniteit in A5a
Artikel 1. De raad keurt de aanpassing van het huidige artikel 3 paragraaf 2, en artikel 6 van de rechtspositieregeling voor het personeel van het lokaal bestuur Ternat volgens het voorstel opgenomen in considerans goed.
Artikel 2. Een gecoördineerde versie van de rechtspositieregeling zal opgemaakt worden en gepubliceerd op de gemeentelijke website.
Artikel 3. Er wordt opdracht gegeven het personeel van deze wijziging in kennis te stellen.
Artikel 4. Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de dienst Financiën, de dienst Personeel en de provinciegouverneur.
Een toelichting betreffende de voorgestelde wijzigingen in het personeelsplan en het organogram is terug te vinden in bijgevoegde HR-nota. De wijzigingen in het organogram en het personeelsplan werden in de bijlagen aangeduid in kleur. Voor de berekening van de VTE's opgenomen in het organogram is er bijkomende informatie terug te vinden onderaan in de legende (indicatie op 10 september 2025).
De voorstellen werden opgenomen in de personeelsbegroting en zijn het resultaat van de overlegmomenten voor en tijdens de zomerperiode. Latere wijzigingen die worden voorgesteld in het nieuwe meerjarenplan, maar nog niet zijn opgenomen in het personeelsplan, worden bij de eerstvolgende aanpassing meegenomen.
Volgende wijzigingen worden aangebracht aan het personeelsplan:
- 'Administratief medewerker C1-C3' Financiën wordt 'Deskundige Financiën B1-B3'
- 'Coördinator Gezondheid en beweging B4-B5' wordt 'Coördinator Sport en Gebouwbeheer A1a-A3a'
- 'Coördinator HRM A1a-A3a' wordt 'HR manager A4a-A4b'
- 'Deskundige Milieu B1-B3' wordt 'Expert Groen B4-B5'
- 'Teamleider Milieu en Handhaving B4-B5' wordt 'Expert Milieu en Handhaving B4-B5'
- 'Teamleider Administratie Omgeving C4-C5' wordt 'Teamleider administratie en operationele werking B4-B5'
- Uitbreiding 0,7 VTE 'Ploegbaas Onderhoud D4-D5' wordt 1 VTE 'Ploegbaas Onderhoud D4-D5'
Aanvullend na feedback vanuit de clusters:
- 'Brugfiguur BOA C1-C3' (0,8 VTE) wordt toegevoegd vanaf 2026
- 'Brugfiguur Integratie C1-C3' (0,8 VTE) wordt toegevoegd vanaf 2026
- 'Deskundige Ruimtelijke Ordening B1-B3 (1 VTE)' wordt toegevoegd vanaf 2028/2030
In het personeelsplan worden er enkele functies na pensionering 'uitdovend' geplaatst. Deze functies zijn aangeduid in het personeelsplan.
De aanpassingen worden meegenomen in de personeelsbegroting voor het meerjarenplan 2026-2031.
Artikel 1. De raad keurt de aanpassingen in het personeelsplan en organogram goed.
Artikel 2. Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de provinciegouverneur, de dienst Financiën en de dienst Personeel.
Ingevolge artikel 492 van het decreet lokaal bestuur dient elke welzijnsvereniging in de loop van het eerste jaar na de volledige vernieuwing van de raad van maatschappelijk welzijn een evaluatieverslag voor te leggen aan voormelde raad. Dit verslag omvat een evaluatie van de verzelfstandiging waarover de raad voor maatschappelijk welzijn zich binnen de drie maanden uitspreekt.
Het evaluatieverslag omvat het volgende:
- geschiedenis, missie en visie van de Welzijnskoepel West-Brabant
- werking van de vereniging
- beoordeling van de doelmatigheid van de vereniging
- vergelijking met alternatieven
- governance en transparantie
- financiële analyse
- conclusies en aanbevelingen
Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt gevraagd om het evaluatieverslag goed te keuren en zich akkoord te verklaren met het voorstel tot behoud van de verzelfstandiging.
Artikel 1. De raad keurt het evaluatieverslag van de Welzijnskoepel West-Brabant goed en stemt in met het voorstel tot behoud van de verzelfstandiging.
Artikel 2. Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de Welzijnskoepel West-Brabant en de Vlaamse regering.
Namens OCMW-raad,
Sieglinde De Mulder
algemeen directeur
Sophie Claeys
voorzitter RMW